Franse auto’s winnen het op charme van Opel

Auto-industrie

PSA Peugeot Citroën en Opel komen in één huis. Hoe goed en hoe onmisbaar zijn hun auto’s? Portret van de drie best verkopende modellen.

Opel en PSA Peugeot Citroën: de onverenigbaarheid van karakter kon niet groter zijn. Opels zijn voor gewone mensen, Peugeots en Citroëns voor iets minder gewone mensen met meer stijlgevoel. PSA’s nieuwe luxemerk DS zoekt zelfs aansluiting bij de Franse deftigheid.

Het verschil is charme. Die vind je bij Opels niet en bij PSA-producten wel, hoe conformistisch de auto’s de laatste decennia vaak ook waren. Maar iets van het oude joie de vivre bleef en PSA heeft zich na de crisisjaren knap herpakt – het huis maakt weer winst.

Een vergelijking tussen de best verkopende modellen van de nieuwe teamgenoten illustreert de afstand. Bij Opel is dat de zakelijk correcte Astra, bij Citroën de joyeuze C3 met zijn komische stootkussentjes (de ‘airbumps’) op de flanken, bij Peugeot de elegante, technisch identieke 208. Duitsland-Frankrijk is nog steeds de botsing tussen degelijk en libertijns.

Lees ook: Peugeot neemt Opel over voor 2,2 miljard euro

Een overeenkomst is er ook: beide fabrikanten schuwen extremen. Doelgroepen provoceren is spelen met vuur. PSA stond nog maar enkele jaren geleden aan de rand van de afgrond en Opel schrijft nog altijd rode cijfers. Van Citroëns rebelse design-aura is in de huidige modellenlijn dan ook weinig terug te vinden. Alleen die stootkussentjes zijn uniek in hun soort. Anderzijds: de natuurlijke zwier van de Franse ontwerpkunst heeft Opel nooit gevonden.

De Opel Astra is, zoals alle Opels, een extreem normale auto die geen aanstoot geeft. Het ontwerp is neutraal eigentijds als een hotelkamer van een viersterrenketen; riant voorzien zonder de chique van een ster meer. Opel-klanten waarderen zijn nuchterheid en laagdrempeligheid die je zowel in het design terugvindt als in de prijs – altijd iets lager dan die van een Golf. Dat Familie Doorsnee-dna moet elke Opel hebben en de Astra heeft het helemaal. Lekker gewoon.

Tijdgeest

Natuurlijk kon Opel de tijdgeest niet ontwijken. Opel-vaders hebben ook smartphones. Toch zal dat in de geest van Opel eerder een Samsung dan een iPhone zijn. Premium is verdacht, dat doet maar duur. Het wekt bewondering hoe Opel de Astra in dat sfeerbeeld weet te passen. Hij mist de gelikte hightech-uitstraling van de Volkswagen Golf, zijn grootste concurrent, maar is modern genoeg om niet voor gek te lopen.

Het nieuwste model rijdt rond met grote infotainmentschermen en de online-voorziening OnStar – „uw persoonlijke online- en service-assistent”. Aan boord zijn een 4G-wifi-hotspot en een telefonische hulpdienst die je naar restaurants kunt laten zoeken. Hij is te koop met led-verlichting en massagestoelen, aanbevolen met de burgerslogan ‘schandalig veel luxe’, die speels een loopje neemt met de nooit helemaal verdwenen gêne voor kapsones.

Maar de Golf heeft glans. Het digitale dashboard en het 23,4 centimeter brede navigatiescherm van het net gefacelifte model troeven de Astra af. De infotainmentmenu’s laten zich bij VW nog veel hipper bedienen: met gebarensturing. Zo zet VW de Astra op zijn plaats als de door en door conventionele auto die hij ook motorisch is.

Er is geen hybride of plugin-Astra, geen elektrische variant die VW wel van de Golf heeft. De nieuwe diesels en driecilinder turbomotoren zijn vlot en zuinig, maar ze stellen geen nieuwe maatstaven. Ze zijn niet de stilste, niet de sterkste; ze zijn goed genoeg. Kwalitatief zijn Opels niettemin sterk gegroeid en het marktaandeel voor de Astra groeide mee. In 2016 verkocht Opel in Nederland 9.898 exemplaren, nog geen duizend minder dan de 10.858 Golfjes die VW sleet. Maar zijn plaats in de verkoopstatistieken blijft de exacte weerspiegeling van zijn stigma. De eeuwige tweede, zij het met opgeheven hoofd.

Avantgarde

Zoals Opel worstelt met de grenzen van de doe-maar-gewoon-mentaliteit, zo tobt Citroën met de avantgarde-reputatie. De legendarische DS was een van de radicaalst vormgegeven en technisch baanbrekendste auto’s van de twintigste eeuw. Die voorhoedepositie bleek onhoudbaar. Het huidige PSA ontbeert de middelen voor glamoureuze hightech en C3-klanten hebben er het geld niet voor. Een C3 moet op een sfeervolle manier charmant, eenvoudig en betaalbaar blijven.

Blijven twee strohalmen over: design en Frans comfort, dat laatste tussen aanhalingstekens. Citroëns met de zijdezachte hydropneumatische vering bestaan niet meer. De C3 veert iets weker maar net zo gemiddeld als een Opel. Alleen het dashboard is fraaier, al is het multimediasysteem Nintendo vergeleken met de schermtechnologie van de VW-merken.

Peugeot 208
Citroën C3
Citroen C3
Opel Astra

Peugeot heeft de identiteit hervonden die het zustermerk nog zoekt. De nieuwste modellen hebben de stijlkenmerken die ze onmiddellijk herkenbaar maakt. Daartoe behoort bij de Peugeot 208, 308 en de net vernieuwde crossovermodellen 3008 en 5008 de i-Cockpit die vijf jaar geleden in de 208 debuteerde. Het is een dashboard waarbij het kleine stuur zo voor de meters is geplaatst dat het instrumentarium in het blikveld altijd boven de stuurwielrand uitsteekt. Het ziet er fraai uit en geeft de auto’s het voor typisch Frans versleten eigenzinnige cachet dat klanten aanspreekt. Innovatief is het alleen in naam, maar Peugeot maakt geen grove fouten. De 208 is een brave kleine middenklasser die prettig rijdt en behoorlijk is afgewerkt. Hij is iets gekleder, serieuzer dan de C3 waarmee hij de techniek en een deel van de motoren deelt. De vormen zijn wat wulpser, de kleurencombinaties net wat smaakvoller dan bij de Duitsers. Het is iets.

Technisch zijn de kleine Fransen net als Opel up-to-date, niet meer dan dat. Ze hebben ook kleine driecilinders met turbo en fraai lopende diesels, maar lopen niet voorop in de ontwikkeling van nieuwe, schone aandrijflijnen. De paar hybrides die PSA bouwde waren niet de interessantste auto’s in hun soort. In het aanbod ontbreekt verder een aantrekkelijke kleine elektrische auto, die Renault nu wel heeft met de Zoe. De elektrische Citroën C-Zéro en het tweelingmodel Peugeot iOn zullen niet herinnerd worden als mijlpalen in hun genre.

Waarmee de grootste overeenkomst tussen beide merken is gegeven: hun portfolio’s zijn weinig toekomstbestendig. Zeker, Opel had de Ampera plugin, die dit jaar wordt opgevolgd door de volledig elektrische Ampera-E. Maar de nieuwe is net als zijn voorganger de Europese versie van een door General Motors in Noord-Amerika ontwikkelde auto, al heeft Opel er een aandeel in gehad. Opel mag hem blijven verkopen en dat maakt hem voor PSA tot een zeer welkom geschenk: het platform voor een in eigen huis ontwikkelde EV levert pas in 2019 een eerste model op. Hoe PSA in 2023 80 procent van zijn modellen op stroom wil laten rijden, staat in de sterren geschreven.

    • Bas van Putten