Column

Een opsteker, maar de Fransen moeten nog

Column De zogenaamd onvermijdelijke opmars van het nationaal-populisme is woensdag gestuit, schrijft , maar in Frankrijk staan de pro-Europese krachten nog wat te wachten.

Buitenlandse journalisten kwamen afgelopen dagen naar Almere, Volendam en Den Haag zoals verslaggevers naar een brandmelding. Daar was een verhaal te halen! Maar de brand bleef uit. Plot weg. Hun held Geert – tuurlijk, als kiezer zouden ze niet op hem stemmen maar als verhalenvertellers zijn ze dol op hem – had niet geleverd. Niet de campagne gedomineerd, niet de grootste van het land, niet zijn beste score ooit. Wilders heeft minder dan één op de zeven kiezers overtuigd van islamverbod, Nexit en de rest van het PVV-A4-tje. Hoe hier als verslaggever uit Canada of Spanje voor je kijkers thuis toch een verhaal van te maken? Met een nieuwe hoofdpersoon. Zo werd Mark Rutte de held van Europa, de centrumrechtse leider die de nationaal-populistische storm na Brexit-Trump eigenhandig keert. Nederland als stormkering. Een prachtige gezamenlijke prestatie van het Nederlandse kiesvolk, waar D66 en GroenLinks als onbeschroomd pro-Europese winnaars extra trots op mogen zijn en die Rutte als minister-president kan en mag belichamen.

Populisme niet onvermijdelijk

De grootste bijdrage van onze stembusuitslag aan het Europese verkiezingsjaar 2017 is dat wij de natuurkrachtretoriek van het nationaal-populisme hebben doorkruist, zijn valse historische onvermijdelijkheid geloochend. Wat hebben we na Brexit en Trump niet allemaal moeten horen? Een populistische vloedgolf zou het Europese vasteland bereiken. Een nieuwe dageraad zou aanbreken. Als dominostenen zouden de Europese democratieën omvallen. Een revolutionaire bevrijdingsbeweging – met voorgangers Steve Bannon, Nigel Farage en Boris Johnson – zou ons uit onze Brusselse ketenen komen bevrijden. Deze dwingende retoriek gaf de nationalisten zelfvertrouwen, energie, ook in ons land: Wilders leek gezien zijn half in het Engels gehouden speeches drukker met de populistische wereldrevolutie dan met het Binnenhof; ook de achter Baudet aanlopende professoren hunkerden naar meedoen met history in the making. De neplogica van ‘een nieuw tijdperk’ is op 15 maart doorbroken. Een belangrijke psychologische slag. Daarom was niet alleen Geert Wilders zo beteuterd woensdagavond; ook Marine Le Pen van het Front National was frappant stil.

Finale

Toch is de strijd nog niet ten einde. Rutte noemde onze verkiezingen de kwartfinale, de Franse de halve finale en de Duitse de finale. Dit beeld klopt niet helemaal. De finale, dat zijn de Franse verkiezingen. De Duitse dit najaar zijn louter naspel; in het grote verhaal spelen Merkel en haar uitdager Martin Schulz voor dezelfde ploeg: team-Europa. In Frankrijk gaat het hard tegen hard tussen anti- en pro-Europese krachten, zeker als het slotduel op 7 mei uitdraait op FN-leidster Le Pen tegen sociaal-liberaal Emmanuel Macron. Wilders eindigde met 13 procent; Le Pen staat in peilingen voor de eerste ronde op 26 procent en kan in de tweede boven de 40 eindigen. En terwijl Wilders ooit binnen centrum-rechts begon en van daaruit tot isolement radicaliseerde, maakt Le Pen juist een beweging van de flanken richting centrum en aanvaardbaarheid. Bovendien ontbreken aan het Nederlandse crisisgevoel, zoals Christophe de Voogd deze week in Le Monde schreef, twee dimensies die het Franse wel kent: bij ons gaat het economisch goed, en vooral: we hebben geen massa-aanslagen meegemaakt, terwijl Frankrijk sinds 2015 ruim 200 terreurdoden te betreuren had. Deze verschillen verklaren Le Pens sterke uitgangspositie.

Dat het zogenaamd onstuitbare nationaal-populisme woensdag een klap kreeg is enorme winst, maar betekent niet dat de onvermijdelijkheid nu de andere kant op werkt. Het blijft politiek.