Derek Walcott was de Homerus van de Cariben

Overleden De Nobelprijswinnaar overleed deze week op 87-jarige leeftijd.

De Homerus van de Cariben: zo is Derek Walcott, de Nobelprijswinnaar uit 1992, kort te typeren. De bekendste Caribische dichter om wie het al lang stil was omdat hij al enige tijd ziek was, werd vooral beroemd met het gedicht Omeros. Je moest achter de titel niet te veel zoeken legde Walcott in 2008 uit tijdens een interview aan deze krant: „De Caribische en Griekse archipel worden nogal eens met elkaar vergeleken en daarom wilde ik die elementen in een nieuwe omgeving gebruiken. Maar het was niet mijn bedoeling om de Odyssee en de Ilias te kopiëren. Omeros is geen groot verhaal, ik volg niet duidelijk een plot en het is eigenlijk heel simpel: het gaat over een visser, die liefheeft en doodgaat.” Deze week overleed de dichter op 87-jarige leeftijd.

De liefde voor de zee, is iets waar de in 1930 op St Lucia geboren dichter vaak op terugkwam in zijn werk. Hoewel het de bedoeling was dat hij schilder zou worden, koos hij voor de poëzie. Die was hem door zijn moeder met de paplepel ingegeven, en haar invloed was groot, aangezien zijn vader nog voor zijn geboorte was overleden. Zelf zou hij vanaf de jaren vijftig heen en weer pendelen tussen de Verenigde Staten en St Lucia. De Amerikaanse invloed is terug te vinden in de dichters die hij bewonderde en met wie hij ook bevriend was: Robert Lowell en Elizabeth Bishop. Het eiland bleef hij tot zijn dood trouw, zoals ook te zien is in de mooie documentaire die Het uur van de Wolf over hem uitzond in 2014.

Walcott debuteerde in 1948 met 25 Poems. Hierin dicht hij over de eilanden, over New York, over de afstand tussen Afrika, Europa en de Nieuwe Wereld. Het zijn afstanden die een geschiedenis met zich meedragen, afstanden die overbrugd werden door de zee. Die zee is het begin en het einde van vrijwel al zijn dichtwerk. Zelf zei hij erover: „De Caribische zee is prachtig, mijn leven is er onlosmakelijk mee verbonden. Ik zwem veel en ben ook graag op het strand. De zee brengt je terug bij je verleden, en bij je thuis.” Dat de idylle van de zee steeds meer bedreigd werd door toerisme sneed hij aan in zijn gedichten met regels als:

De schepen aan de horizon zijn het bewijs van onze verdwaaldheid. / Nog slechts terug te vinden / in toeristenfolders, achter verrekijkers.

In 1962 bereikte hij een breder publiek toen van hem In a Green Night: Poems 1948-1960 (1962) verscheen waarin hij dichtte over de gevolgen van (neo)kolonialisme. In totaal verschenen er twintig dichtbundels van hem, ongeveer evenveel toneelstukken en enkele essaybundels. Maar het waren vooral zijn gedichten die hem wereldfaam bezorgden, en dan met name Omeros. In deze bundel koppelt hij de Trojaanse oorlog aan de Caribische onafhankelijkheid, maar heeft hij oog voor de ontwikkelingen na de onafhankelijkheid. Schitterend is bijvoorbeeld de scène waarin hij beschrijft hij hoe boos de hoofdpersoon Achilles wordt, een visser, wanneer toeristen hem willen fotograferen na een dag hard werken op zee:

‘… de toeristen op hen aangestoven om het tafereel te vangen, / als meeuwen vechtend om een vangst; Achille schreeuwde dan / tegen hun klikkende camera’s en wierp een denkbeeldige land. // het was de kreet van een krijger die zijn enige ziel verliest / tegen de klik van een cycloop.’

Engagement verwoord in indrukwekkende verzen, dat was voor de Nobelprijscomité aanleiding hem de prijs te geven. „Voor een poëtisch oeuvre met grote helderheid, gedragen door een historische visie die uit een multicultureel engagement is voortgekomen”, oordeelde het comité toen over zijn werk. Helemaal onbesproken was de veelbekroonde dichter niet: zijn ruzies met V.S. Naipaul (die volgens Walcott een te gekleurd beeld ophing aan het Caribische gebied), de seksuele intimidatie waardoor hij in 2009 geen poëziedocent in Oxford kon worden en zijn hekel aan mensen die vanuit een white privilege-houding politiek incorrect of juist te politiek correct waren – ze bleven niet onopgemerkt.

In 2004 verscheen zijn laatste bundel The Prodigal. Hierin keert een verloren zoon terug naar huis, nadat hij jaren naar uiteenlopende plaatsen als Milaan, Colombia, de Alpen, Manhattan en Berlijn is geweest. Na verschijning had Walcott zelf al aangegeven dat dit zijn laatste bundel zou zijn, „maar dat zeg ik altijd, voor de zekerheid”, voegde hij eraan toe. Er zou er echter nog een volgen: White Egrets. Hij kreeg er nog de T.S. Elliotprijs 2011 voor. Dat het deze keer om een definitief afscheid ging, maakte de New York Times duidelijk toen de krant in een lovende recensie schreef: ‘It is an old man’s book, craving one more day of light and warmth; and it is a book of stoic reckoning.

    • Toef Jaeger