De slagkracht van het Koninkrijk

World Baseball Classic

De uitzonderlijke prestaties van de Nederlandse honkbalploeg staan in contrast met hoe het met de sport in Nederland zelf gaat.

Jurickson Profar van de Nederlandse ploeg haalt uit tegen Israël in de eerste ronde van de World Baseball Classic, in Seoul. Foto Ahn Young-joon / AP

Hensley Meulens moest het toch even benadrukken, nadat het Nederlands honkbalteam waarvan hij de coach is woensdag grootmacht Cuba met 14-1 had gekleineerd: jongens, het is geen geheim meer dat dit een sterrenploeg is. Underdog, het zal allemaal wel, maar ook hij weet dat Nederland dat stadium deze World Baseball Classic (WBC) nu wel voorbij is. 2009, ja, dat was opzienbarend. Won het nietige Nederland zomaar twee keer van de Dominicaanse Republiek, dat een team vol sterren uit de Amerikaanse MLB (Major League Baseball) naar de Classic stuurde. Of 2011, toen Nederland wereldkampioen werd in Panama, na een finale tegen Cuba. En 2013, wederom op de World Baseball Classic, toen Nederland dé verrassing was toen het de halve finale haalde.

Nu niet, in ieder geval veel minder. Waar sportzender ESPN Nederland nog voorzichtig op plek negen van alle landen inschaalde voorafgaand aan het toernooi, noemde The New York Times ze gewoon wat ze zijn: een van de favorieten.

Bekijk een samenvatting van de wedstrijd tegen Cuba.

En er staat niet een volledig andere ploeg dan vier jaar geleden. Het zit hem in vier jaar extra ervaring voor een team dat op andere internationale toernooien al hecht is, maar waarvan de grootste talenten van toen nu echt gearriveerde sterren zijn. Dat zijn overigens de spelers die er vanwege het moordende programma van de MLB in principe alleen voor een prestigieus toernooi als de WBC, het WK bij gebrek aan een alternatief, bij zijn.

Gevestigde namen

Neem Xander Bogaerts, de Arubaan die in 2013 nog in de lagere minor leagues speelde voor de Boston Red Sox, maar inmiddels de vertrouwde korte stop van het grote team is en afgelopen seizoen zelfs de All-Star Game haalde. Hetzelfde geldt voor Curaçaoënaren Andrelton Simmons (Los Angeles Angels), Jonathan Schoop (Baltimore Orioles) en Jurickson Profar (Texas Rangers). Met Didi Gregorius van de New York Yankees – geboren in Amsterdam, maar op jonge leeftijd verhuisd naar Curaçao – erbij heeft Nederland eindelijk ook een team vol sterren uit de Verenigde Staten. En past het ook logischer in een veld met landen die vrijwel uitsluitend spelen met die gevestigde namen.

Een voordeel voor Nederland is dat het beduidend minder moeite had die sterren los te weken van hun clubs. Juist in bakermat Amerika leeft de WBC niet, ook al stijgt het aanzien. Amerikaanse spelers kijken er zelf niet erg naar uit, de clubs al helemaal niet, want de WBC wordt gespeeld terwijl de voorbereiding op het nieuwe MLB-seizoen volop bezig is. De spelers van het Nederlands team hechten er wel degelijk waarde aan.

Het Nederlands team blijft een opvallende en – in het geval van de WBC – vluchtige mix. De topspelers – eigenlijk sowieso alle slagkracht die de ploeg zo goed maakt – komen van Aruba of Curaçao. Het is dan ook het Nederlands Koninkrijksteam. De twee eilanden hebben een veel grotere honkbalcultuur dan Nederland. De pitchers komen dan weer voor een groot deel uit Nederland zelf. De meerderheid van de selectie speelt in de Verenigde Staten, al dan niet op een lager niveau, maar vooral de pitchers komen uit in de Nederlandse Hoofdklasse. Maar allemaal hebben ze Amerikaanse ervaring.

Internationaal succes

Deze mix heeft Nederland nu al vele jaren internationaal succes opgeleverd, zelfs zonder de tijdelijke toevoeging van de grote jongens uit de MLB. Zo werd het naast de eerder beschreven resultaten op de grootste toernooien al 22 keer Europees kampioen, voor het laatst nog afgelopen jaar in eigen land. Ook de Honkbalweek Haarlem werd sinds 2004 al vier keer gewonnen, wederom ook vorig jaar. Maar het internationale succes staat scherp in contrast met hoe de sport ervoor staat in Nederland zelf.

Het ledental van honk- en softbalbond KNBSB loopt al jaren licht terug; in 2015 waren het er 21.257, twee jaar eerder nog 22.174. Van hen spelen er 9.577 honkbal.

De Hoofdklasse, de nationale competitie, is bovendien voor veel spelers de plek waar je speelt als je carrière nog niet echt begonnen is, of waar je speelt als het in het buitenland – met Amerika voorop – niet wilde lukken. Elke honkballer met een droom wil het daar proberen.

Het niveauverschil is enorm

Europees gezien behoren de beste Hoofdklasseteams tot de top. Maar vergeleken bij het Amerikaanse honkbal is het niveauverschil enorm, zei pitcher Rob Cordemans, actief op de WBC, vorig jaar in een interview met NRC. De beste Hoofdklasseteams zou je moeten vergelijken met teams op een paar niveaus onder de Major League, legde hij toen uit. En: als een honkballer terugkomt uit de Verenigde Staten, is hij altijd nog goed genoeg voor de Hoofdklasse. Bovendien moet je er niet spelen als je ook daadwerkelijk geld wilt verdienen met de sport.

De positie van de Hoofdklasse werd alleen maar wankeler toen het Haarlemse Kinheim eind vorig jaar bekendmaakte zich voor komend seizoen terug te trekken. Jarenlang draaide het team uit dé honkbalhoofdstad van Nederland bovenin mee, nu kon het geen selectie meer op de been brengen. Nog onheilspellender: geen team dat Kinheim kon of wilde vervangen.

Lees ook: Dromen van de VS mag. Maar wel met mate.

Amper een maand later werd bekend dat de afgelopen editie van de Honkbalweek Haarlem de laatste was: te weinig sponsorinkomsten, dus weg was de financiële buffer.

De halve finale van maandag moet het honkbal – ook in Nederland zelf - maar even reden tot juichen geven.

    • Frank Huiskamp