Column

‘Hardwerkende Nederlander’ zijn is helemaal niet leuk

Politici noemden in de campagne steeds ‘de hardwerkende Nederlander’. Maar hard werken is helemaal niet verstandig.

Wat mij opviel aan deze verkiezingscampagne is dat ‘de boze witte man’ een beetje uit is en dat het nu ‘de hardwerkende Nederlander’ is die de klok slaat. Je kon in ieder geval geen debat aanzetten of het ging over hem. Vooral dinsdagavond in het NOS-slotdebat vlogen „de hardwerkende Nederlanders” je om de oren. Je zou denken dat alle hardwerkende Nederlanders toen allang op één oor lagen met de bammetjes gesmeerd in de broodtrommel in de koelkast, maar nee, met name Sybrand Buma en Mark Rutte haalden ze steeds van stal.

Als metafoor voor de Nederlander die het meest in zijn portemonnee wordt gepakt terwijl langharig werkschuw tuig de hele dag in hun nest kan blijven liggen (ik zeg het nu even in mijn eigen woorden); als metafoor voor de Nederlander die zijn koopkrachtplaatje steeds weer ziet vervagen en als de kurk waarop onze samenleving drijft – zachtwerkend Nederland kwam niet aan bod. Nu we ‘sterker uit de crisis’ komen is het blijkbaar weer tijd ons de pleuris te gaan werken.

Ik voelde me zelf niet zo aangesproken. Ik ken ook eigenlijk niet zoveel hardwerkende Nederlanders. Ze zaten in ieder geval niet op de overvolle terrassen waar ik afgelopen week zat.

Ja, een paar hardwerkende mensen, die ken ik. Die kom ik wel eens tegen als ze staan te stofzuigen en de wc’s schoonmaken. Die doen niet aan Facebook of Twitter, ze volgen de politiek niet zo goed. Ze lezen deze column bijvoorbeeld ook niet. Je kunt zelfs stellen dat iedereen die dit leest géén hardwerkende Nederlander is. Het is ook helemaal niet leuk om een hardwerkende Nederlander te zijn. Ik heb het zelf ook een tijdje gedaan, maar ik deed er eigenlijk niemand een plezier mee.

Ik zou sowieso wel willen weten wie bepaalt of je een hardwerkende Nederlander bent, kan je dat ergens vragen? Of hebben die politici soms een immens functioneringsgesprek door Maurice de Hond laten uitvoeren? En hoe lang werken die hardwerkende Nederlanders dan eigenlijk? Is het een momentopname, of werken ze hun hele leven heel hard?

Ik vond het onverstandig dat de politici dat er niet allemaal bij zeiden. Sterker nog, in hun woorden klonk juist een beetje door dat het te prijzen valt als je een hardwerkende Nederlander bent. Terwijl ik weet dat het juist helemaal niet zo verstandig is, om hard te werken. Ja, een paar weken ofzo. Als iets af moet. Maar op de lange termijn heb je alleen maar jezelf ermee. Je hebt van die politici die hardwerkende Nederlanders zelfs „de ruggengraat van de samenleving” noemen. Dan denk ik: het zijn juist de hardwerkende Nederlanders, die elk moment kunnen instorten.

En dan kan hard werken ook nog met inefficiëntie te maken hebben, hè. Dat ze dus enorm hard lopen te werken, maar dat er eigenlijk amper iets uit hun handen komt. Of dat ze keihard werken, maar aan het verkeerde dode paard staan te trekken. Of dat ze een rotbaas hebben die hen uitbuit.

Ik hoop dus maar dat al die „hardwerkende Nederlanders” deze week iemand hebben gehad die zei: joh, doe maar een tijdje wat rustiger aan en laat je niet opjagen door die politici. En voor al die politici: als je de volgende keer ‘hardwerkende Nederlanders’ wil bereiken, kan je er beter voor zorgen dat ze wat minder hard hoeven te werken.

Taaltips? Dat kan op Twitter via @Japked