‘Broodjeaapverhalen zijn de sagen van nu’

Maandag is het Wereldverteldag. Want verhalen vertellen is tijdloos, aldus hoogleraar volksverhalen en vertelcultuur Theo Meder. Vroeger gingen ze over Doornroosje, nu over plakplaatjes met LSD of moordlustige clowns.

De Nachtmerrie, het kwaadaardige wezen dat ’s nachts op je borst kwam zitten. Schilderij van Johann Heinrich Füssli

Ooit gehoord van dat verhaal over die Hells Angels? Ze huurden een huisje bij Center Parcs en openden de deur voor het gezin dat het huisje na hen betrok. Het gezin schrok. Maar de mannen tilden vriendelijk de koffers naar binnen en zeiden: ‘Gaan jullie maar even wandelen terwijl wij de boel schoonmaken.’ ‘Wat kan je je toch in mensen vergissen’, dachten de gezinsleden. Maar toen ze na de vakantie hun fotorolletje ontwikkelden, zagen ze hun tandenborstels uit de blote billen van de Hells Angels steken.

Theo Meder

De anekdote over de Hells Angels is een bekend eigentijds broodjeaapverhaal, aldus Theo Meder, bijzonder hoogleraar volksverhaal en vertelcultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen en oprichter van de online Nederlandse Volksverhalenbank. Van verhalen over plakplaatjes met lsd die aan kinderen worden uitgedeeld tot geschminkte clowns die tijdens Halloween met bijlen rondzwaaien: de vertelcultuur in Nederland is nog steeds springlevend. Alleen vertellen we elkaar nu niet meer over Reinaert de Vos maar over de poema op de Veluwe. Meder: „Elk jaar duikt er wel een verhaal op over een exotisch dier dat in ons keurig aangeharkte Nederland ineens een kind zou kunnen bespringen.”

De verhalen die deze maandag op Wereldverteldag worden verteld zijn anders dan die in de Middeleeuwen, vertelt Meder. „Sprookjes waren destijds bedoeld voor adolescenten en volwassenen. In de oorspronkelijke versie werd Doornroosje niet wakker gekust, maar een paar keer verkracht. De prins zag een buitenkansje toen hij haar slapend aantrof.” Legenden en sagen waren toen ook populair, zegt Meder, bijvoorbeeld over het kwaadaardige wezen Nachtmerrie dat ’s nachts op je borst kwam zitten zodat je geen adem meer kon halen. „Sagen vertellen waar je voor moet oppassen. Denk aan de duivel, witte wieven en watergeesten. Sinds de jaren zeventig heten deze sagen broodjeaapverhalen, of urban legends. Het zijn verhalen die waar zouden kunnen zijn, maar dat niet zijn. Ze gaan over aardse zaken zoals motorbendes, dieven en kinderlokkers.”

Complottheorieën kwalificeren ook als moderne sagen, denkt Meder. Zoals het verhaal over chemtrails: op internet circuleert het verhaal dat overheden en farmaceutische bedrijven de bevolking ziek maken of tegen buitenaardse wezens beschermen door met vliegtuigen chemicaliën in de lucht te sproeien. Meder: „Kwetsbare mensen die het idee hebben dat de wereld hen in haar greep heeft, zijn daar gevoelig voor. De PVV is door dit soort broodjeaapverhalen groot geworden. Net als Trump, die ironisch genoeg de verhalen die hem niet aanstaan afdoet als fake news.”

De PVV is door broodjeaapverhalen groot geworden

De urban legends komen over het algemeen uit het buitenland overwaaien, zegt Meder. Net als onze oude volksverhalen, die doorgaans een Romaanse en Germaanse oorsprong hebben. De enkele sprookjes en sagen waarvan we weten dat ze een Nederlandse oorsprong hebben, komen uit het Waddengebied. Bijvoorbeeld dat over een oud vrouwtje op Terschelling, het Stryper Wyfke, dat in 1666 het eiland behoedde voor verdere plundering door Engelse soldaten. Toen de Engelsen haar vroegen wat er in de verte te zien was, zei ze: ‘Ze staan er met honderden, maar liggen er bij duizenden”, waarop de Engelse soldaten rechtsomkeert maakten. In werkelijkheid keken ze niet naar Hollandse versterking maar naar een kerkhof.

Slechts enkele verhalen zijn van buiten Europa afkomstig, waaronder het verhaal over de mythische spin Nanzi, naar de Surinaamse en Antilliaanse spin Anansi. Turkse kinderen kennen natuurlijk ook verhalen uit Turkije, zoals beschaafde mopjes over de geestelijke Nasreddin Hodja, die domme maar toch slimme dingen doet. Professionele verhalenvertellers zijn de enige autochtone Nederlanders die deze verhalen ook kennen, zegt Meder.

Wat kenmerkt een begenadigd verteller? Volgens Meder vertelt hij alsof hij het verhaal voor zich ziet. „Een goede verteller kan een kind dat normaal gesproken geen vijf seconden stilzit, een half uur doodstil laten luisteren. Ik ken een verteller die het als het grootste compliment beschouwde toen een jongen van vijf na afloop zei: ‘Dankuwel meneer, voor deze film.’”

Professioneel verteller Raymond den Boestert vertelt speciaal voor NRC een verhaal over verhalenvertellers

De opkomst van internet heeft de verhalencultuur niet geschaad, zegt Meder. Er zijn tientallen professionele vertellers in Nederland actief. Bovendien was schrift altijd onderdeel van de vertelcultuur, zegt Meder. „Mensen lazen anekdoteboekjes, vertelden verhalen door, schreven die weer op. Die wisselwerking is niet veranderd.” Maar internet is wel een grote bron voor broodjeaapverhalen, erkent Meder. „Mensen doen er nieuwe anekdotes op, en vertellen die weer door.” Andersoortige, echte verhalen raken daarom wel eens ondergesneeuwd. „Als journalist of wetenschapper zou je willen dat er meer wetenschappelijk onderbouwde kennis in omloop komt, zodat er niet meer in de broodjeaapverhalen wordt geloofd.”