Recensie

Bezonken Liszt door De Leeuw

Reinbert de Leeuw is al jaren gefascineerd door Liszts Via crucis. Met het Nederlands Kamerkoor gaf hij gisteren een trefzekere uitvoering.

Voor Reinbert de Leeuw is Liszts Via crucis wat je noemt een lijfstuk. Van de vier overgeleverde versies zette hij er twee op plaat (beide goed voor een Edison). Met het Nederlands Kamerkoor voerde hij gisteravond de variant voor koor en piano uit in het Muziekgebouw aan ‘t IJ.

Toen Liszt zijn Via crucis componeerde, had hij al een heel leven achter zich. Dat hoor je. Zijn verklanking van de veertien kruiswegstaties is zowel een van zijn radicaalste als een van zijn meest ingetogen stukken. Radicaal, omdat hij zich anno 1878 al op het randje van de atonaliteit begaf. Ingetogen, omdat de noten resoluut zijn ontdaan van alle franje. Bij de late Liszt sleept Christus zijn kruis door een kaal, verlaten klankschap dat opdoemt in uitgebeende melodieën, fragmentarische koorzang en fluisterdynamieken.

Spijkerharde akkoorden

De Leeuws interpretatie kenmerkte zich door eenzelfde bezonken essentialisme. Trefzeker wisselde hij onthecht pianospel af met spijkerharde akkoorden op het moment dat Christus aan het kruis wordt genageld. Het Nederlands Kamerkoor zong als één stem in de gregoriaans getinte passages en de twee Bachkoralen, maar liet eveneens sereen gezongen solo’s horen. Van een engelachtige schoonheid: de drie Stabat Mater-trio’s.

Vijftig tinten wit

Ook Goebajdoelina’s Jetzt immer Schnee ligt De Leeuw na aan het hart sinds hij in 1993 de première dirigeerde. In de cantate, op poëzie van Gennadi Aigi, tovert de componiste een mystiek winterlandschap voor oren. Vijftig tinten wit, waarin niettemin een baaierd aan kleuren doorschemert. Gefluister, spreekkoren en flarden melodie wervelen als stuifsneeuw rond bij monde van een ruimtelijk opgesteld koor. Zwermende blazers en raspende strijkers lossen in de slotmaten op in een aureool van aangestreken flexatones.

Onder De Leeuw voorzagen Asko|Schönberg en het Nederlands Kamerkoor de detailrijke partituur van een dwingende grote lijn, die langs adembenemende climaxen voerde.

    • Joep Christenhusz