Zo druk was het nooit eerder in het Witte de Withkwartier

Horeca-overlast

Luid gepraat, geurtjes en afzuiginstallaties die klinken als stofzuigers. De spanningen tussen horeca en bewoners in het Witte de Withkwartier lopen op. „We hebben dit te lang laten gaan.”

Situatie aan de achterkant van de Witte de Withstraat. Uitbouw, terras en afzuiginstallaties zijn goed zichtbaar. Foto's: Walter Herfst

Het is de eerste lenteachtige dag van het jaar en de zon schijnt op het voetbalveldje aan de Schiedamsesingel, bij de Witte de Withstraat. De avond en nacht daarvoor hebben daar nog honderden mensen een biertje staan drinken. Op straat. „Zo druk als het er nu is, is het vroeger nóóit geweest”, zegt Perry Kruithof. Hij groeide op in de buurt en trapt er nog steeds elke zondagmorgen een balletje met zijn vrienden.

Kruithof heeft de mensenmassa de afgelopen jaren bezit zien nemen van de populairste uitgaansstraat van Rotterdam. En dat is niet voor iedereen even leuk omdat veel mensen ook veel geluid maken terwijl de omwonenden ook gewoon willen slapen. „Het is niet normaal meer. Als ik het raam open zet hoor ik het geroezemoes op de achtergrond, ook al woon ik hier nog best een eindje lopen vandaan.”

Hij pakt zijn telefoon erbij en laat een opname van het geluid horen. Er klinkt hard geruis. „We hebben het veel te lang laten gaan als buurtbewoners. Er is zóveel horeca bijgekomen de afgelopen jaren, het is doorgeschoten. Wat mij betreft kan er wel wat af. Het is te druk op de Witte de Withstraat. De terrassen kunnen het nauwelijks aan.”

Maar horecavergunningen weghalen bij de ondernemers die daar nu zitten, kan niet, zegt Suardus Ebbinge (D66), voorzitter van de gebiedscommissie Centrum. „Dat is niet realistisch.”

Al zijn er uitzonderingen. Als een ondernemer slecht gedrag vertoont, staat de gemeente wel op, zoals tegen nachtclub Tootsie’s Champagnebar annex restaurant The Red Lobster aan de Eendrachtsweg. Die wilde iedereen weg hebben omdat de gasten ‘s ochtends vroeg dronken door de straten liepen te lallen, volgens een bewoonster. Zelfs in dat geval duurde het jaren voor dat de vergunning ingetrokken kon worden en de clubs dicht moesten: pas nadat bleek dat er harddrugs werden gebruikt in de zaak, de eigenaar in beschonken toestand leiding bleek te geven en een medewerkster klappen van hem had gekregen, zo blijkt uit een uitspraak van de rechter van twee weken geleden.

„Kun je nagaan”, zegt Ebbinge, „hoeveel iemand fout moet doen voordat de gemeente zijn horecavergunning af kan pakken.” Wat Ebbinge betreft verandert dat. „Een ondernemer moet de ruimte krijgen om te ondernemen. Maar als hij de regels overtreedt, moet de gemeente meteen in kunnen grijpen.”

Nieuw hotel

De vraag is wel wat die regels dan zijn. Want dat is niet altijd even duidelijk. Bewoner Jaap van Es, architect, van de Eendrachtsstraat - een zijstraat van de Witte de Withstraat - zit zich bijvoorbeeld op te vreten over een plan van pandeneigenaar Kick Smol. Smol groeide op in Spangen maar kent de buurt van kind af aan. Zijn vader Henk had er vastgoed, en in de jaren negentig woonde hij zelf ook op de Witte de Withstraat.

Smol wil het pand van het voormalige Home-hotel aan de Witte de Withstraat – zijn eigendom – ombouwen tot een hotel met een uitbouw in de achtertuin. Die komt uit op de tuin van het naast gelegen Japanse fast food restaurant Wagamama die er een stenen siertuin heeft, ook eigendom van Smol. En die siertuin grenst weer aan die van Van Es.

„Als Smol de tuin van Wagamama bij het nieuwe hotel trekt en er een terras van maakt, verhuis ik naar Amsterdam”, zegt Van Es. „Dan zit daar elke avond zeker een stuk of honderd man in de tuin bij mij naar binnen te kijken. We hebben het huis juist helemaal van de straatkant afgeschermd zodat je privacy hebt. Die zijn we dan kwijt. Als ze daar gaan zitten kletsen, klinken hun stemmen door in ons huis. Ook al hebben we driedubbel glas. Het geluid gaat daar dwars door heen omdat de muren van de huizen rond om van de binnentuin werken als een klankkast. Elk geluid weerkaatst.”

Als Smol dat hoort, raakt hij een beetje over zijn toeren. „Ik heb met ze gepraat en gezworen dat we geen terras maken in de tuin van het hotel. Ik zet zo een handtekening onder een document om dat te garanderen. Dus ik begrijp niet waarom ze me niet gewoon geloven.”

Van Es heeft het helemaal gehad met het uitbouwplan van Smol, zegt hij, en stapt naar de rechter om de bouw van het nieuwe deel in de tuin stil te leggen. Omdat het volgens hem niet mag. Hij pakt er een tekening bij die de commissie Welstand van de gemeente goedgekeurd heeft. „Hier staat dat er een winkelpand achter het hotel aangebouwd wordt. Maar het wordt helemaal geen winkel. Het wordt een hotel.”

„Staat er winkelpand?”, zegt Smol. Misschien komt dat omdat er op die plek een bestemming zit voor een winkel, een kantoor of een hotel, mijmert Smol. „Het kan dus alledrie. Maar er zal nooit een horecagelegenheid kunnen komen zoals je die in de rest van de straat hebt. Omdat je er geen alcohol mag schenken. Dat staat in het bestemmingsplan. Dat heb ik de huurders ook gezegd.”

Die huurders, dat zijn de eigenaren van City Hub, een hotelconcept waarbij een pand wordt volgebouwd met slaapcabines voor twee personen. Daarbuiten kunnen de gasten in een ‘lounge’ verblijven.

Hoewel Smol ze dus op het hart gedrukt heeft dat er geen alcoholvergunning op het pand kan komen, hebben de eigenaren van City Hub tijdens de inspraakavond van de gebiedscommissie eind februari betoogd dat ze die wèl willen. Want, zo redeneren zij, „een hotel zonder biertje, is als een frietje zonder mayo.”

„Daar begint het al”, zegt Van Es. „Ze beginnen zonder alcoholvergunning, maar proberen die nu toch te krijgen. Zo gaat het iedere keer.”

Afzuiginstallaties

De gebiedscommissie Centrum heeft in haar horecaplan voor komende jaren een slot op de aanvragen voor nieuwe horecavergunningen gezet. ‘Consolideren’, heet dat in ambtenarentaal. Daar waren de bewoners blij mee, zo lieten ze weten tijdens de inspraakavond. Tót dat ze een regeltje in het conceptplan lazen over experimenteren met horecaterrassen in de binnentuinen. „De kans is groot dat dit regeltje er weer uit gaat”, zei Ebbinge tijdens die avond.

Als de meerderheid van de gebiedscommissie naar de bewoners van het centrum luistert tenminste. Want let wel, zo zeiden die bewoners: de binnentuinen wórden al overmatig belast. En dat is niet alleen vanwege de terrassen die sommige ondernemers daar exploiteren, maar ook vanwege de afzuiginstallaties van de horecakeukens die daarop uitkomen.

Eén van de buren van Van Es is al maanden aan het procederen via milieudienst DCMR om het geluid van de afzuiginstallatie van hamburgercafé Ter Marsch omlaag te krijgen. Als hij aanstaat klinkt het alsof er een stofzuiger aan staat. „Zit je op je balkon, krijg je dat ding naast je oor”, zegt de buurman. „Dat is niet prettig.”

En daarbij komt, legt hij uit, dat Ter Marsch niet de enige is met zo’n gigantische afzuiginstallatie. Die hebben alle restaurants aan de Witte de Withstraat en de Eendrachtsweg waarvan de binnentuinen aansluiten op die van Van Es en zijn buren. „Probleem is dat de DCMR per afzuiginstallatie meet of het geluid onder de 40 decibel blijft”, zegt de buurman. „Maar wat denk je dat je hoort als ze alle tien tegelijk aanstaan?”

Meer dan 40 decibel dus. „Maar dat meten ze niet.”

De eigenaar van Ter Marsch, Pim de Lange, heeft er kopzorgen aan. „We zijn er al een hele tijd mee bezig. We hebben een isolatiekast om de motor van de afzuiger gebouwd en extra isolatie om de afvoerpijp gemaakt. Dat kost tienduizenden euro’s. Maar daar gaat het niet om. De laatste keer dat de DCMR kwam meten zaten we op 44 decibel, 4 teveel dus. Als we dat niet omlaag krijgen moeten we een boete van 2.500 euro per 24 uur betalen. Dan kan ik de tent wel sluiten. Ik werk me rot om het voor elkaar te krijgen, maar we zitten hier ook met omgevingsgeluiden. Die heb je niet op de Veluwe. Maar daar zitten we niet. We zitten in de stad. We doen als ondernemers ontzettend ons best, en ik begrijp de bewoners ook. Maar we moeten wel in staat zijn om onze zaak te exploiteren.”

    • Lucette Mascini