Amsterdamse woonwethouder strijdt met markt

Huren

Een betaalbare huurwoning voor Jan Modaal? Die is in Amsterdam nauwelijks meer te vinden. Wethouder Ivens zoekt oplossingen.

(VLNR) Laurens Ivens (SP), Jan Paternotte (D66) en Eric van der Burg (VVD) geven een korte toelichting op het coalitieakkoord tussen de drie partijen in Amsterdam. Robin van Lonkhuijsen / ANP

Amsterdam is bereid een lagere grondprijs te accepteren van partijen die woningen met een ‘middenhuur’ willen bouwen. Dat zegt wethouder Laurens Ivens (Wonen, SP). Bij de „overkokende” woningmarkt ziet het stadsbestuur zich voor een hardnekkig probleem geplaatst, zegt Ivens. Er zijn onvoldoende huurwoningen voor 710 tot 1.000 euro per maand – waarbij 710 euro de bovengrens is van de sociale huisvesting; mensen die maximaal 36.165 euro per jaar verdienen.

Hoewel Amsterdam na de crisis en sinds de komst van een nieuwe coalitie in 2014 ongekend snel bouwt, neemt het aantal woningen in het middensegment nauwelijks toe. In 2015 en 2016 zijn er jaarlijks zo’n 2.000 woningen bijgekomen. Ivens: „Maar ik zie met lede ogen hoe ze aan de andere kant weer verdwijnen.”

Waar blijven die woningen? Corporaties verkopen delen van hun bezit. Door het puntensysteem, waarbij de WOZ-waarde zwaar weegt, komen sociale huurwoningen al snel boven de grens van de 710 euro uit. En particuliere eigenaren verhuren zulke ‘geliberaliseerde’ woningen dan niet tegen een gematigde prijs, maar vragen meteen meer dan 1.000 euro – dat wordt toch wel betaald. Ivens wijst op het project NorthOrleans in Amsterdam-Noord, waarbij piepkleine woningen, volgens de gemeente bedoeld voor studenten met weinig geld, aan expats worden verhuurd voor 1.200 euro per maand. „De markt faalt. Ik kan niet tegen de gekte opbouwen.”

Het stadsbestuur heeft weinig instrumenten om middenhuur te bevorderen. In erfpachtovereenkomsten kan de wethouder voorwaarden voor de huurprijs opnemen, en in bestemmingsplannen kan hij binnenkort woningen in dat segment aanwijzen. Maar dat kan alleen met nieuwe overeenkomsten en nieuwe plannen. Hetzelfde geldt voor de woningbouw. „Bij nieuwbouw kunnen we eisen stellen.”

Aan tafel

De wethouder heeft inmiddels met minister Plasterk (Wonen, PvdA) over de overkokende huizenmarkt gesproken. Sinds dit jaar trekt oud-burgemeester Rob van Gijzel (PvdA) door het land met een ‘samenwerkingstafel’ ter bevordering van de middenhuren. Aan die tafel zou Ivens graag het Platform Amsterdam Middenhuur (PAM) uitnodigen, een initiatief van vijf corporaties en vijf particuliere investeerders die tot 2025 zo’n 10.000 woningen in het middensegment willen bouwen. „Dan kan ik, gesteund door het ministerie, met hen over de voorwaarden overleggen.”

Als die PAM-bouwers werkelijk voor 25 jaar matige huurstijging willen tekenen, zegt Ivens, „heb ik geen moeite met een lagere grondprijs. Wij besturen niet de BV Amsterdam maar de gemeente Amsterdam.” Hij noemt het logisch dat de grondprijs daalt als de gemeente meer criteria vastlegt om maatschappelijke doelen te bereiken.

Wij besturen niet de BV Amsterdam maar de gemeente Amsterdam

Het is belangrijk goede afspraken met goede partijen te maken, onderstreept de wethouder. Hij wijst op woningen op de kop van het Java-eiland, waarvan de bouwer zich had vastgelegd op een gematigde huur voor de duur van vijftien jaar. Die termijn is verstreken en „de huren schieten meteen omhoog”.

Als SP’er, zegt Ivens, zit hij in een luxe-positie. „Ik heb geen moeite met overheidsingrijpen.” Belangrijker nog dan het ideologisch uitgangspunt van een partij met zes raadszetels: ook de anderen in de raad vragen met nadruk om overheidsingrijpen, nu ze zien dat de markt huizenprijzen en huren naar onbereikbare hoogten stuwt. De WOZ-waarde in Amsterdam steeg in twee jaar met 27 procent.

Als een nieuw kabinet het puntenstelsel aanpast en daar de WOZ-waarde als criterium uit haalt, is er al veel gewonnen, zegt Ivens. „Ik hoop dat een volgende minister van Wonen de kraan dichtdraait, dan hoef ik hier minder hard te dweilen.”

    • Bas Blokker