Recht & Onrecht

Wat de Nationale Politie en ‘the Bridge on the river Kwai’ gemeen hebben

Bevonden de bouwers van de Nationale Politie zich in een ‘mentaal krijgsgevangenenkamp’ vergelijkbaar met de geallieerde officieren die voor het Japanse leger de Kwai-rivier overbrugden? Bob Hoogenboom constateert in de Politiecolumn dat die brug beter in elkaar zat dan de Nationale Politie.

In 1957 verschijnt de film Bridge on the River Kwai. De Japanse kampcommandant Saito eist dat zijn Britse krijgsgevangenen een brug over de rivier bouwen. Nicholson, de hoogste Britse officier, weigert. Op grond van de Geneefse conventie hoeven krijgsgevangen officieren geen werk verrichten.  De bouw van de brug onder leiding van Japanners komt echter niet van de grond. Saito geeft toe aan de eisen van Nicholson. Deze neemt de leiding over en bouwt met zijn manschappen een prachtige brug.

Intussen zijn Britse commando’s onderweg om de brug op te blazen. Als Nicholson daarachter komt wil hij de vernietiging voorkomen. Hij is trots op het werk. Maar dan  realiseert hij zich op het laatste moment dat hij al die tijd voor de vijand heeft gewerkt. In commentaren wordt wel gewezen op dit leidmotief: hoe een in principe goedwillend persoon verblind kan raken en met oprechte bedoelingen toch een verkeerde keuze kan maken. Nicholson  blaast de brug op.

Lede ogen

Ik drink koffie met een hoge politieofficier die me vertelt over de Bridge on the River Kwai. De officier  ziet er een metafoor in voor het bouwen van de nationale politie. Hij moet me even helpen hier. Het is lang geleden dat ik de film zag. Saito is minister Opstelten. In zijn tijd als burgemeester van Rotterdam was hij mordicus tegen de nationale politie. Maar eenmaal minister, leidinggevend aan een enorm ministerie van Veiligheid en Justitie, acht hij de tijd rijp voor de bouw van de nationale politie.

De nieuwe Politiewet loodst hij door het Parlement. Opstelten zet de burgemeesters voor het blok. Zij zien met lede ogen de schaalvergroting aan. En hebben geen invloed meer door middel van geld. Tegelijkertijd  gijzelt de minister  de top van de Nederlandse politie. Die was – en is – overwegend georiënteerd op lokale (veiligheids)belangen. Voor de nationale politie hadden de korpschefs  veel autonomie. Zij waren ook ‘beschermd’ door een soort Geneefse conventie: zij werkten mondjesmaat mee aan bovenregionale – laat staan nationale belangen. Nu zijn zij in een nationaal keurslijf gedwongen. Een soort mentaal krijgsgevangenkamp.

Geen hecht team

Net als Saito, dwingt Opstelten de politie in korte tijd (tweede helft 2011/2012) een bouwtekening te maken: het Realisatie- en Inrichtingsplan. Met stoom en kokend water dient dit veranderingsproces vervolgens koste wat kost politiek slagen. Tegenspraak werd niet geduld. De Nicholson uit de film wordt Gerard Bouman. Dan gaan de film en werkelijkheid uiteen lopen. In de film is sprake van een doorwrocht ontwerp. Op het ontwerp nationale politie is van meet af aan grote kritiek door de bekendste politieonderzoeker in ons land Cyrille Fijnaut. Hij schrijft in 2012 ‘de kwartiermakers zijn jammer genoeg blijven hangen in achterhaalde operationele ‘filosofieën’ uit de vorige eeuw’.

Een ander verschil is dat de officieren – anders dan in de film – geen hecht team vormen. De top 61 van de nationale politie gaat natuurlijk meebouwen aan de nationale politie. Zij zijn in woord loyaal. In de praktijk richten zij zich gaandeweg weer meer op de burgemeesters en lokale veiligheidsissues. Zeker in de grote steden.

Op dezelfde dag dat ik koffiedrink wordt een pagina van de Telegraaf gevuld met kritiek op de vorming van de nationale politie: Politie verzuipt. Vakbond stelt vast dat politiek geen enkele belofte is nagekomen. De schaalvergroting en het sluiten van bureaus leiden tot een grotere afstand tot de burger. De aanrij-tijden zijn te lang geworden. Arrestanten moeten over grote afstanden worden vervoerd. En er zijn te weinig mensen om de gaten dicht te lopen. De uitrusting en bewapening worden als onvoldoende ervaren. De ICT-systemen deugen nog steeds niet. In de auto terug rijdend diezelfde avond luister ik naar een item op de radio over de lange wachttijden. Als burgers de politie bellen hangen ze soms twintig minuten in de wacht. De afgesproken norm is 20 seconden. Iedere dag gooien honderden burgers de hoorn erop.

Afgehaakt

Het ontwerp van de brug heeft feilen. Een deel van de bruggenbouwers aan de top heeft onvoldoende geloof en vele duizenden uitvoerders zijn allang afgehaakt. Er lopen nu verschillende evaluatieonderzoeken welke dit jaar publiek worden. De veranderkracht staat onder druk. Kamerbreed wordt om meer budget gevraagd na de verkiezingen. Het nieuwe kabinet kan veel repareren. Maar toch ook wordt al jarenlang zo nu en dan voorzichtig gepraat over een parlementaire enquête. In de kern gaat het in de evaluaties over de vraag of het project nationale politie wel of niet een kans van slagen heeft. Of eigenlijk aan het mislukken is. Dan is het Bridge on the River Kwai-scenario een reële optie.

De Politiecolumn wordt wekelijks geschreven een deskundige uit de politiewereld.

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.

    • Bob Hoogenboom