Opinie

    • Maarten Schinkel

Turken, pas op: een autocratie is duur

Meer macht voor de president! In 2009 hield Venezuela een referendum waarin het maximaal aantal termijnen dat een president kon zitten, werd afgeschaft. Die president was de in 2013 overleden Hugo Chávez, die er al veertien jaar zat op basis van een populistische ommekeer. Inmiddels is het land, ooit de vierde olieproducent ter wereld, een ravage met massawerkloosheid, hyperinflatie en krimp. En honger.

Autocraten kunnen een land naar de verdoemenis helpen. Aanvankelijk groeit de economie snel, vaak op basis van een zeer vrijgevig begrotingsbeleid en overdrachten aan het gewone volk. Maar uiteindelijk is de economische strategie onhoudbaar, moet de drukpers aan, komt de waarde van de munt onder druk te staan en lopen de prijzen pijlsnel op. Denk aan Robert Mugabe in Zimbabwe, met zijn bankbiljetten van op het laatst 100.000.000.000.000 Zimbabweaanse dollar.

Autocraten en dictators zijn slecht voor de economie, zo stelde de Utrechtse hoogleraar Jan Luiten van Zanden al in 2012, samen met Kostadis Papaioannou. In de onderzochte periode 1960 tot 2010 „blijkt er een sterk negatief economisch effect uit te gaan van de zittingsduur van een (autocratische) president”, aldus Luiten van Zanden. Elk extra jaar onder een dictator vermindert de economische groei met tussen de 0,1 en 0,15 procent. Per jaar. Dat lijkt weinig, maar het effect stapelt zich op.

„Na twintig jaar zwoegen onder een dictator is de groei van de economie tussen de 2 procent en 3 procent lager dan anders het geval zou zijn geweest.”

De inflatie loopt intussen op.

Het zou veel Turken te denken moeten geven. Inmiddels weet niet alleen heel Turkije, maar ook heel Europa dat de Turkse president Erdogan de bevolking op 16 april een referendum voorlegt dat zijn macht sterk uitbreidt.

Turkije staat er al niet al te best voor. Dat is zonde, want nog in 2012 loste het zijn allerlaatste tranche van leningen van het IMF af, na decennia van steun – en af en toe een regelrechte betalingsbalanscrisis.

Erdogan was van 2003 tot 2014 premier van Turkije en werd daarna president. Onder zijn bewind bedroeg de economische groei tot 2015 gemiddeld 4,7 procent per jaar. Maar over 2016 zal de groei vermoedelijk slechts 2,2 procent zijn geweest. De inflatie is intussen voor het eerst sinds vijf jaar weer boven de 10 procent. En de werkloosheid steeg in december met 1,9 procentpunt op jaarbasis, tot 12,7 procent. De jeugdwerkloosheid bedraagt 24 procent.

De terugval was te verwachten. De ruzie met Moskou over het neerschieten van een Russische straaljager in 2015, die leidde tot een boycot over en weer, hakte er al in. Terroristische aanslagen in Turkije schrikten toeristen af.

De spanningen met Moskou nemen af, maar de ruzie die Erdogan nu zoekt met Europa kan veel meer schade aanrichten. En die ruzie is niet los te zien van Erdogans persoonlijke ambitie: het winnen van het referendum.

De EU is alleen al goed voor de helft van het toerisme in Turkije – een voorname bron van inkomen en activiteit. Minister van Economische Zaken Nihat Zeybekci zei deze week tegen Bloomberg de economische groei omhoog en de werkloosheid omlaag te willen krijgen door méér export.

Maar toerisme is een vorm van export, alleen een waarbij de afzetmarkt ook nog eens per charter naar je toevliegt. Veel toeristen zullen worden afgeschrikt door de harde taal van Erdogan en het sluimerende gevoel niet veilig te zijn. Dat hebben Turkse werkers en ondernemers niet verdiend. Maar ze dreigen het toch te krijgen.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

    • Maarten Schinkel