De invloed van Dick Bruna in Japan

Bruna in Japan Precies een maand geleden overleed tekenaar Dick Bruna. In Japan heeft hij een grote invloed op ontwerpers.

Tan Tan Bo van Takashi Murakami, 2001

Toen Dick Bruna op 16 februari overleed, kwam de schok waarschijnlijk nergens zo hard aan als in Japan. Bijna 60 procent van de 85 miljoen uitgebrachte Nijntje-boeken is in Japan gekocht. Zelfs Bruna’s affiches en boekomslagen uit de jaren vijftig en zestig zijn hier bekend. Bruna heeft een lange schaduw nagelaten in de Japanse designwereld. Maar omdat zijn werk zo nauw verbonden is met de Japanse esthetiek, is het een onzichtbare schaduw.

Volgende maand opent in Tokio een grote tentoonstelling die het ‘geheim’ van de eenvoud van Bruna’s werk wil laten zien. „Japanners voelen zich aangetrokken door die eenvoud”, legt curator Daisuke Kusakari uit. Die eenvoud is de bron van zijn invloed op Japan.

„De invloed van Bruna op Japanse grafische vormgeving is heel groot”, zegt ook Miki Imai, hoogleraar design aan Osaka Institute of Technology. Imai speelde als curator van de baanbrekende Japanse Bruna-tentoonstelling in 2003 een hoofdrol in het bekendmaken in Japan van Bruna’s affiches en boekomslagen. „Maar,” vervolgt ze, „het is moeilijk te zeggen wie precies beïnvloed is.” Uitzondering is Hello Kitty, het mondloze witte katje met de roze strik van het Japanse bedrijf Sanrio. „Zonder Bruna was Hello Kitty niet mogelijk geweest.”

In een interview met het Britse dagblad The Daily Telegraph in 2008 noemde Bruna Hello Kitty een „kopie van Nijntje”. Het stelde hem diep teleur. „Ik vind het niet goed en denk altijd bij mezelf, nee, doe dat niet. Maak liever iets origineels, iets van jezelf.”

Hello Kitty-robot uit 2008

In 2010 spande Mercis, het bedrijf dat Bruna’s auteursrechten beheert, zelfs een rechtszaak aan vanwege een ander Sanrio-karakter, het konijntje Cathy. De twee bedrijven besloten in 2011 de zaak te schikken en doneerden 150.000 euro aan de slachtoffers van de Japanse tsunami.

Maar Sanrio is de grote uitzondering. Bruna’s invloed in Japan is juist opvallend subtiel. De Japanse designer Kusakari, die al sinds 2003 betrokken is bij het organiseren van Japanse tentoonstellingen over Bruna, werd zich pas echt bewust van Bruna’s invloed op Japans design in 2010. Dat jaar vroeg hij Japanse ontwerpers werk te maken voor een uitgebreide Bruna-tentoonstelling. Top-mensen in de Japanse creatieve wereld deden hieraan mee. Zoals industrieel ontwerper Naoto Fukusawa, wiens MUJI cd-speler in de collectie van het Museum of Modern Art in New York zit. En Akira Minagawa, de mode-ontwerper die Finse en Japanse invloeden op geniale wijze combineert met zijn minimalistisch merk minä perhonen.

„Wat ik me realiseerde toen ik aan dit project werkte, is dat Japan, vergeleken met andere landen, sterk geïnspireerd is door Bruna’s werk”, zegt Kusakari. De liefde en het begrip die Japanse ontwerpers zoals Fukusawa en Minagawa hebben voor Bruna, „de empathie voor Bruna” zoals Kusakari het noemt, zag hij terug in hun eigen werk. „Ze gebruiken lijnen zoals Bruna dat zou doen. Ze beperken de kleuren in hun werk. In plaats van decoratieve elementen toe te voegen, proberen ze zoveel mogelijk te verwijderen.” Minagawa vertelde Kusakari zelfs dat hij tegen zijn werknemers zegt: „Teken als Bruna!”

De Japanse designer Hiroshi Ito van de innovatieve Japanse ontwerpstudio groovisions ontwierp de catalogus voor de Bruna-tentoonstelling van 2003. Zijn werk doet vaak sterk denken aan dat van Dick Bruna: plat, veel leegte, eenvoudig, en weinig maar sterke kleuren. Ook hij vindt het moeilijk een vinger te leggen op Bruna’s invloed. „Maar ik ken veel mensen die dankzij zijn ontwerpen zich bewust werden dat ze dit soort werk wilden doen.”

Beeld The Nishi-Nippon City Bank “All in One” / character / 2005~ (c) groovisions

„Japanners herkennen iets van zichzelf in Bruna’s werk”, beaamt hoogleraar Imai, „omdat het iets vertegenwoordigt dat al in Japan bestond.” Makers van traditionele Japanse Ukiyo-e houtsnedeprenten gebruikten, net als Bruna, ook geen schaduw en diepte, zegt ze. „Plat design is Japans.”

Japonisme

Japanse Ukiyo-e prenten bereikten het Westen in de tweede helft van de negentiende eeuw, kort nadat het land na twee eeuwen de deuren had geopend naar de buitenwereld. Ze waren onmiddellijk een grote sensatie. De Franse kunstcriticus Philippe Burty bedacht er in 1872 de term japonisme voor. Het gebrek aan schaduw, de asymmetrische composities, het eenvoudige kleurenpalet, de effen achtergronden, en de neiging het perspectief volledig te negeren schokte en inspireerde westerse kunstenaars.

Een van de kunstenaars die sterk beïnvloed werden door Japanse Ukiyo-e was Henri Matisse. Hij schreef dat zijn oog „gereinigd” was door de prenten en was diep onder de indruk van de „expressieve kleuren die niet noodzakelijk beschrijvend zijn”. Het inspireerde de Franse schilder een radicale nieuwe kunstvorm te ontwikkelen.

Dick Bruna noemde Matisse, samen met De Stijl, herhaaldelijk als een van zijn grootste invloeden. „Bruna’s zwarte lijnen met die egale gekleurde vlakken doen me heel sterk denken aan Japanse houtsnedes”, zegt de Nederlandse kunsthistoricus en curator Caro Verbeek. Zij was de samensteller van de belangrijke Dick Bruna-tentoonstelling in 2015 in het Rijksmuseum. Bruna werd daar voor het eerst in Nederland serieus gepositioneerd als autonome kunstenaar.

Verbeek noemt de restvorm, de vorm die niet wordt getekend maar overblijft, en de platte vlakken van Matisse als toonaangevende invloeden. „De zwarte lijnen heeft hij gezien bij Fernand Léger en die egale vlakken zag hij bij De Stijl en Henri Matisse.” Vooral de restvorm is heel belangrijk voor Bruna. „Voor Matisse was de negatieve vorm even belangrijk als de positieve vorm. Daarom heeft Bruna bijvoorbeeld Nijntje zo getekend dat de vorm tussen de oren een net zo interessante vorm werd als de oren zelf. En dat heeft hij van Matisse.”

Bruna’s werk bestaat uit een opvallend beeld dat in een lege vlakte drijft. „Juist door het traditionele perspectief te laten vallen, was ik opeens in staat alles te doen wat ik wilde”, zei hij. „Als ik in een tekening geen ruimte hoefde te creëren, kon ik alles, was ik onbegrensd.” Ukiyo-e prenten bestaan ook vaak uit een enkele dominante vorm zonder perspectief omringd door veel negatieve ruimte voor evenwicht.

Bruna heeft zelf echter nooit een Japanse invloed benoemd. Verbeek: „Ik denk niet dat Bruna wist dat Matisse dit deed onder invloed van het japonisme. De Japanse invloed is dus via via bij Dick Bruna terechtgekomen.” Geen wonder dat Japanners Bruna’s werk zo gemakkelijk en met zoveel liefde omarmen. Het is als het ware een thuiskomst.

Maar Bruna bracht ook iets nieuws. Zijn methode. „Bruna’s systematische aanpak voelde heel nieuw”, legt Hiroshi Ito uit. „Bruna’s werk lijkt op een pictogram, het was iets wat niet bestond in Japan.” Heel anders dan de Japanse mangakunst volgens Ito. „Manga is juist heel ongeorganiseerd.”

De Bruna-tentoonstelling van 2003 bracht deze twee unieke elementen van Bruna spectaculair in de schijnwerpers. „Door die tentoonstelling zijn mensen de kwaliteit van Bruna’s werk beter gaan begrijpen”, zegt Ito. De expositie kwam tevens op een moment dat plat design weer aandacht begon te krijgen. De Japanse kunstenaar Takashi Murakami had net zijn Superflat-theorie ontwikkeld: een stijl gekenmerkt door grote egale kleurvlakken, en zwaar geïnspireerd door anime en manga.

„Ik denk dat Bruna nodig was”, zegt Miki Imai, „om plat design weer in het bewustzijn van Japanse designers te krijgen.”

The Secret of Simplicity: Dick Bruna’s Design. 19 april t/m 8 mei in Matsuya Ginza, Tokio, Japan.
    • Kjeld Duits