PVV-stemmers werven voor de opera

Opera Forward Festival Lotte de Beer (33) en Floris Visser (33) regisseren allebei een van de hoofdvoorstellingen van het Opera Forward Festival.

Caliban is een van de vier opera’s die in première gaan op Opera Forward.

Weinig operafans weten het, maar aan de rafelranden van Amsterdam, kilometers van De Nationale Opera aan het Waterlooplein, worden óók opera’s gerepeteerd die straks onder de vlag van DNO te zien zijn. Neem deze week. In De Nationale Opera zelf repeteren ze een nieuwe productie van Alban Bergs Wozzeck, met stersopraan Eva-Maria Westbroek in de hoofdrol. Maar op het Opera Forward Festival dat zaterdag voor de tweede keer begint, gaan maar liefst vier opera’s in première, waarvan drie echt nieuwe.

Lotte de Beer regisseert The New Prince.

Voor The New Prince van internationaal booming componist Mohammed Fairouz is uitgeweken naar de grauwe Amsterdam Studio’s in Duivendrecht. Daar, omgeven door zwermen zangers, musici en makers, realiseer je je pas dat The New Prince geen experimenteel productietje is maar een full scale opera voor orkest, koor en zeven solisten. Opvallend detail: regisseur is Lotte de Beer, die ook tekent voor de wereldpremière van Caliban van Moritz Eggert – een operaatje voor ongeveer een tiende van het budget van The New Prince. Met de artistieke eindverantwoordelijkheid over twee producties is ze tot Artist in Residence van het Opera Forward Festival uitgeroepen.

„Het is toeval; The New Prince was eigenlijk bedoeld voor 2016”, lacht ze. „Componist Fairouz redde dat niet, dus is het nu extreem druk. Maar eigenlijk vind ik die flow heerlijk. Ik kán aan niks anders denken dan de voorstellingen.”

Terwijl het Opera Forward Festival vóór de schermen de aandacht opeist, staat De Nationale Opera achter de schermen voor een cruciale beslissing. Directeur Pierre Audi gaat volgend jaar weg, na dertig jaar ‘Mister DNO’ te zijn geweest. De raad van toezicht breekt zich het hoofd over de opvolging. Wie moet dat worden? Een visionair theatermaker, zoals Audi zelf? Of meer een peoplesmanager, die (anders dan Audi) veel aanwezig is? Welke kant het ook opgaat, onder de uitgelekte favorietenlijstjes prijken de namen van dezelfde nieuwkomers als nu het festival domineren: regisseurs Lotte de Beer en Floris Visser.

Lotte de Beer (33) richtte zelf haar gezelschap Operafront op, dat de voorstelling Caliban brengt – een bewerking van Shakespeares The Tempest vanuit het perspectief van de geplaagde Caliban, het monster dat geliefd wil worden, maar wordt uitgestoten. „Het is een opera over macht, machtsmisbruik en menselijke hiërarchie”, zegt De Beer. En je hoeft The Tempest niet goed te kennen om de opera te snappen, stelt ze gerust. „We vertellen in wezen het verhaal van een buitenstaander die zijn vrijheid verliest, God vindt, wraak zoekt, mislukt en dan in zijn isolement doorslaat in extremen.”

De beroemde slotmonoloog van Prospero ligt hier in de mond van Caliban – op video. „Zo wekken we de suggestie dat hij is geradicaliseerd, en tot zelfmoordterrorist verworden”, zegt De Beer. „Die thematiek is actueel, maar we brengen die zonder verwijzingen naar IS of Al-Qaeda. Een actueel libretto, zoals in Fortress Europe en The New Prince, heeft eigen voordelen. Maar een oude, bestaande tekst legt ragfijn bloot welke menselijke mechanismen tijdloos zijn, zoals dat bij bestaande opera’s ook het geval is. En juist dat tijdloze vind ik aan opera een van de aantrekkelijke kanten.”

Drieluik

Floris Visser, regisseur van Fortress Europe.

Floris Visser (33) vertelt met zijn gezelschap Opera Trionfo juist wel een verhaal dat helemaal van nu is: hoe moet het verder met ‘fort’ Europa? „We werken aan een drieluik opera’s die scherp inhaken op de actualiteit”, vertelt hij. „Onze tijd is een gevaarlijke. De wereld zoals we die dachten te kennen kraakt economisch, politiek en klimatologisch in zijn voegen.” Met bestaande stukken kun je dát verhaal niet goed vertellen, vindt hij. Maar nieuwe opera’s ontstaan doorgaans zeer langzaam. „Tussen droom en première? Zeker drie à vier jaar. En dan is de actualiteit alweer veranderd.”

Om sneller te schakelen ontwikkelde Visser een reeks van drie à vier actuele opera’s die Opera Trionfo de komende jaren brengt onder de noemer ‘Sign of the Times’. Deze operaatjes kunnen in kortere tijd ontstaan omdat de vorm compact wordt gehouden. Maximaal vier personages en niet meer dan negentig minuten muziek, in vaste samenwerking met partners ASKO| Schönberg en het Nederlands Studentenkamerkoor – beide gewend aan noten die nog nat zijn.

In de maak: een opera over klimaatcrisis door de Chinese componist Huang Ro. Maar de eerste voorstelling is Fortress Europe van Calliope Tsoupaki, een opera over de vluchtelingencrisis. „We werken samen met een hulpinstantie op Lesbos, die ons een container met gebruikte zwemvesten stuurde”, vertelt Visser. „Onze koorleden schrokken zich dood toen die kletsnat van het zeewater uit die container kwamen. De actualiteit komt dan wel erg dichtbij. Maar ik kon ze geruststellen: de vluchtelingen uit deze zwemvesten leven nog.”

Visser schreef het libretto voor Fortress Europe in overleg met de componiste zelf, waarbij hij zich baseerde op Ilja Leonard Pfeijffers Gelukszoekers. Hoofdpersonage ‘Frans’ is geënt op eurocommissaris Frans Timmermans: een politicus die zijn idealen heeft verruild voor pragmatisme. ‘Europa’ is zijn moeder: een oude vrouw die teruggetrokken leeft in haar appartementje te Brussel en nieuws volgt op tv. Zij vertelt Frans hoe ze ooit het continent geschapen heeft, waarop hij afreist naar het strand waar zij ooit aankwam om de poort naar Europa voorgoed af te sluiten. Daar treft hij één vluchteling die zijn reisverhaal vertelt.

„Wat ik pertinent níét wilde”, zegt Visser, „is een soort makkelijk links pamflettheater. Natuurlijk hoop je, net als Merkel, dat we de vluchtelingencrisis samen wel ‘schaffen’. Maar de realiteit is dat dat ook kan leiden tot sociale ontwrichting. Beide kanten moet je belichten. Het ís gewoon een fucking gecompliceerd probleem.”

Visser heeft anderhalf jaar op „enge internetfora” rondgezworven om het onderbuikgevoel van de samenleving te peilen, zegt hij. Voor de première worden PVV-stemmers geworven, „om in gesprek te gaan en ze te laten voelen dat het vluchtelingenprobleem over mensen gaat”. Dat is wat opera geweldig maakt, benadrukt hij. „Je kunt op microniveau de schaduwkant tonen van macroproblemen – in alle nuances. En dáármee mensen raken.”

Jong publiek

Met vier hoofdopera’s over een serieus en actueel thema (macht/onmacht), veel debatten, tafelgesprekken en zes kleine voorstellingen door jong talent richt het festival zich nadrukkelijk op nieuwe makers, nieuwe thema’s en nieuw publiek – niet zozeer op lagere drempels voor het genre in bredere zin. Onder de 35 jaar zijn alle voorstellingen 20 euro – een aanpak die discussie prikkelt maar vorig jaar wel leidde tot een gemeten 29 procent nieuw, jong publiek. Boven de 35 jaar schiet de prijs omhoog naar 80 euro (The New Prince) en 120 euro (Wozzeck) voor de duurste producties. „Maar opera ís duur”, zegt Lotte de Beer. „Aan The New Prince werken veertig orkestmusici mee, zeven solisten, zes dansers, een koor van achttien zangers, het hele artistieke team… Juist daarom geloof ik in een mix van gewone voorstellingen én opera’s op andere locaties. Vorig jaar brachten we met Operafront La Traviata op Lowlands. Dat vond ik doodeng, maar het was een groot succes: muisstil publiek en een joelovatie na afloop.”

Voor de toekomst ziet zij daar wegen: publiek trekken door opera te brengen op verrassende locaties of mensen ze te laten meedoen. „We gaan met Operafront een Otello brengen op een foodtruckfestival”, lacht ze. „En in 2011, voor het jubileum van Het Muziektheater, heb ik in een productie van Verdi’s Aida samengewerkt met een lokaal gospelkoor en een breakdancegroep. Zat er opeens een jongen met een skateboard in de zaal, en familieleden uit Zuid-Oost.”

Natuurlijk, zegt ze, moet een tophuis als De Nationale Opera in eerste instantie trouw blijven aan zijn core business: het repertoire brengen op de beste manier. „Maar er zijn meer manieren om mensen de kans te geven om van opera te gaan houden. Voor vertier heb je bioscopen en musicals. Wat je daar ziet, is commercieel gemaakt voor een breed publiek, en dat heeft artistieke consequenties. Vergelijk het met vanillevla. Iedereen vindt dat best lekker, maar niemand zal zeggen: hoera, vanillevla! Daarmee vergeleken is opera misschien elitair. Maar een opera kan je raken op een veel dieper level. Het is een genre waar je verliefd op kunt worden.”

Opera Forward Festival: 18 t/m 31 maart. Inl: operaforwardfestival.nl