Wie kwamen er wel/niet stemmen?

Electoraat

De opkomst was met 80,4 procent hoog. Maar wie zijn er nu gaan stemmen? Jongeren lijken opnieuw niet te zijn overgehaald.

Het stembureau in de Haarlemmerstraat in Amsterdam was gevestigd in de Posthoornkerk. Foto Olaf Kraak/ANP

De rijen voor de stembureaus waren woensdag een eerste teken: de opkomst zou weleens hoog kunnen worden. En dat klopt: 80,4 procent van de kiesgerechtigden ging stemmen. Dat is, hoewel geen record sinds de opkomstplicht werd afgeschaft, wel bijna 6 procentpunt meer dan vier jaar geleden.

Voor een hoge opkomst is duidelijkheid van belang. Tot het weekeinde was de campagne juist onduidelijk, zegt Kees Aarts, hoogleraar Politieke Instituties en Gedrag aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Er was onder kiezers veel onvrede over het gebrek aan inhoud en de veelheid aan partijen.” Dat leidde tot twijfel die „zich ook had kunnen vertalen in niet-stemmen”.

Waarschijnlijk zette de ruzie met Turkije „het politieke bewustzijn van het hele electoraat op scherp”, zegt Aarts. De rel gaf de campagne de drie resterende dagen focus. Maar wie gingen er stemmen, en waar? Vijf trends.

1. De opkomst onder 65-plussers was hoger

Een Stembus, een Stemtrein, stemlokalen op mbo-instellingen, een speciaal verkiezingsdancefeest waarop jongeren midden in de nacht al konden stemmen. Het lijkt allemaal niet te hebben geholpen meer achttienplussers naar de stembus te trekken. Slechts 66 procent van de 18- tot 24-jarigen lijkt te gestemd te hebben, concludeert Ipsos op basis van een enquête gehouden op verkiezingsdag in opdracht van de NOS. Dat is nog minder dan de 70 procent jongeren die in 2012 gingen stemmen. En dat terwijl 850.000 achttienplussers voor het eerst mochten meedoen aan een landelijke verkiezing. 65-plussers gingen wel stemmen: 89 procent kwam op.

2. In Utrecht massaal gestemd, niet in Holland en Limburg

De opkomst in Utrecht was volgens de telling van persbureau ANP het hoogst: in die provincie ging 84,7 procent naar de stembus. Dat hoeven niet per se Utrechters te zijn – met een kiespas was immers overal te stemmen. Dat is te zien aan Schiermonnikoog, de gemeente met de hoogste opkomst: 130 procent. De VVD werd daar de grootste.

De laagste opkomst was in Noord- en Zuid-Holland (respectievelijk 77,8 en 78,4 procent) en Limburg (78,2 procent). In de gemeente Heerlen gingen de minste kiezers stemmen, 72,2 procent. Daar werd de PVV de grootste. In Hellevoetsluis was de opkomst 28,7 procent hoger dan in 2012. De VVD werd hier de grootste.

3. Over laag- en hoogopgeleiden is nog weinig te zeggen

Over opkomst onder sociaal-economische klassen is nog weinig te zeggen tot het Nationaal Kiezersonderzoek is afgerond, dat sinds 1967 na verkiezingen wordt gehouden. Opleidingsniveau speelt een belangrijke rol bij de opkomst. „Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe vaker er wordt gestemd”, concludeerde het Nationaal Kiezersonderzoek in 2012.

Uit de Ipsos-enquête voor de NOS blijkt dat de VVD zowel de meeste hoogopgeleiden (23 procent) wist te trekken, als veel laagopgeleiden (11 procent). Joop van Holsteyn, hoogleraar Kiezersonderzoek, zegt:

„De ontwikkeling van de VVD als een bredere box-partij is een al langer gaande ontwikkeling. De partij trekt mensen die zich aangesproken voelen door de boodschap ‘loon naar werken’. Dat zijn ook werkende laagopgeleiden.”

Volgens Ipsos stemden de meeste laagopgeleiden echter PVV (16 procent). Die partij trok weer minder hoogopgeleiden: 14,9 procent. Van Holsteyn: „Als het PVV-electoraat was uitgebreid tot de 25 zetels die de partij op een gegeven moment in de peilingen had, was dat percentage anders geweest. Nu is ze teruggevallen op haar achterban.”

4. Man of vrouw, dat maakt niet uit

Geslacht maakt volgens het Nationaal Kiezersonderzoek niet uit bij opkomst. Maar wel bij partijvoorkeur. Ipsos signaleert dat meer vrouwen (61,33 procent) dan mannen GroenLinks stemden. De VVD trok juist meer mannen (58,78 procent).

5. En de herkomst ook niet

Ook achtergrond maakt volgens het Nationaal Kiezersonderzoek niet uit voor de opkomst. Wat aan de uitslagen wel opvalt, is dat Denk in Schiedam haar grootste achterban heeft (8,2 procent). Die gemeente telt ook een hoog percentage Turkse niet-westerse allochtonen (10,1 procent). De SGP trok in Urk, de meest kerkelijke gemeente van Nederland, de meeste kiezers (56 procent). In Laren, een van de gemeenten met de rijkste bewoners, stemde 47,1 procent voor de VVD. In studentenstad Utrecht stemde een op de vijf kiezers op GroenLinks.

    • Titia Ketelaar