Recensie

Met Stine Jensen peinzen over waarom je voelt wat je voelt

Filosoof Stine Jensen onderzoekt voor kinderen waarom je voelt wat je voelt. Die vraag roept interessante vragen op, die het boek maar mondjesmaat wil beantwoorden.

Waarom voel je wat je voelt? Dat is een geweldige vraag, en die verdient een groots, uitgebreid en diepgravend antwoord – ook voor kinderen. Hij was ook het uitgangspunt van Alles wat ik voel, het nieuwe, tweede kinderboek van filosoof Stine Jensen (1972). Haar eerste, Lieve Stine, weet jij het? (2015), kreeg een Zilveren Griffel. ‘Het grote emotieboek’ is nu de ondertitel: een boek met reflecties op twintig emoties, van woede tot jaloezie tot verliefdheid, die ieder kind wel kent.

Ondanks die bekendheid begint elk hoofdstuk toch met een korte inleidende situatieschets, waarin bijvoorbeeld een meisje zich zorgen maakt over haar spreekbeurt (‘verlegen’, namelijk). Een tikje onoriginele kunstgreep, en wat flauw uitgewerkt: de voorspelbare anekdotes over wat ‘vreugde’ of ‘verveling’ is, hadden wel achterwege kunnen blijven. De illustraties, van Marijke Klompmaker, vallen om diezelfde reden tegen: woede uitbeelden met een boksend mannetje in een krasserige wolk, tja, dat maakt het geheel niet erg bijzonder.

Van volkswijsheid naar Hume

Maar goed, om die inleidingen en illustraties draait het natuurlijk niet in hoofdzaak – de informatie en de presentatie daarvan telt: wat Jensen te vertellen heeft over de emoties, over hoe ze die uitlegt en duidt. Op de beste momenten abstraheert Jensen soepeltjes een emotie, en brengt die dan moeiteloos in verband met filosofische reflecties erop, terwijl ze helder genoeg blijft schrijven om het begrijpelijk te houden. ‘Schuldgevoel’ ontleedt ze bijvoorbeeld mooi: ‘Je doet iets wat goed voelt voor jezelf, maar je doet ook iets waarvan je denkt dat het voor iemand anders minder leuk is.’ Goed gaat het ook bij ‘trots’, waarbij ze gemakkelijk van de volkswijsheid over pauwen overstapt naar parafrases van filosoof David Hume: ‘Trotse gevoelens zijn belangrijk voor ons zelfgevoel. Want als je trots bent, gaat dat altijd over iets wat jij kan of gedaan hebt, of iets wat jou bijzonder maakt.’

Bekijk hier enkele foto’s van het boek die illustrator Marijke Klompmaker op haar site zette. (De tekst gaat daaronder verder.)

Het nut van melancholie

Maar er zijn ook mindere momenten, zwakke schakels in het boek, die de vraag opwerpen of het uitgangspunt voor dit boek wel zo briljant was. Want een ‘filosofisch emotieboek’ geeft eigenlijk maar heel beperkt antwoord op de vragen die je – als kind – over de emoties zou kunnen hebben. Zoals ze wel uitlegt wat het nut van verdriet is (‘Kinderen leren: als ik huil, komt papa of mama’), zo ontbreekt die basisinformatie, het wat en het waarom, toch wel erg vaak. Wat is eigenlijk het nut van melancholie? Waarom is de een jaloerser aangelegd dan de ander? Zijn er ook culturen waar mensen zich nooit vervelen, en zo ja, wat zegt dat dan over die emotie? In een tekst die in de richting van een antwoord gaat, zou je, behalve een filosofische verkenning van het antwoord, ook wel eens iets uit de hoek van de biologie of sociologie willen horen. Dat zou bovendien een cultuurfilosofisch gesprek over mensbeelden en normen op gang brengen – nu schampt Jensen daar hoogstens langs.

Langer rijpen

Door dat soort bezwaren voelt Jensens boek als een boek dat nog wat langer had mogen rijpen. Dan waren de slappe formuleringen er wellicht ook uit verdwenen (‘De Deense filosoof Søren Kierkegaard nam ooit een paar beslissingen in zijn leven’), en dan was de wetenschappelijke achtergrond wellicht wat scherper gecheckt (over de verliefdheid na vier minuten in elkaars ogen staren, en over het blijmakende effect van je eigen glimlach). Alles wat ik voel levert nu wél een mindful besef op van het bestaan van allerlei emoties en van hun implicaties, maar maakt je ook weinig wijzer.

    • Thomas de Veen