Recensie

Malkovich fascineert in malle, mislukte voorstelling

Van acteren lijkt nauwelijks sprake, Malkovich freewheelt over het toneel, hij kent zijn tekst niet, improviseert en grapt erop los, en lijkt herhaaldelijk uit zijn rol te stappen – of vallen.

John Malkovich in Just Call Me God. Foto: Ronald Knapp

Acteur John Malkovich is een natuurfenomeen, zoveel blijkt wel op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw in de curieuze muziektheatervoorstelling Just Call Me God, over de laatste uren van een dictator. Van acteren lijkt nauwelijks sprake, Malkovich freewheelt over het toneel, hij kent zijn tekst niet, improviseert en grapt erop los, en lijkt herhaaldelijk uit zijn rol te stappen - of vallen.

Soms is zijn weerzin zichtbaar, dan weer schiet hij onbekommerd in de lach. Acteur en personage wisselen elkaar af, vloeien in elkaar over. Malkovich heeft doorgaans geen zin om zich als een ‘hersenloze marionet’ aan te passen aan de wensen van regisseurs, zo zei hij in een interview.

Dat blijkt ook hier, en het is hypnotiserend om te zien. Zijn expressie en mimiek zijn groots. De dreigende blik in die boosaardige kraaloogjes, zwart en woest priemend onder zijn wenkbrauwen. Die lijzige, haast toonloze stem met de slepende timing die tot luisteren dwingt; de diabolische grijns met dat teveel aan kleine witte tandjes – soms lijkt hij bijna buitenaards. Niemand belichaamt het kwaad beter.

Platte, eendimensionale tekst

Maar zijn ongebreidelde energie helpt de voorstelling niet, integendeel. Dat valt overigens niet zozeer Malkovich te verwijten, als wel de stuurloze regie, en vooral de platte, eendimensionale tekst. In zijn verhaaltje over de fictieve dictator Satur Diman Cha van de Volksrepubliek Circassia en diens fatale confrontatie met journaliste Caroline (Sophie von Kessel) wil Michael Sturminger (tekst en regie) veel gewichtigs zeggen.

In een laatste speech voor Carolines camera confronteert Diman Cha westerse leiders met hun hypocrisie: hielpen en hielden zij niet uit eigenbelang dictators in het zadel? En stortten ze landen niet in chaos zodra ze genoeg kregen van hun speeltje? Zie, dus westerse landen zijn zélf de oorzaak van de vluchtelingenstroom uit instabiele regio’s!

Die analyse is banaal en gratuit, en wordt er door Sturminger bovendien met oldschool Duitse ernst ingestampt: luid, drammerig en humorloos. Malkovich tiert, schreeuwt en vloekt, zijn stem wordt elektronisch vervormd tot monsterlijke frequentie en daarbovenop speelt organist Martin Haselböck óók nog eens dreigende, apocalyptische klanken (o.a. Bach, Franck, Messiaen, Ligeti). Het is te veel, te zwaar en te eentonig; een en al gezwollen bombast.

Flinterdun liefdeslijntje

Daartegenover stelt Sturminger een pathetisch en flinterdun liefdeslijntje. Zijn poging om met camera’s en opgewonden schreeuwende soldaten met portofoons en mitrailleurs een soort tv-realisme te benaderen, is bovendien nogal knullig. Van de weeromstuit word je er bijna een beetje giechelig van.

Geen wonder dat Malkovich in dit alles niet wil participeren. Maar een kleine geruststelling voor wie een peperdure kaart voor Groningen heeft gekocht: zijn aanwezigheid alleen is al een sensatie.

    • Herien Wensink