Recensie

Hoe Nieuw-West een Vinexwijk werd

Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam

Geen onvertogen woord valt er over Nieuw-West in een lijvig boek over het beroemde Algemeen Uitbreidingsplan van Amsterdam.

Foto Luuk Kramer

De nieuwe grachtengordel heet de dikke, rijk geïllustreerde pil over het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Amsterdam. Voor niet-ingewijden zal dit een verrassende titel zijn. Want voor veel Amsterdammers die er niet wonen, is Amsterdam Nieuw-West, het omvangrijkste onderdeel van het AUP, in de eerste plaats een saai stadsdeel waar je voor het tijdperk van de smartphone altijd verdwaalde als je moest voetballen tegen Blauw-Wit of een andere club in Amsterdam Nieuw-West.

Maar onder architectuurhistorici is het ontzag voor het AUP even groot als voor de alom geliefde Grachtengordel, de grootste planmatige 17de-eeuwse stadsuitbreiding ter wereld. Ook de zes auteurs van De nieuwe grachtengordel laten in hun geschiedenis van het AUP geen onvertogen woord vallen over Buitenveldert en Westelijke Tuinsteden als Geuzenveld en Slotermeer.

De eerste aanzet tot het AUP werd al in de jaren twintig gegeven. Om de groei van Amsterdam in goede banen te leiden, wilde het stadsbestuur toen een alomvattend plan voor de stadsuitbreidingen. Daartoe werd de Dienst Stadsontwikkeling opgericht, die pas na jarenlange sociaal-economische onderzoeken in 1935 met het AUP kwam.

Het AUP is vooral verbonden met de naam van Cornelis van Eesteren, het De Stijl-lid dat van 1929 tot 1959 hoofd was van de ontwerpafdeling van de Dienst Stadsontwikkeling. Als overtuigd modernist vond Van Eesteren aanvankelijk dat woningblokken in evenwijdige stroken moesten worden gebouwd, zodat alle woningen zo gunstig mogelijk ten opzichte van de baan van de zon zouden liggen. Maar nadat experimenten met ‘strokenbouw’ in de buurt Bos en Lommer in de late jaren dertig afschrikwekkend monotoon waren uitgevallen, kwamen de ontwerpers van Stadsontwikkeling hierop terug. Veel van de blokken die in de Westelijke Tuinsteden na 1950 zijn gebouwd staan niet in stroken opgesteld, maar in haken, die bijna gesloten hoven vormen. Dit was vooral te danken aan de stedenbouwkundige Jacoba Mulder, zo stellen de auteurs van De nieuwe grachtengordel vast.

Lidewijdepad, Nieuw-West Foto Luuk Kramer

De nieuwe grachtengordel eindigt omstreeks 1970, toen het AUP zijn voltooiing naderde. Maar de geschiedenis van de Westelijke Tuinsteden ging toen natuurlijk gewoon verder, zo is te zien op de tentoonstelling Een betere stad. Amsterdam en het Algemeen Uitbreidingsplan. 1935, 1958, 2006, 2016 in gebouw De Bazel, bij het Stadsarchief. In de jaren zeventig en tachtig verhuisden steeds meer oorspronkelijke bewoners van Amsterdam Nieuw-West naar de rijtjeshuizen van Almere en Purmerend en kwam er een toenemend aantal Turkse en Marokkaanse Nederlanders te wonen. Toen veel van de vaak schrale woningen daar in het begin van de jaren negentig aan een opknapbeurt toe waren, namen de Amsterdamse woningbouwverenigingen, die alle sociale-huurwoningen in Nieuw-West in eigendom hadden, harde maatregelen om te voorkomen dat het stadsdeel één grote probleemwijk zou worden. In het kader van de ‘stedelijke vernieuwing’ moesten 13.000 van de 50.000 woningen plaats maken voor 24.000 grotere en betere koop- en huurwoningen.

Nu de stedelijke vernieuwing twintig jaar later grotendeels is voltooid, is Amsterdam Nieuw-West niet meer de voorbeeldwijk van ‘licht, lucht en ruimte’ die het eens was. Vooral de delen waar architecten als Liesbeth van der Pol en Claus en Kaan woningen en scholen hebben gebouwd, lijken nu sprekend op IJburg of een andere grote Vinexwijk.

Marinke Steenhuis (red.): De nieuwe grachtengordel. De realisatie van het AUP. THOTH, 416 blz., € 39,90
Tentoonstelling: Een betere stad. T/m 16 juli 2017, De Bazel, Vijzelstraat 32. Open di t/m vr 10-17 u., za & zo 12-17 u.