Hernieuwde aandacht voor onmogelijke creatieveling

Literatuur

Dichter Cornelis Vaandrager blijkt 25 jaar na zijn dood minder vergeten dan in zijn laatste jaren. Hij wordt geëerd met twee boeken, die zaterdag uitkomen.

Vaandrager in 1986. Twee nieuwe boeken worden vandaag om 17 uur gepresenteerd bij Boekhandel v/h Van Gennep, Oude Binnenweg 131b. Foto Spaarnestad Photo/HH

Toen hij, vandaag precies 25 jaar geleden, 56 jaar oud, overleed, had iedereen zich van Cornelis Bastiaan Vaandrager, ook wel Cor Vaandrager, ook wel Vaan, afgekeerd — zoals hijzelf de wereld zijn rug had toegekeerd. Zo goed als niemand wist dat hij in het ziekenhuis was opgenomen, uitgeput door een zwervend bestaan. Hij was vergeten, nog maar zes jaar na een wonderbaarlijke wederopstanding.

Na 1975, het jaar waarin hij De Hef publiceerde, had hij er een decennium lang het zwijgen toe gedaan, door drugsgebruik en psychoses tot niets in staat. Maar ineens was hij er weer. Er kwam een nieuwe dichtbundel uit, Metalon (1986). Vaandrager sprak over plannen voor een bundel met maar liefst 250 gedichten en hij werkte aan ‘het grote prozaboek’ CAID. Bij de Rotterdamse uitgeverij Bébert verschenen kort na elkaar enkele bibliofiele bundeltjes. In de eerste maanden van 1987 had Vaandrager een wekelijkse rubriek in Het Vrije Volk, ‘Fenomenen’.

Al na elf afleveringen stopte de rubriek abrupt; de krant wilde de laatste bijdrage niet plaatsen omdat die „niet toegankelijk genoeg” werd bevonden. Ik durf hier, als een van de redacteuren die zijn columns moesten doorgeven, wel te zeggen dat er soms geen touw aan vast te knopen viel. Bovendien kwam Vaandrager zijn kopij op de meest exotische tijdstippen, na deadline, ter redactie bezorgen, daarbij van de gelegenheid gebruik makend om hele pakken papier die hij in plastic tassen met zich meesleepte te kopiëren. Collega’s ergerden zich daar aan; het kwam voor dat hij het gebouw werd uitgezet.

Plastic tassen

Vaandrager mokte over het beëindigen van de rubriek. In een brief in de krant vroeg ene M.R. Groen zich af waar de rubriek was gebleven: „Ik en met mij vele jongeren kijken er iedere week naar uit.” Een week later was het een C.Th. Linschoten die liet weten dat ze „juist sinds februari met veel plezier de rubriek ‘Fenomenen’ had ontdekt.” Marianne Groen was toen de levenspartner van de dichter, bij Thea Linschoten kwam hij al sinds de jaren zeventig over de vloer.

In 1990 verscheen nog Sampleton, maar eigenlijk was de vlam toen al gedoofd. Vaandrager was door Groen op straat gezet en werd ook door vrienden en bekenden hoe langer hoe meer gemeden. Hij sprak onsamenhangend en nauwelijks verstaanbaar en vroeg links en rechts om geld. Altijd had hij plastic tassen bij zich vol van straat geraapte rommel die hij verzamelde. Je hoorde wel eens dat hij in een kelderbox woonde.

Hij sprak onsamenhangend en nauwelijks verstaanbaar en vroeg links en rechts om geld

25 jaar na zijn dood blijkt Cor Vaandrager minder vergeten dan in zijn laatste jaren. Erkenning was hem na zijn prozadebuut Leve Joop Massaker (1960) en zijn poëziedebuut Met andere ogen (1961) wel degelijk ten deel gevallen en na zijn creatieve opleving in 1986 was hij kortstondig een levende legende. Als dode legende werd Vaandrager in 2002 geëerd met een speciale avond op Poetry International. In 2005 verscheen de biografie Vaan. Het bewogen bestaan van C.B. Vaandrager door Menno Schenke, drie jaar later werden zijn verzamelde gedichten gepubliceerd. In 2001 is op Zuid het Cor Vaandragerveld naar hem vernoemd.

Vandaag ziet niet alleen De Ramblers gaan uit vissen met de mooiste verhalen van Vaandrager het licht, maar ook het boek Vaan nu — C.B. Vaandrager met andere ogen.

Anno 2017 leeft Cornelis Bastiaan Vaandrager meer dan ooit.

    • Frank van Dijl