Een opera over Fort Europa

Opera Forward Festival

Twee nieuwe opera’s, ‘Fortress Europe’ en ‘The New Prince’, nemen de huidige politiek stevig op de korrel.

Repetitie van 'Fortress Europe' onder leiding van regisseur Floris Visser. Foto Olivier Middendorp

Bij ‘opera’ zullen de meesten niet direct denken aan engagement of actualiteit. Toch is dat waar het om draait bij twee premières in het Opera Forward Festival. De componisten, allebei met gemengde culturele achtergrond, nemen de zelfgenoegzaamheid van de huidige politiek stevig op de korrel. „Ik wil een boodschap overbrengen. Kunst geeft geen antwoord, maar vraagt wel aandacht”, zegt de Grieks-Nederlandse Calliope Tsoupaki (Fortress Europe). En de Amerikaans-Arabische Mohammed Fairouz (The New Prince): „Ik kan niet anders dan me uitspreken.”

Calliope Tsoupaki (1963) was niet verbaasd toen ze door Opera Trionfo gevraagd werd een opera over de vluchtelingencrisis te componeren. Bovendien kwam het verzoek op het juiste moment, want ze „wou wel wat kwijt”. Als Griekse uit havenstad Piraeus kent ze de poort van Europa uit de eerste hand, en ze weet dat het altijd al een oord van nieuwkomers was, van illegalen en onderbetaalde Filippijnse gastarbeiders. Alleen is de situatie de afgelopen jaren onhoudbaar geworden. Ze kent de schrijnende verhalen én de getto’s waar je niet meer kunt komen – „het zijn niet alleen leuke vluchtelingen, er zitten ook criminelen tussen”.

Lees meer over het Opera Forward Festival: PVV-stemmers werven voor de opera

Componiste Calliope Tsoupaki. Foto Bram Belloni/Hollandse Hoogte

Als componist die al decennia in Nederland woont en werkt, kent Tsoupaki ook de West-Europese kant van het verhaal: vanaf hier gezien lijkt de poort van Europa ver weg. Maar dat maakt het probleem niet kleiner: „Er voltrekt zich een humanitaire ramp. De waarde van een mensenleven is daar zó laag.”

Fortress Europe speelt zich af op een naamloos Grieks rotseiland, zoals er duizenden zijn, „een troosteloos, volkomen desolaat landschap” dat doorklinkt in Tsoupaki’s muziek. Hier arriveerde ooit de Fenicische prinses Europa, de mythische naamgeefster van het continent. En nu spoelt er een vluchteling aan. Europa’s zoon, een opportunistische politicus, reist af naar het eiland om de poort te bewaken.

Het werk moest in korte tijd gemaakt worden – het hele team heeft zich een half jaar „kapotgewerkt”, vertelt Tsoupaki in de Amsterdamse Kauwgomballenfabriek. Ze heeft net een eerste doorloop bijgewoond en is zichtbaar aangedaan: „Het is heel heftig. Maar ik geloof dat het raak is.”

Arabische melodieën

Tsoupaki’s collega Mohammed Fairouz (1985) is hier nagenoeg onbekend, maar in de VS het stadium rijzende ster al bijna voorbij – hij componeerde op zijn 22ste zijn eerste opera en heeft vier symfonieën op zijn naam staan. Opvallend is Fairouz’ eclecticisme: neoromantiek en vleugjes minimal music gaan een verbinding aan met Arabische melodieën en stekelige klankclusters.

Voor Fairouz is niets vanzelfsprekender, vertelt hij via Skype vanuit Dubai. Hij is nu eenmaal opgegroeid en opgeleid in zowel de westerse als de Arabische muziektraditie. Bovendien leidt hij een kosmopolitisch bestaan: „Als ik in New York in een taxi stap hoor ik Punjabi-pop. In Berlijn of Tokio hoor ik andere dingen. Dat behoort allemaal tot mijn wereld. Componeren is een intuïtief proces. Ik zou liegen als ik zou componeren in de stijl van Mozart.”

Mohammed Fairouz. Foto Aurora Rose/WWD/REX/Shutterstock

Over de muziek van The New Prince wil Fairouz niet veel kwijt. Opera als genre is „de ultieme anti-ego machine”: het gaat niet om zijn virtuositeit als componist, maar om details die het drama verder helpen, om een „bepaalde tint blauw licht” die een scène beter maakt. „Als het goed is, lost je ego op bij het maken van een opera. Je kunt niet zeggen waar de librettist ophoudt en de lichtontwerper of de componist begint. En bij The New Prince was het goed.”

De titel verwijst naar een nieuwe editie van Il principe (‘De heerser’), waarmee Machiavelli in de zestiende eeuw het fundament legde voor de moderne staatskunde. Samengevat: het doel heiligt de middelen. In 2032 heerst Wu Virtu – „een Chinese Reagan” – over het transcontinentale rijk Amerasiopia, met de drie hoofdsteden Miami, Dubai en Shanghai. Machiavelli wordt door Fortuna (het noodlot) uitgenodigd om 500 jaar na de eerste publicatie een update van zijn standaardwerk te maken.

Regisseur Lotte de Beer verwerkte een paar geslaagde verwijzingen in The New Prince, maar Fairouz benadrukt dat de opera níét over Trump gaat. Toen hij eraan werkte, was Trump nog geen politieke factor, en bovendien beschouwt Fairouz de Amerikaanse president als product van de entertainmentindustrie: „Trump is reality-tv. Hij is totaal oninteressant voor opera. Hij voert ook geen beleid, hij heeft alleen een paar rampen ontketend.”

Behalve als componist laat Fairouz ook van zich horen als politiek commentator op fora als The Huffington Post. Na de desastreuze gevolgen van Trumps decreet tegen moslimimmigranten trad hij op als tolk voor gestrande reizigers. Toch bagatelliseert hij de onrust in de VS en Europa over rechts populisme: „De hoogste toren ter wereld staat in Dubai. De grootste stad is Shanghai. Er is een heel pantheon van macht buiten de westerse wereld. Hier in de Emiraten vinden ze Trump niet zo interessant. Het Westen kan zich afsluiten, maar wat levert dat op?” Hij vergelijkt de situatie met een hermetisch vergrendelde kamer: „Uiteindelijk hebben we allemaal licht en lucht nodig.”

Rotseilandje

Fairouz’ kosmopolitische visioen van ‘shining cities’ – „New York is nu dichter bij Dubai dan bij Nebraska” – klinkt heel anders dan Tsoupaki’s desolate rotseilandje. Tsoupaki verhoudt zich ook minder laconiek tot haar onderwerp. Ze is furieus over de Europese politici met hun „elitistische gedrag” en hun machtshonger, die het contact met het volk zijn verloren.

In Fortress Europe heeft Tsoupaki geprobeerd eenvoudige muziek te schrijven. Efficiënt, helder, verstaanbaar: „Dat was fijn om te doen, maar tegelijkertijd een zware opgave. Het thema is zeer emotionerend.” Ze karakteriseert haar muziek als „een golf” die over de luisteraar heen slaat, die een verbeelding is van de branding aan een vakantiestrand maar ook van de gevaarlijke vlucht over zee en van een abstract nachtmerriescenario.

Haar partituur vormt zo een eigenstandig, organisch betoog dat voorbij de vluchtelingencrisis reikt. Tsoupaki’s compositorische palet is altijd rijk en melodisch, gevoed door een diepe liefde voor zowel Byzantijnse kerkmuziek, Griekse liedcultuur als Italiaanse barok. Ze gebruikt geen citaten – „dat doe ik nooit” – maar refereert wel nadrukkelijk aan die tradities, om te tonen hoe schitterend en gevarieerd de Europese cultuur is – en „waarom we ons best moeten doen om die te onderhouden”.

    • Joep Stapel