Recensie

Een Nietzsche-haai verliest haar tanden

In de nieuwe roman van Allard Schröder overheersen behalve sfeer en symboliek ook het aantal verwijzingen naar de kunst. Op het duur wordt het te veel.

Deze krant publiceerde ooit ‘Het beslissende boek’, een reeks gesprekken met Vlaamse en Nederlandse schrijvers waarin ze vertelden welk boek hun definitief tot de literatuur had bekeerd. Beslissend was ook Allard Schröders De hydrograaf (2002) niet voor deze lezer (daar was het te subtiel voor geschreven), maar toch speelt de wens nog wel eens op om de schrijver te laten weten hoe in de zomer van 2003 twee studenten uit Groningen op een door muggen geteisterde camping nabij Cádiz hakkelend aan elkaar probeerden uit te leggen waarom ze dat boek toch zo goed vonden.

Er zijn meer beroepslezers die Schröders werk waarderen, want hij is een van onze meest gesignaleerde schrijvers: het met de AKO Literatuurprijs bekroonde De hydrograaf stond ook op de shortlist van de Librisprijs; De dode arm (2013) stond op de shortlist van de Librisprijs en het recente Sebastiaans neus is nog in de race voor de Librisprijs van dit jaar.

Wat de twee romans gemeen hebben is dat je je handen vol hebt aan het ontcijferen van alle verwijzingen naar de kunst

Vaak wordt Schröders gevoel voor sfeer geprezen, en dit is ook van toepassing op zijn nieuwe roman, het stemmig getoonzette De schone slaper. De sfeer doet enigszins denken aan die van Schröders De econome (2008), waarin eveneens een aan de dool geraakte, succesvolle zakenvrouw het woord voerde. En wat de twee romans ook gemeen hebben is dat je je handen vol hebt aan het ontcijferen van alle verwijzingen naar de kunst. Want ook Sélène Maria Richter, zoals de dame in dit geval voluit heet, is eerder symbolisch interessant dan psychologisch. Ze is een draagbaar voor ideeën en levensbeschouwingen van kunstenaars en denkers; ze redeneert dermate hoogdravend dat haar gedachten abstracties spiegelen, en niet die banale gedachten die we er óók wel eens op nahouden als we iemand begeren.

Pensionado’s

Want daar draait het wel zo’n beetje om in De schone slaper, om de liefde, en dat terwijl het woord amper valt. Richter woont in Florida als ze het woord tot ons richt, en ze blikt er, omringd door gebronsde, decadente pensionado’s, terug op een leven dat je, als je de norm van onze westerse wil tot koopkrachtvermeerdering omarmt, zonder twijfel als ‘succesvol’ zult bestempelen.

Vanuit een stroef verlopen jeugd, waarin ze meer dan intiem was met haar broer, groeide ze uit tot een topbestuurder binnen een bedrijf dat door Schröder het Concern wordt genoemd. Richter vergelijkt zichzelf in die hoedanigheid (haar enige) als een ‘haai’: zij ‘van de lagere geledingen’ (lees: collega’s) schoten angstig alle kantoorhoekjes in wanneer zij naderde. Richter moet over aardig wat machiavellistisch vernuft hebben beschikt om iedereen tegen elkaar uit te spelen, maar daar maakt Schröder weinig woorden aan vuil. Dat ze moeiteloos het hoofd boven water houdt moeten we maar gewoon even aannemen.

Ik weet niet of de soort bestaat, maar Richter is een Nietzsche-haai. Doorlopend komt haar heerszucht ter sprake, en ook haar gebrek aan medelijden. Sterker nog, ze schept er zelfs genoegen in om een ander te zien lijden, wat culmineert als een achterneef bij haar in huis komt wonen. De aanblik van een schilderij plus de ontmoeting met Justine, een vrouw die er dan weer een ‘absurde’ levensfilosofie op nahoudt, brengt Richters bekoring voor haar bloedverwant in een stroomversnelling. Hiermee verliest ze ook de koelheid en controle die haar werkzaamheden voor het Concern typeerden; ze wordt een soort haai op het droge waarbinnen sadistische fantasieën en losbandige avonden met Justine elkaar afwisselen.

Volgepropt

De voornaamste kritiek die je op Schröders project kunt hebben is dat hij Richter zodanig volpropt met, voor de lezer te duiden elementen, dat het vanaf ongeveer de helft nog maar moeizaam vooruit gaat. Impliciet schuift hij thema’s als kunstbeleving, de christelijke moraal, incest, standsverschillen, decadentie, esthetiek op tafel, intussen intertekstueel verwijzend naar de Griekse mythologie (Endymion en Selene), De Sade (Justine) en de blikken trom van Grass, dat degelijke stuk Duits gereedschap.

Zit ik ook nog te lezen, vroeg ik mij op zeker moment af, of zit ik te puzzelen? En, alle puzzelstukjes eenmaal verzameld, maak ik hier binnen afzienbare tijd nog een eenheid van? De schone slaper is eerst een slapende reus die ontzag inboezemt, maar die daarna, in ontwaakte toestand, met stramme ledematen voortbeweegt.

    • Sebastiaan Kort