Opinie

    • Frits Abrahams

De morgen na de nacht

Een vernietigende nederlaag is niet gemakkelijker te verwerken als je hem hebt zien aankomen. Dat weet ik nu als echtgenoot van een PvdA-lid uit eigen ervaring. Negen zetels! Dat wordt geen litteken, maar een brandmerk. We gingen er al mee naar bed en we stonden ermee op.

„Gaat het al een beetje?” vroeg ik de morgen na de verkiezingsnacht.

„Ik ben er nog steeds stil van”, zei ze hoewel ze doorpraatte als de heer Brugman zelve, „ik kan het me nog moeilijk voorstellen. Ik had toch op iets meer gehoopt, vooral na het uitstekende optreden van Asscher in het slotdebat tegen Wilders.”

Intussen zat ik een rekensommetje te maken op basis van de laatste peiling. De zaak leek beklonken, de formatie hoefde niet lang te duren als de uitslag zo bleef. VVD, CDA en D66 hadden met de ChristenUnie een krappe meerderheid. Als het toch nog tegenviel, konden ze de SGP erbij halen voor de gedoogsteun. Ze hadden GroenLinks en de SP niet nodig.

„Nederland is weer een stukje rechtser geworden”, constateerde ik, „want de VVD en de PVV zijn de twee grootste partijen en dat malle Forum voor Democratie is erbij gekomen. „En hoe moet het nu verder met jullie?”

Ik had het onaangename gevoel dat ik al over de (magere) erfenis begon terwijl het lijk nog moest worden afgelegd. Ik dacht terug aan de gloedvolle dramatische woorden van Lodewijk Asscher in een zaal vol verslagen partijgenoten: „De sociaal-democratie zal terugkomen en het begint vandaag.” „Geloof jij daar nog in?” vroeg ik.

„Waarom niet?” zei ze. „Het is ook het CDA gelukt om terug te komen.”

„Maar die hadden geen zware concurrent erbij, zoals GroenLinks nu met een jonge leider met wie ze nog jaren vooruit kunnen.” Ik aarzelde. Moest het hoge woord eruit? Kon je tegen een rouwende zeggen waar het volgens jou precies op stond? Maar als ik het niet deed, zou ze het een dezer dagen wel in de kranten aantreffen. Vooruit dan maar. „Ik ben er somber over. Ik zag het publiek bij GroenLinks: jong, enthousiast, bevlogen. De achterban van de PvdA is moe en vergrijsd. Er moet nieuw bloed bij, maar waar haal je dat vandaan als het liever naar GroenLinks kruipt?”

Opeens herinnerde ik me dat ik een belangrijk signaal van de ineenstorting toevallig van nabij had meegemaakt. Het was november vorig jaar toen Diederik Samsom aan zijn verkiezingscampagne begon tegen Asscher voor het leiderschap van de partij. Er kwamen in een zaaltje bij de Nieuwmarkt in Amsterdam op een zaterdagmorgen vier mensen opdagen. Vier – allemaal oude mensen ook nog. De Amsterdamse achterban had het al opgegeven. De leider kwam op bezoek – nou én?

„Toch moet het kunnen”, zei mijn vrouw flink. „Asscher heeft me de laatste dagen overtuigd, het is een politicus met inhoud. Nu Pechtold gaat regeren, moet hij diens rol tegen Wilders overnemen. Hij heeft in het debat laten zien dat hij dat kan.”

Ik zweeg. Asscher had al stevige fouten gemaakt: de onverkwikkelijke strijd tegen Samsom, de zwakke campagne. Maar in de oppositie zou hij inderdaad een geduchte tegenstander kunnen zijn voor rechts. „Aan hem zal het niet liggen”, zei ik, „maar hoe krijgt hij weer vuur in die partij?”

„Het is het proberen waard”, zei mijn vrouw.

    • Frits Abrahams