Recensie

De dominee brouwt bier

Klooster Bij kloosterbier denk je aan monniken in pijen. In de Bijlmer zijn het protestanten in spijkerbroek die Tripel en Weizen brouwen. Met de opbrengst vangen ze dakloze gezinnen op.

Het proeflokaal is door een glazen wand gescheiden van de Kleiburg-brouwerij. Foto Olivier Middendorp

In december stond hij nog op de kansel te prediken over goed en kwaad en God en Jezus. Nu spreidt Martijn Horsman (40) zijn armen in een loods waar glimmende roestvrijstalen ketels zijn enige toehoorders zijn. De dominee heeft een nieuwe missie: hij brouwt bier.

Buiten raast het verkeer over de A9. Door het raam heeft hij uitzicht op de IKEA. Binnen heerst stilte. Stilte voor de storm, want over een paar dagen zijn de machines volop in bedrijf.

Het bier dat de bebaarde dominee brouwt, is kloosterbier. Dat lijkt raar, want Horsman is geen katholiek en draagt een G-Star-spijkerbroek. Maar er is wel degelijk een klooster, op tien minuten fietsafstand, in de Bijlmer. Het geld dat het bier moet opbrengen, gaat deels naar de opvang van dakloze gezinnen die daar hun toevlucht hebben gezocht.

Leefgemeenschap

„Anderhalf jaar geleden wist ik niets van bierbrouwen”, vertelt Horsman terwijl hij een rondleiding geeft. „Hier, zo smaakt mout” – hij haalt een hand zaadjes uit een zak. „Beetje zurig hè?”

Anderhalf jaar geleden was de in Kampen opgeleide theoloog voorganger in de Amsterdamse kerk Stroom. Hij was een pionier, zocht samen met jonge christenen een nieuwe manier om invulling te geven aan het geloof. Niet alleen elke zondag een uurtje in de kerk zitten, maar daadwerkelijk iets doen. Aan zijn gemeenschap ontsprongen bijvoorbeeld de PopUpKerken, waar geëngageerde creatieven ideeën uitwisselen. Acht jaar lang was hij de geestelijk leider van Stroom.

„Johannes van den Akker was een van mijn kerkgangers”, vertelt Horsman en hij wijst naar zijn zakenpartner die tegen een muur geleund aan een donkerbruin biertje nipt. „Ik heb hem begeleid toen hij zijn Kleiklooster wilde beginnen.”

Het klooster is een leefgemeenschap van jonge protestanten. Ze kochten vijf appartementen in een klusflat, richtten er een gebedsruimte in en maakten drie kamers om mensen in nood op te vangen. Wie wil kan er ’s avonds aanschuiven voor een warme maaltijd.

Johannes van den Akker (33) is de abt van het klooster. „Toen we begonnen, vroegen mensen of we dan ook bier gingen brouwen”, zegt hij.

„Wij dachten: waarom niet? Het leek een ideale manier om geld binnen te halen, net zoals de Franciscanen dat vroeger al deden.”

Ontploft fust

Probleempje was dat de abt niet wist hoe je bier brouwt. Toevallig woonde Thomas Hermsen tijdelijk in het Kleiklooster. Geen christen, wel thuisbrouwer. Met z’n drieën gaven ze het plan voor een eigen brouwerij vorm. Er kwamen een ondernemingsplan, een VOF en een crowdfundings-actie (opbrengst: drie ton).

Hoe je professioneel bier brouwt, leerden ze met vallen en opstaan – de vlek van een ontploft fust zit nog in het plafond van het klooster. Ze verplaatsten de productie van hun vier bieren naar bestaande brouwerijen, want de flat werd te klein. Nu hebben ze dan een eigen fabriek, met hun eigen logo op de gevel, en hebben ze de leenbrouwerijen weer verlaten. De naam kloosterbier durven ze nog steeds te voeren – de meeste abdijen hebben hun productie tegenwoordig ook buiten de kloostermuren ondergebracht.

Hop verbouwen

Ja, een bedrijf bestieren is iets heel anders dan een kerk runnen, erkent dominee en directeur Horsman. Maar ook weer niet.

„In acht jaar tijd heb ik mijn kerk van 30 naar 130 mensen gebracht. Het gaat erom dat je iets doet waar je in gelooft.”

Hij was toe aan een nieuwe stap. Ondernemen was nooit bij hem opgekomen, maar het kwam op zijn pad. „Ik vind het leuk om werelden samen te brengen die in eerste instantie niet bij elkaar horen. Een klooster is katholiek. Maar een plek van ontwikkeling waar je arme mensen kunt helpen is gewoon een heel goed idee. Waarom zou je dat niet mogen beginnen als je niet katholiek bent? Nu hebben we protestants abdijbier, daarmee overschrijd je grenzen.”

Met de uitbater van eetcafé Dwaze Zaken bij het Centraal Station, ook een oud-kerkganger, initieerde hij naast de brouwerij een proeflokaal waar je ook kunt eten. De kroeg wordt door een glazen wand gescheiden van de brouwerij. In het midden prijkt een glas-in-loodraam met de beeltenis van Jezus. Opgescharreld bij een handelaar in kerkinterieurs. En buiten, waar eerst alleen een kale parkeerplaats tussen kantoorgebouwen was, staan grote bakken waarin de brouwers zelf hop verbouwen. Daarmee dragen ze bij aan de vergroening van de stad.

Avonden lang etiketten geplakt

Van den Akker, die over concept en marketing gaat, heeft net stempels laten ontwerpen waarmee ze het logo van Kleiburg op kartonnen cadeauverpakkingen kunnen zetten. ‘Het goede doen’ is zijn vertaling van het christelijk geloof. Met de nadruk op doen. De oprichting van het klooster middenin een woonwijk was een eerste stap in het samenbrengen van zijn idealen, de eigen brouwerij het logische vervolg.

„Avonden lang hebben we met z’n allen aan tafel de etiketten op de flesjes geplakt. Zelfs de kinderen deden mee. Dat was ook een vorm van sociale verbinding.”

Ergens vindt hij het jammer dat in de nieuwe brouwerij een machine staat die dat werk overneemt. Horsman heeft daar minder moeite mee. „Dit is gewoon efficiënter”, zegt hij terwijl hij de etiketten bestudeert. „We moeten geld verdienen.”

Dit jaar moeten 150.000 kratten Kleiburg over de toonbank gaan, wil het bedrijf rendabel zijn. Dat wordt aanpoten. Op de steun van Jezus durven ze niet blind te vertrouwen. Horsman lachend:

„Er wordt wel eens gezegd: ‘Als Jezus een echte vent was, had hij het water wel in bier veranderd in plaats van in wijn’.”