Creatief met klei uit de printer

Design We zijn nog niet massaal aan de 3D-printer, zoals was voorspeld. Maar creatieve toepassingen zijn er wel.

Uit de 3D-printer: vazen van ontwerper Olivier van Herpt. Foto Merlin Daleman

De vazen van ontwerper Olivier van Herpt ogen fragiel en sierlijk. Als je dichterbij komt, zie je wat er aan de hand is: duizenden keramieken sliertjes, dunner dan keukentouw, vormen samen een filigrein patroon. Iedere lus geometrisch exact en identiek aan de andere. „Dit zou je met de hand nooit kunnen maken”, zegt Van Herpt in zijn atelier in Eindhoven, „zeker niet van keramiek”.

Van Herpt (27) gebruikt een 3D-printer die hij zelf heeft ontworpen en in elkaar gezet. „Ik wilde werken met een nobeler materiaal dan de kunststof die doorgaans wordt gebruikt bij 3D-printing”, zegt hij. Maar de kleiprinter die hij voor ogen had bestond nog niet.

Anders dan voorspeld is de consumentenmarkt voor 3D-printers nog altijd een niche. Nogal wat analisten zeiden dat nog vóór 2016 in vrijwel ieder huishouden een 3D-printer zou staan. Rabobank publiceerde in 2013 een rapport met de titel Zie ginds komt de printer. We moesten er niet van opkijken als er in 2014 zelfgeprinte cadeautjes onder de kerstboom zouden liggen, was daarin te lezen.

Wat is er in de tussentijd gebeurd? Komt de revolutie nog? Wat gebeurt er op het gebied van 3D-printen?

Volgens de Amerikaanse 3D-printerfabrikant Wohlers Associates groeide de markt wereldwijd in 2015 met 26 procent naar 4,7 miljard euro. In Nederland lag de marktomzet in dat jaar rond 45 miljoen euro. Vorig jaar zijn er naar schatting van onderzoeksbureau Gartner wereldwijd zo’n half miljoen 3D-printers gekocht, het dubbele van het jaar ervoor.

Die printers produceren voornamelijk kleine series van unieke objecten, liefst niet groter dan een honkbal, want daar zijn 3D-printers het meest geschikt voor. Ieder object begint bij een driedimensionaal computermodel. Dat ontwerp wordt door een computerprogramma in laagjes opgeknipt en vertaald naar een code die de printer begrijpt. Vervolgens wordt het te printen materiaal door een spuitmondje laag voor laag opgespoten.

Vazen van ontwerper Olivier van Herpt. Merlin Daleman

Leeslampknopjes en stoelriemen

De kans dat je regelmatig spullen gebruikt die – op grote schaal – 3D-geprint zijn, is groot. Vooral in het vliegtuig. Van leeslampknopje tot stoelriem tot straalmotor: allemaal 3D-geprint. De luchtvaartindustrie is er dol op. Onderdelen als scharnieren en stoelleuningen kunnen tot wel 80 procent lichter zijn dan hun traditioneel gemaakte tegenhanger. Dit komt doordat ze bijvoorbeeld in honingraatstructuur zijn geprint en niet uit massief materiaal vervaardigd. Zo kun je weer een koffer extra meenemen.

Ook in de medische sector wordt steeds meer geprint: kunstheupen, gebitsimplantaten en protheses. Wereldwijd wordt 90 procent van de op maat gemaakte hoortoestellen met een 3D-printer gemaakt. Niet alleen zijn ze goedkoper, ze zitten ook nog eens veel beter dan traditioneel gemaakte apparaten. Het gros van de 3D-printers is echter een consumentenmodel. Zo’n thuisprinter is voor ongeveer 1.000 euro verkrijgbaar bij de bouwmarkt.

In het tweede jaar van zijn opleiding aan de Design Academy in Eindhoven leende Van Herpt een 3D-printer van een kennis. Hij was meteen verkocht, vertelt hij. Hij volgde eerst een grafische opleiding, maar kreeg hoe langer hoe meer het idee dat hij méér wilde dan alleen een digitaal product. „Ik wilde iets tastbaars. Dan is een 3D-printer natuurlijk de ultieme oplossing.” Nu kan hij de grafische patronen één op één vanuit een computerprogramma uit de printer laten rollen.

Met de geleende printer maakte hij van alles, maar hij was toch „ telkens een beetje teleurgesteld” in het resultaat. „Dan ben je uren aan het printen en uiteindelijk komt er zo’n klein, plastic dingetje uit.” Als afstudeerproject ontwikkelde hij daarom een machine die kan printen met harde klei, direct uit de verpakking. „Ik maak vrij grote objecten. Die zouden vervormen als je ze van zachte klei maakt.”

Van Herpt heeft zijn printer doorontwikkeld en werkt nu met zijn vijfde prototype. Werken met een 3D-printer betekent vooralsnog vooral veel knutselen, zegt ook 3D-print-consultant Joris Peels. „ Je moet technisch aangelegd zijn en het leuk vinden om te knutselen.” Peels gelooft dan ook niet dat de 3D-printer ooit net zo gewoon wordt als zijn tweedimensionaal printende evenknie, zelfs niet ze gebruiksvriendelijker worden.

Voordat je iets kunt printen, moet je een 3D-ontwerp maken en dat vervolgens in de computer invoeren. „Dat het kán, betekent niet dat je het ook wilt.”

    • Steffi Weber