Opinie

Kleine partijen tonen de rol van de Tweede Kamer als pacificatiemachine

Van een afstandje bekeken ziet de Nederlandse parlementaire representatieve democratie er na deze week weer een beetje exotischer uit. Hier geen titanenstrijd tussen grote machtsblokken zoals in de VS, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland of Frankrijk. Eerder een voorzichtige stoelendans met dit keer 28 deelnemers. De vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2012 verliepen nog wel binnen dat frame van de titanenstrijd, met het gevecht tussen de VVD en de PvdA. Maar ditmaal kwam de grootste partij, wederom de VVD, uit op 33 zetels. Twee zetels meer dan in 2010 toen de liberalen, zoals VVD-lijstrekker Mark Rutte woensdagnacht in zijn overwinningstoespraak zei, de „kleinste grootste partij” van de recente Nederlandse parlementaire geschiedenis werd.

De bestaande kleine fracties van christelijke partijen, ouderenpartij en dierenpartij, hebben gezelschap gekregen van Denk, drie zetels, en Forum voor Democratie, twee zetels. Met dank aan de lage Nederlandse kiesdrempel die ervoor zorgt dat partijen met een relatief gering aantal stemmen de status quo aan het Binnenhof kunnen verstoren. Positiever gezegd: het Nederlandse politieke systeem is voor nieuwe politieke bewegingen relatief goed toegankelijk. Iemand die de deur van dit „machtskartel” wil opentrappen, de ambitie van Thierry Baudet (FvD), merkt al snel dat die deur helemaal niet op slot zat. Vandaar misschien Baudets verbaasde overwinningsspeech. Kennelijk was hij te zeer in zijn eigen verkiezingsretoriek gaan geloven.

Er staat geen hoge muur om de Tweede Kamer, de zogenaamde „elite” waartegen ook de PVV van Geert Wilders ageert. En dat is niet sinds vandaag of gisteren. Alleen al sinds de jaren zestig belandde een hele reeks nieuwkomers in het parlement. D66, SP, GroenLinks, ChristenUnie en PVV zijn allemaal voorbeelden van dit soort doorbraakpartijen.

Dit is tegelijk een kenmerk van het typisch Nederlandse parlementaire model dat zeer geschikt is om soms hoogoplopende belangentegenstellingen in de samenleving te pacificeren. Daarom is het goed dat een partij als Denk, ondanks de bedenkelijke methoden die men er soms op na houdt, is vertegenwoordigd in ‘s lands vergaderzaal.

De uitdaging ligt niet zozeer in het veroveren van een plaats in de Tweede Kamer. Maar wel om, eenmaal gekozen, écht volksvertegenwoordiger te zijn. Dat betekent invulling te geven aan het mandaat van de kiezer en een waardevolle bijdrage te leveren aan het proces van wetgeving en controle op het landsbestuur. Daar ligt de echte uitdaging voor partijen als Denk en Forum voor Democratie.