Recensie

Verdrongen wreedheid in een weeshuis

Het in eigen land met filmprijzen overladen The Day Will Come vertelt een verhaal van institutionele wreedheid tegen kinderen.

Net als het meer geslaagde Land of Mine zoomt The Day Will Come van Borgen-regisseur Jesper W. Nielsen in op een vergeten episode uit de Deense geschiedenis. Vergeten of verdrongen? Het in eigen land met filmprijzen overladen The Day Will Come vertelt een verhaal van institutionele wreedheid tegen kinderen.

Directeur Heck (een ijzingwekkende Lars Mikkelsen) zwaait sadistisch de scepter over een weeshuis in Gudbjerg. Het is eind jaren zestig, en terwijl in de straten van Kopenhagen de moderne tijd aanbreekt, runt hij zijn eigen wereldvreemde minimaatschappij, gebaseerd op angst en repressie.

Door de kinderlijk verwonderde ogen over zoveel onrecht van de broertjes Erik en Elmer zien we hoe groepsdruk en ontmenselijking in de praktijk uitwerken. Heck en zijn collega’s zijn meesters in terreur. Door hun pupillen op te jutten steeds een kind tot pispaaltje te maken (vaak de kleine Elmer met zijn klompvoet), doorstaan de anderen de grootste vernederingen. Verlammend is de scène waarin een jongetje dat ’s nachts door een van de leraren seksueel is misbruikt transformeert tot een grommende valse hond op het moment dat hij ziet dat in bedplasser Elmer een nieuw slachtoffer schuilt.

Nieuw zijn dit soort verhalen niet. Wel benemen ze je elke keer weer de adem. In elke gemeenschap, elk bedrijf, zijn er steeds weer mensen die zich sterker kunnen voelen als ze naar beneden trappen. En elke keer vraag je je af hoe lang mensen als Erik en Elmer het vol zullen houden om dat spel niet mee te spelen.

Dat is de reden waarom dit soort films aangrijpend blijven: omdat we denken dat ze niet over onszelf gaan en toch herkenbaar zijn.