Opinie

    • Nicolaas Klei

Tante Kitty

Toen ik elf was kwam ik bij Kitty Courbois. Tante Kitty, zei mijn vriendje Fons: ze was een vriendin van zijn ouders. Ze had geen deur: je stapte door het souterrainraam naar binnen op het aanrecht, haar Amsterdamse woonkeuken in. Het rook er heerlijk. Haar Hongaarse vrienden hadden gister gekookt, vertelde tante Kitty, als dank voor het aangenaam verpozen. Alle gasten waren vol lof. Zo koken, zulke exquise smaken, vlees dat smolt op je tong! Dat konden wij in Holland toch niet. Pas bij het toetje had Kitty verteld dat haar Hongaarse vrienden, overdonderd door de decadente westerse weelde, als vlees blikjes Kitekat hadden gebruikt.

    • Nicolaas Klei