Stemmen voor meer vaste banen is een illusie

Arbeidsmarkt Veel partijen willen iets doen tegen de wildgroei aan flexbanen in Nederland. De vraag is of de politiek dat wel kan, zegt Paul de Beer.

Illustratie Tomas Schats

Heb je genoeg van je zoveelste flexcontract of je zzp-bestaan? Wil je liever een vaste baan met meer zekerheid, carrièreperspectief en meer hypotheekruimte? Op wie moet je vandaag dan stemmen voor hervorming van de arbeidsmarkt?

Het goede nieuws voor deze kiezers is dat veel partijen vaste contracten aantrekkelijker willen maken voor werkgevers, alleen de oplossingen verschillen. De VVD wil dat cao’s niet meer gelden voor hele sectoren. GroenLinks wil juist tijdelijke contracten duurder maken met hogere werkgeverspremies. D66 wil de kloof tussen ‘vast en flex’ verkleinen met één arbeidscontract voor iedereen.

Alleen, de politiek heeft maar beperkte invloed op de arbeidsmarkt, volgens hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer en hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp van de Universiteit van Amsterdam. Dat blijkt uit hun onderzoek Dertig vragen en antwoorden over flexibel werk in opdracht van Instituut Gak dat deze woensdag wordt gepubliceerd.

Het rapport van Verhulp en De Beer:

Het onderzoek gaat zowel over tijdelijke werknemers, oproepkrachten en bijvoorbeeld payrollers als over zelfstandigen zoals zzp’ers. Afhankelijk van de definitie (van het minimale aantal werkuren) gaat het om 35 tot 40 procent van alle werkenden in Nederland: circa 3,3 miljoen mensen.

Wet werk en zekerheid

Een bekend voorbeeld van gefaald overheidsingrijpen is de Wet werk en zekerheid van minister Lodewijk Asscher (PvdA, Sociale Zaken) om meer vaste banen te creëren. De maximale periode van opeenvolgende tijdelijke contracten werd verkort van drie naar twee jaar, de minimale tussenpauze verlengd van drie naar zes maanden.

Het resultaat is eerder andersom: het aantal flexwerkers is sinds de invoering medio 2015 met in totaal 128.000 gestegen en het aantal vaste banen met slechts 7.000, volgens CBS-cijfers. „Tot nu toe lijkt het effect dus beperkt, terwijl deze wet na de Flexwet uit 1999 toch werd gezien als hét voorbeeld van hoe we in de polder tot gezamenlijke oplossingen kunnen komen”, zegt De Beer.

Aanpassing van het ontslagrecht is een ander middel waar partijen aan denken. Het CDA wil dat kantonrechters arbeidscontracten sneller kunnen ontbinden en D66 afschaffing van de preventieve toets of het ontslag wel is gegrond. De SP wil juist de ontslagvergoeding verdubbelen en GroenLinks en de PvdA willen dat flexwerkers ook een vergoeding krijgen om nieuw werk te vinden.

Binnen de club van welvarende industrielanden (OESO) is Nederland qua ontslagrecht inderdaad een uitzondering. Nergens is het verschil in ontslagbescherming voor vaste en tijdelijke contracten groter dan hier. „Het ligt voor de hand om te denken dat Nederland daarom zo’n grote flexibele schil heeft”, zegt De Beer. Maar in landen met een nog grotere ‘flexibele schil’, zoals Polen, Spanje en Griekenland, is het verschil in ontslagbescherming juist kleiner, volgens het onderzoek. In een land als Litouwen is het verschil in bescherming ook klein, maar het aantal tijdelijke banen ook. Al met al is er „geen enkel systematisch verband” tussen ontslagrecht en de omvang van de flexibele sector in landen, zegt De Beer.

Nog niet zeker van je stem? Onze programmawijzer geeft een overzicht van de verkiezings­programma’s. Met een handig filter lees je alleen over de partijen en onderwerpen die je het meest interesseren.

Loondoorbetaling bij ziekte

Veel bazen, met name binnen het midden- en kleinbedrijf, zijn bang om mensen vast aan te nemen vanwege de risico’s bij ziekte. Als een werknemer ziek wordt en uitvalt, moeten werkgevers twee jaar lang een groot deel van het loon doorbetalen.

VVD, D66, ChristenUnie en GroenLinks willen de loondoorbetaling voor kleine bedrijven daarom terugbrengen naar één jaar. Het tweede jaar zou bijvoorbeeld de overheid moeten vergoeden of collectief verzekerd moeten worden, vinden ze.

Sinds het tweede jaar loondoorbetaling in 2004 is ingevoerd, is flexibele arbeid flink gegroeid in Nederland. Maar tijdens de crisis in 2009 is het flexwerk weer ingezakt en op de lange termijn is er weinig verband tussen de uitbreiding van loondoorbetaling bij ziekte en het aantal flexbanen, volgens het onderzoek. De vraag is ook hoe groot het risico voor werkgevers daadwerkelijk is. Driekwart van de werkgevers heeft zich verzekerd tegen loondoorbetaling.

Wel verdienen flexwerkers gemiddeld minder, ook al vallen ze onder cao’s. De tarieven van zzp’ers zijn internationaal moeilijk te vergelijken, maar er is een belastingvoordeel voor zowel zzp’er als opdrachtgever, zegt de Beer. „Ik begin verder steeds meer te geloven, dat er een bedrijfscultuur is ontstaan waarin het vanzelfsprekend is om grote aantallen flexwerkers in te huren.”

    • Eppo König