Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Slotdebat

Het duurde niet lang meer of ik zou voor de tweede keer vader worden. De vriendin was eindelijk met verlof, ze mocht officieel op de bank hangen en klagen. Gisteren begon met een verkeerd dichtgeknoopte luier bij de dochter van anderhalf, maar ik was dan tenminste geen Lodewijk Asscher van wie ze vond dat hij Goedemorgen Nederland wel heel houterig presenteerde. Nee, die stond daar in alle vroegte met z’n geklungel wel heel nadrukkelijk z’n laatste kans op onze stemmen definitief te verspelen.

Terwijl ons vanuit Turkije een paar uur later de moord op achtduizend moslims in Srebrenica in de schoenen werd geschoven en minister-president Rutte daar op zijn beurt als eerste van een lange rij politici schande van sprak, belde ze om te zeggen dat ik het echtelijk bed niet meer op klossen hoefde te zetten. Dat klusje had haar moeder, een Zaankantse die van aanpakken weet, inmiddels geklaard. Wij zouden voortaan letterlijk in ons bed moeten klimmen, maar de kraamverzorgster hoefde tenminste niet te bukken als het zover was.

De vriendin, die dit karweitje eigenlijk aan mij had toebedacht, deed verslag op een toon die het midden hield tussen informerend en verwijtend terwijl ik in het grand café naast de begraafplaats mijn werkjes probeerde te doen. Om me heen waren ze inmiddels ook aan het sjouwen en bouwen.

‘Er zijn hier drie stemlokalen”, zei ik enthousiast. Ik dacht aan mijn vader die er zijn hart had kunnen ophalen omdat die op verkiezingsdagen de vreemde gewoonte had om zijn neus om de hoek bij een stembureau te steken om er te informeren naar de opkomst.

„Koffie moe?”, vroeg ze aan haar moeder.

Daarna tegen mij: „Ik denk dat ze de nieuwe commode ook nog in elkaar rost, hoef je dat ook al niet meer te doen….”

Ik herinnerde haar eraan dat ik om kwart over zes in de nacht naar beneden was gegaan toen er een truck van de firma BabyPark met een bouwpakket voor onze deur stond. Geen slimme opmerking, nu ging ze vragen wie of ik dacht dat er anders naar beneden had gemoeten.

„Wie had anders die dozen omhoog moeten sjouwen?”, vroeg ze. „Ik met m’n dikke buik?”

We vonden elkaar in het vooruitzicht op het slotdebat tussen alle lijsttrekkers waaraan we ons dan weer hardop zouden kunnen ergeren. Het was fijn dat het verkiezingstijd was, eigenlijk waren de verkiezingen nog nooit zo gunstig gevallen.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen