Signaal aan Europa: de PVV breekt niet door

Verkiezingsuitslag Regeren doet pijn: dat merkten VVD en (nog meer) PvdA. Maar Rutte kan door. Minstens zo belangrijk: de VVD is veel groter dan de PVV. Dat is ook een boodschap aan Europa.

Er zijn wel eens méér burgers boos geweest in Nederland. Een grote overwinning van Geert Wilders (PVV) is woensdag uitgebleven. Het signaal aan de rest van Europa: rechts-populisme hoeft niet te winnen. Premier Mark Rutte (VVD) is in het buitenland de man die Wilders een halt toeriep, zijn coalitiepartner Lodewijk Asscher (PvdA) werd gedecimeerd.

Wat duidelijk is geworden: het land besturen is een ondankbare klus. De regeringsfracties VVD en PvdA zijn woensdag samen bijna de helft van hun aanhang kwijtgeraakt. Hoewel ze in absolute zin iets minder zetels verloren dan Paars II in het buitengewone jaar 2002, is het een afstraffing van vergelijkbare proporties. Het kabinet kreeg de economie weer aan de praat, hervormde de verzorgingsstaat en trotseerde de vluchtelingencrisis – en zat ook nog eens voor het eerst in twintig jaar de volledige termijn uit. Maar de kiezers hadden maling aan hun boodschap van „verantwoordelijkheid nemen”.

De grote lijnen

Junior partner PvdA stortte in. Met 29 zetels verloren de sociaal-democraten meer dan drie keer zo veel als de VVD. PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher sprak van een „bittere avond”. De VVD raakte acht zetels kwijt, maar bleef met afstand de grootste. Een ‘premiersbonus’ is niet geïncasseerd, maar het leiderschap van premier en VVD-leider Mark Rutte heeft het verlies van zijn partij zeker beperkt.

Nederland is ook nog verder versnipperd geraakt. Met 33 zetels is de VVD de grootste, maar alleen in 2010 had de grootste partij (toen ook de VVD, met 31) minder zetels. Daarna volgen nu vijf middelgrote partijen, drie van negentien, eentje met zestien en een met veertien zetels: CDA, PVV, D66, GroenLinks en de SP.

De kiezers hebben in onrustige tijden gekozen voor het politieke midden. Dat midden is wel meer centrum-rechts dan centrum-links. VVD, CDA en D66 behielden of versterkten hun positie, terwijl links ondanks de zege van Jesse Klaver een collectieve opdonder kreeg. PvdA, GroenLinks en de SP verloren achttien zetels ten opzichte van 2012, en zijn samen nu zelfs kleiner dan in het linkse ‘rampjaar’ 2002. Daar staat tegenover dat het progressieve D66, dat deze verkiezingen op sociaal-economisch vlak naar links bewoog, flink heeft gewonnen.

De winnaars

Ondanks een weinig sprankelende campagne heeft Mark Rutte de VVD met afstand de grootste partij gemaakt. Bij de VVD zullen ze concluderen dat het spelen van de verantwoordelijkheidskaart – „ik heb de krassen in mijn gezicht staan” – de schade heeft beperkt. En de diplomatieke crisis met Turkije van de afgelopen dagen heeft daar een handje bij geholpen.

Het grote succesverhaal van deze verkiezingen is dat van Jesse Klaver. Vijf jaar terug leek zijn partij op sterven na dood, nu is GroenLinks samen met de SP de grootste op links. Zelfs de populaire Paul Rosenmöller haalde in de jaren negentig niet zoveel zetels als Klaver nu lijkt te zijn gelukt. De zege van de jonge lijsttrekker is een troost voor links en een opsteker voor de politiek in het algemeen. Want Klaver voerde een uitgesproken positieve campagne en wist heel veel jongeren naar zijn zalen te trekken. Hij liet zien dat politiek inspirerend en aantrekkelijk kan zijn.

De andere winnaars zijn de twee partijen die deze campagne wisten te kapen, omdat Wilders en Rutte in het begin minder zichtbaar waren: CDA en D66. De winst is voor beide partijen ongeveer even groot. Toch was de vreugde groter bij D66 dan bij het CDA. De democraten verliezen bijna altijd zetels in de laatste weken van de campagne, maar in zijn vierde verkiezing als lijsttrekker wist Alexander Pechtold deze trend te doorbreken.

Bij het CDA hadden ze stiekem op meer gehoopt. Met zijn fatsoensoffensief was Buma één van de smaakmakers van deze campagne, hij geloofde dat het mogelijk was Rutte uit het Torentje te stoten. Dat is bij lange na niet gelukt. Het CDA is nog niet eens terug op de 21 zetels van 2010 – wat destijds als ver beneden de maat werd gezien. Daar staat tegenover dat Buma, mede dankzij de 12 zetels van het CDA in de Eerste Kamer, een ijzersterke positie heeft bij de formatieonderhandelingen.

Ook laten deze verkiezingen weer zien dat Nederlanders nieuwelingen graag een kans geven. Denk en Forum voor Democratie (FvD) krijgen allebei meerdere zetels. Thierry Baudet van Forum voor Democratie zei dat hij zijn piano wil meenemen, toneel en spektakel zijn dus verzekerd de komende periode. Spektakel in de Tweede Kamer lijkt de komende periode verzekerd, met Thierry Baudet en Tunahan Kuzu.

Hoewel Wilders’ doorbraak uitbleef, is de anti-establishment-stem wel flink gegroeid. Hij is alleen, net als de rest van het politieke veld, versnipperd. Naast nieuwkomers Denk en FvD vergrootten de ‘zittende’ bestrijders van de gevestigde orde, 50Plus en de Partij voor de Dieren hun zetelaantal aanzienlijk. Samen met PVV en SP bezetten deze flankpartijen nu bijna eenderde van de Kamerzetels.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

De verliezers

Bij de PvdA is zondagskind Lodewijk Asscher het gezicht geworden van een nog nooit vertoonde nederlaag. Het grootste zetelverlies in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. De PvdA is nu de zevende partij en is haar strategische positie kwijt: ze is niet langer de grootste op links. Je kunt je afvragen of het anders was gelopen met een betere campagne of met Diederik Samsom als lijsttrekker. Vast staat dat de PvdA kapotgeregeerd is. Op krachten komen in de oppositie is de enige geloofwaardige optie.

Ook de SP hoort bij de verliezers, met één zetel verlies. Emile Roemer, in 2012 nog premierskandidaat, heeft niet kunnen profiteren van de sores van de PvdA. Alle niet-regeringspartijen wonnen zetels, behalve de SP. Roemer had met de zorg een ijzersterk campagnethema in handen, maar de dynamische Jesse Klaver ging er met de buit vandoor. De vraag is hoe lang Roemers leiderschap nog duurt.

Teleurstelling voor Wilders

Geert Wilders (PVV) wint weliswaar zetels, maar zijn zege moet voelen als verlies. Jarenlang stond hij bovenaan de peilingen, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis ruim boven de dertig zetels. Wilders heeft niet eens zijn resultaat uit 2010 (24 zetels) geëvenaard. Zijn besluit om nauwelijks campagne te voeren is een misrekening geweest.

De internationale impact van het teleurstellende resultaat van Wilders is moeilijk te onderschatten: de opmars van het nationaal-populisme is in Nederland voorlopig tot stilstand gekomen. Het roept ook de vraag op of Wilders ooit nog écht zal kunnen doorbreken. Als het niet lukt na deze vijf jaar – IS, vluchtelingencrisis, Trump, Brexit, een kabinet dat de verzorgingsstaat heftig verbouwt – wanneer dan wel?

    • Thijs Niemantsverdriet
    • Annemarie Kas