William Eggleston scharrelt langs de randen van Amerika

Fotografie William Egglestons legendarische serie ‘Los Alamos’ geeft na 50 jaar nog altijd een treffend beeld van het diepe zuiden van Amerika. Vanaf vrijdag zijn de foto’s in fotomuseum Foam te zien.

Louisiana, 1971-1974 Foto’s Eggleston Artistic Trust / Courtesy David Zwirner, New York/ Londen

Het zouden decors kunnen zijn in de films van David Lynch of de gebroeders Coen. De diners met hun skaibanken, de motels met hun neonreclames waarvan altijd wel één letter stuk is, de roadside cafés met hun vergeelde plafonds en hun roestige Coca-Cola-koelkasten, de parkeerplaatsen waar het onkruid uit scheuren in het asfalt groeit. De bowlingbanen, de liquor stores en de autowasserijen, de theaters waar al in geen jaren meer een film heeft gedraaid. Bijna iedere foto die William Eggleston (1939) in het diepe zuiden van de Verenigde Staten maakte, ziet eruit als een filmscène.

Memphis, 1965. William Eggleston

Eggleston begon zijn serie Los Alamos ruim vijftig jaar geleden. Meer dan 2200 foto’s maakte hij tussen 1965 en 1974, tijdens verschillende roadtrips vanuit zijn geboorteplaats Memphis door de Mississippi Delta, richting New Orleans en Las Vegas, via Texas en Tennessee. Het was de bedoeling dat de foto’s in een portfolio van twintig delen zouden worden uitgegeven, maar Eggleston drukte de meeste negatieven nooit af.

Met de jaren raakten ze in de vergetelheid, tot hij ze in 2000 herontdekte en voor het eerst exposeerde en publiceerde onder de titel Los Alamos. In 2012 volgde, nadat er nog een map met negatieven gevonden was, een uitgebreidere selectie in Los Alamos Revisited, een boekwerk van drie delen. Nu is de legendarische serie te zien in het Amsterdamse museum Foam.

Ze zijn nog steeds te vinden, deze beelden, in stadjes als Demopolis, Alabama of Helena, Arkansas. Je ziet ze wanneer je over de tweebaanswegen door staten als Mississippi of Louisiana rijdt: de verlaten tankstations, de vervallen motels en de brakke schuurtjes met golfplaten daken waar met de verfkwast BAR of LOUNGE op is geschilderd. De armoede is er nog altijd alom zichtbaar. Soms lijkt dit deel van Amerika meer op een derdewereldland dan een economische grootmacht.

Moeilijk vast te pinnen

Santa Monica, 1974. William Eggleston

Eggleston, die uit een rijke blanke familie stamt en opgroeide op een katoenplantage, maakte snapshot-achtige foto’s van de meest banale onderwerpen die hij tijdens zijn reizen tegenkwam. Hij richtte zijn 35mm-camera op kitscherige prullen, ketchup-flessen, nietsige planten, dakranden, hekken, uithangborden, kerstversiering, hobbelpaarden, plastic tuinbeelden, verkeersborden en stoepranden.

Anders dan de meeste fotografen in die tijd deed hij dat niet in zwart-wit maar op Ektachrome en Kodachrome, films die de kleuren vaak nog intenser deden lijken dan ze in werkelijkheid waren. Eggleston gaf de werken geen titels en publiceerde ze zonder commentaar of hiërarchie. Alles is bij hem gelijkwaardig. En alles is het waard om te fotograferen. „Een democratische manier van kijken”, noemt hij dat zelf.

Die terloopse manier van fotograferen maakt de beelden tijdloos en universeel. Ze zijn moeilijk vast te pinnen op een specifieke plek. Wie door het gebied rijdt, komt Egglestons onderwerpen overal tegen. Je ziet ze voorbij schieten door je autoruit, de verbleekte muurreclames en uithangborden. Het lijkt zo makkelijk om ze ook te maken, deze foto’s. Maar als je het probeert, lukt het nooit. Er zit iets dwingends in Egglestons composities. Hij kiest vaak een laag perspectief, waardoor gebouwen hoog boven je uit lijken te torenen. Het zijn foto’s die zowel herkenbaar als vervreemdend zijn. Foto’s die documentair zijn, maar ook altijd iets dromerigs hebben. Dat is waarom regisseurs als David Lynch en de gebroeders Coen zo van Egglestons werk houden.

In 2005 maakte Michael Almereyda een intieme documentaire over de fotograaf, William Eggleston in the real world, waarin mooi te zien is hoe de eigenzinnige autodidact zijn beelden vangt. Als een hond die snuffelend zijn weg vindt, zo scharrelt Eggleston langs de randen van dorpen met maar één kruising. Intuïtief zoekt hij zijn prooi, als een geoefende jager. Praten doet hij nauwelijks. „Fotografie heeft niets te maken met woorden”, mompelt hij met zijn lijzige, zuidelijke accent. „Het zijn net twee verschillende diersoorten. Ze zijn niet echt dol op elkaar.”

Memphis, 1965-1968. William Eggleston

Spookstadjes

Natuurlijk, er is ook veel veranderd in die halve eeuw. Er wordt niet meer gerookt in bars. Telefooncellen verdwenen. De mode is anders, de suikerspinkapsels zijn verdwenen. Je betaalt niet meer 0,25 dollarcent voor een ijsje en 1,25 voor een glas bier. De auto’s, vaak de hoofdrolspelers op Egglestons foto’s, hebben nieuwere modellen – al zie je in de zuidelijke staten ook nog vaak die roestige sleeën voorbijrijden. Maar op zondag gaan de vrouwen nog steeds in felgekleurde mantelpakjes en met bloemen in het haar naar de kerk – zoals hun moeders dat vijftig jaar geleden ook deden. ‘This is God’s country’, memoreren billboards keer op keer.

In zijn boek Deep South (2015) beschrijft reisjournalist Paul Theroux hoe in de zuidelijke staten hele stadjes wegkwijnen doordat er, sinds de Interstate snelwegen zijn aangelegd, geen auto meer stopt. ‘Boomtowns’ zijn nu spookstadjes, vol dichtgetimmerde winkels en restaurants. Alleen de drogisterijen en de pandjeshuizen doen nog goede zaken. Juist op plekken waar de economie stagneert, lijkt de tijd stil te staan, constateert Theroux. „Mijl na mijl zie je er geen teken van moderniteit; je zou niet kunnen zeggen welk jaar het is; het verval en de rotzooi en de eenvoud van de nederzettingen doen denken aan vroeger tijden.”

En Route to New Orleans, 1971-1974. William Eggleston

Dertig jaar voor Eggleston maakte fotograaf Walker Evans in Hale County, Alabama, zijn legendarische serie Let Us Now Praise Famous Men, een geëngageerd document over de schrijnende armoede op het platteland tijdens de depressiejaren. Die foto’s waren in zwart-wit en zien er daardoor uit als historisch materiaal. Evans fotografeerde vooral de mensen, de arbeiders, terwijl Eggleston zijn camera richtte op het straatbeeld en de gebouwen. Vandaar dat zíjn beelden van het diepe zuiden nog altijd tastbaar aanwezig zijn.

Eggleston is bovendien wars van politiek. Zijn foto’s tonen geen sociaal onrecht, hoogstens subtiele hints van economische malaise. De segregatie was nog maar een jaar afgeschaft toen hij aan Los Alamos begon. Hij doorkruiste een gebied onder hoogspanning vanwege de vele rassenrellen. In 1965 werden op de Edmund Pettus Bridge in Selma, Alabama de demonstraties voor gelijke rechten voor zwarten wreed neergeslagen. Nu wordt die locatie herinnerd als onderdeel van de Selma To Montgomery Voting Rights Trail en staan langs de route ‘historical markers’. Maar op Egglestons foto’s zie je van de onlusten niets terug. Ook dat maakt zijn werk vervreemdend.

Wie door de zuidelijke staten heeft gereisd, zal bij zijn foto’s heimwee voelen. ‘The Deep South’ heeft iets waardoor je er steeds naar terug wilt keren. Omdat je er in restaurants steevast begroet wordt met ‘sunshine’ of ‘sweetheart’. Omdat de caissière van de supermarkt je bij het kopen van een biertje altijd om je paspoort vraagt, ook al ben je de veertig gepasseerd. Want: „If things ain’t fallin’ off, you still look young to me.” Omdat de supermarkten er Piggly Wiggly heten, met een schattig varkentje met koksmuts in hun logo. Omdat het leven er gemoedelijk en het tempo een stuk lager is. „Life is slow here”, vertellen inwoners van dorpjes als Clarksdale, Mississippi. „En dat willen we graag zo houden.”

William Eggleston: Los Alamos. 17 maart t/m 7 juni in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. foam.org Los Alamos Revisited is in 2012 verschenen bij Steidl. 178 euro.
    • Sandra Smallenburg