Recensie

‘Met bescheidenheid kan je geluk vinden’

‘After the Storm’ van de Japanse regisseur Hirokazu Kore-eda gaat over een dertiger die zijn grootse dromen zag vervliegen. „Ik dacht dat ik nu wijzer zou zijn.”

Hoofdrolspeler Ryota (Abe Hiroshi, links) betaalt zijn alimentatie nooit en koopt zijn geweten af met poenige cadeaus voor zijn zoon.

‘Niet iedereen kan worden wie hij wilde zijn.’ Dat motto schreef de Japanse filmmaker Hirokazu Kore-eda boven zijn script toen hij in 2009 aantekeningen begon te maken voor After the Storm. En hijzelf? Kore-eda lacht schuchter. „Ik had mij voorgesteld op mijn 53ste veel wijzer en harmonieuzer te zijn. Onverstoorbaar ook.”

Kore-eda, die we spreken in Cannes, buigt zich in zijn laatste film opnieuw over – falend – vaderschap. „Ooit vroeg ik mij als jonge filmmaker af: wat is cinema? Nu wordt alles wat ik maak kleiner en persoonlijker, waarschijnlijk omdat ik zelf vader ben. Dan verschuiven prioriteiten. Nu zijn de vragen die me het meest bezighouden: wat is een mens? Wat betekent familie?”

In After the Storm won zijn personage Ryota ooit een literaire prijs, maar hij gleed af tot gokverslaafde en cliënten chanterende privédetective, die zijn ex stalkt en zijn moeder besteelt. Geen kwaadaardig mens, eerder een geslagen hond.

Lees de recensie: Mediteren zonder zelfverbetering

Kore-eda: „Ryota kan niet uitstaan wie hij is en wat het leven hem gebracht heeft. Hij streeft altijd naar iets groots, een hoofdprijs. Wie weet is hij ook een laatbloeier.”

Zijn moeder belichaamt in de film andere waarden: tevreden zijn met wie en waar je bent. „Ik wil niet beweren dat het ware geluk verbonden is met bescheidenheid, met het opgeven van ambities en dromen. Maar ik opper wel die mogelijkheid.”

Eigenlijk oppert Hirokazu Kore-eda in al zijn films die mogelijkheid. Zijn rustig gemonteerde, anti-dramatische oeuvre getuigt van groot zelfvertrouwen: hij gelooft – terecht – dat ernst en eerlijkheid genoeg zijn om kijkers te boeien. Het gaat in zijn werk om aanvaarden, in het reine komen, loslaten. Er is bij Kore-eda nooit een dramatische ommekeer, hooguit gevorderd inzicht in het verleden, familie of het onvermijdelijke.

Magische kinderwereld

Zo kan een vrouw in zijn speelfilmdebuut Maborosi (1995) de onverklaarbare zelfmoord van haar vrolijke echtgenoot niet uit haar hoofd zetten, mogen zielen van overledenen in After Life (1998) in het hiernamaals één herinnering kiezen om mee te nemen en leeft een welgestelde familie in Still Walking (2009) nog altijd in de schaduw van een verdronken zoon.

Kinderen en hun hoopvolle, magische wereld verhogen de melancholie. Neem I Wish (2011), waarin de twaalfjarige Koichi op pelgrimage gaat naar een plek waar twee hogesnelheidslijnen elkaar passeren om zijn wens in vervulling te laten gaan: het terugdraaien van de scheiding van zijn ouders.

Het idee voor After the Storm deed Kore-eda al in 2001 op, toen hij zijn ouders vaak bezocht in een wooncomplex in Tokio waar hij zelf opgroeide: zijn vader lag toen op sterven. Een grappige, lieve, vaak werkloze man die zijn moeder dwong tot heel hard werken, vertelde Kore-eda in 2013 bij zijn film Like Father, Like Son. Die film ging ogenschijnlijk over de verwisseling van baby’s in een ziekenhuis, maar zette eigenlijk zijn beredeneerde, maar emotioneel afwezige vaderschap af tegen de warmbloedige broddelstijl van zijn vader.

Kore-eda wilde koste wat kost filmen in het Asahigaoka-complex, waar zijn ouders woonden. „Opnemen in een wooncomplex is in Japan zeer tijdrovend. Je moet de regering een vergunning vragen, dat kost je twee jaar. Dan volgt de bewonersorganisatie en dan moet je langs bij elke flat die in beeld komt.”

Veroordeeld tot simpele baantjes

Maar voor de filmmaker spiegelde het wooncomplex zijn personage Ryota. Kore-eda: „Toen die flatjes in de jaren vijftig werden gebouwd, waren ze bedoeld voor jonge gezinnen die na tien, twintig jaar geld hadden voor een eigen huis. Dan kwamen er weer nieuwe paren in, zo was het idee. De realiteit is dat mijn moeder er veertig jaar woonde en de wijk geleidelijk veranderde in een bejaardencomplex. Zo’n leven hadden die flats niet verwacht.”

Zo glipte er wel meer autobiografie in After the Storm. „Ryota is een beetje mijn vader en een beetje mijzelf. Maar het gaat ook over dertigers van nu, met te veel opleiding voor de simpele baantjes waartoe ze zijn veroordeeld. Die vluchten weg in dromen of gokken.

„Echt autobiografisch is de scène waarin Ryota’s gezin tijdens de tyfoon met een zaklantaarn schuilt in een glijbaan in de vorm van een octopus. Zo doorstond ik ooit met twee vriendjes een nachtelijke tyfoon. Een avontuur, ik weet nog dat we ons achteraf heel verbonden met elkaar voelden.”

En nee, antwoordt Kore-eda: hij zal nooit een film maken met een kwaadaardig personage. „Die optie heb ik mijzelf bewust ontzegd: films maken over personages die het potentieel hebben om de wereld te redden of te verwoesten.” Kleine pauze. „Maar als Hollywood mij vraagt voor Batman versus Superman, strijk ik met mijn hand over mijn hart.”

    • Coen van Zwol