Massagraf in de Londense metroschacht

Opgravingen De Britse hoofdstad was altijd een welvarende stad. Dat blijkt uit archeologische vondsten bij de aanleg van de nieuwste metrolijn.

Diep onder de Londense grond groef een mijnwerker een nauwe tunnel, toen hij uit zijn ooghoek iets naar beneden zag vallen. Net op tijd kon de man het object pakken. Wat blijkt? Het is een, op één scherf na, gave Romeinse pot vol menselijke resten. Had de mijnwerker een seconde te laat gereageerd, dan was de urn uit de oudheid in stukjes uiteen gevallen. Nu staat de pot pontificaal in het midden van het Museum of London Docklands, als voorbeeld van de bijzondere vondsten die zijn gedaan tijdens de aanleg van de Elizabeth Line, de nieuwste metroroute.

Pas volgend jaar wordt lijn deels in gebruik genomen, maar vanaf deze maand zijn de archeologische vondsten te bewonderen in een tentoonstelling. „Die pot is voor mij bijzonder”, zegt Jackie Keily, curator van de tentoonstelling. Met verve vertelt zij de anekdote over de mijnwerker.

„Er werkten jarenlang tweehonderd archeologen aan de metrolijn om te zorgen dat alle vondsten goed gedocumenteerd konden worden. Maar juist deze tunnel was zo nauw dat alleen gespecialiseerde mijnwerkers naar beneden mochten. Het is prachtig dat iemand onder zulke omstandigheden zo snel te handelt en voorzichtig de pot naar boven brengt.”

De Elizabeth Line, die nu nog bekend staat onder de projectnaam Crossrail, zal in de toekomst 200 miljoen passagiers per jaar vervoeren, van Reading en Heathrow in het westen, dwars door Londen tot Shenfield en Abbey Wood in de oostelijke buitenwijken. Daar worden Londense forenzen enthousiast van. Archeologen raken van een ander aspect van het project opgewonden: voor het eerst sinds de aanleg van de Jubilee-line in de jaren zeventig wordt er op grote schaal geboord onder het hart van de metropool.

Romeinse slippers

Het tracé is 118 kilometer lang, met 42 kilometer aan nieuwe metrobuizen. Om bestaande metroverbindingen, elektriciteitskabels en riolering niet in de weg te zitten, is de tunnel op dertig tot veertig meter diepte aangelegd. Zo diep bevinden de schatten, gebruiksvoorwerpen en het afval uit het verleden zich niet. Victoriaanse schaaltjes zijn te vinden tot twee meter diep. Tudor voorwerpen tot zes meter diep. Romeinse slippers zitten maximaal negen meter onder het oppervlak. Bij de aanleg van nieuwe stations, ventilatieschachten en hulptunnels doorkruisen de bouwvakkers wel de interessante aardlagen.

Een archeologische opgraving in de slipstream van een kostbaar en strak geregisseerd bouwproject heeft een nadeel: het is als kijken met oogkleppen op. Soms leidt dat tot bizarre situaties: zoals een menselijk geraamte dat in een massagraf voor pestlijders is aangetroffen tijdens de aanleg van een schacht. De voeten konden niet goed bekeken worden want die lagen buiten de omtrek van de koker. „Dat is een beperking. Je kan niet tegen de planners zeggen: kunnen we alsjeblieft vijf meter naar links of naar rechts kijken want dat lijkt ons zo interessant”, zegt Keily.

In de zeven jaar van 2009 tot 2016 zijn meer dan tienduizend artefacten ontdekt, geïnventariseerd en geanalyseerd, zegt Jay Carver, hoofdarcheoloog bij het project. „Deze opgraving onder een van de meest historische en complexe steden van Europa vertelt het verhaal van de mensen die hier bijna tienduizend jaar wonen.” Uit de resultaten komen tien wetenschappelijke boeken voort.

Bekijk hieronder een aantal vondsten:

Het verhaal zit wel vol raadsels. Bij werkzaamheden bij Liverpool Street Station stuitten de archeologen op zeventien hipposandalen, hoefijzers uit de Romeinse tijd. Ook troffen ze er ongewoon veel paardenbotten aan. Toen Londen tweeduizend jaar geleden Londinium was, lag de plek net buiten de stad. Wellicht dat er een grote stal gevestigd was, waar mensen paarden konden huren. Of het was een plaats waar paarden schoeisel aangemeten kregen zodat ze niet over de gladde straten van de stad uitgleden. Of het was een abattoir. Ook weten historici niet waarom ze een skelet, eveneens uit de Romeinse tijd, van een vrouw vonden met de schedel tussen de benen gepositioneerd. Was ze onthoofd? Was het een nog onbekend sektarisch begrafenisritueel?

Duidelijk is dat Londen altijd een plek van grote welvaart is geweest. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de vondst van een bowlingbal bij station Stepney Green. In de Tudortijd (1485 tot 1603) stond op de plek een luxueus buitenhuis van een aristocraat, ontdekten archeologen. Ze legden een slotgracht bloot en een deel van de fundering. Ze vonden er een bal. „Bowlen was een belangrijk tijdverdrijf voor aristocraten”, zegt Keily.

„Het was zo bijzonder dat koning Henry VIII verkondigde dat alleen de elite de sport mocht bedrijven. Huizen van de rijken hadden vaak bowlingbanen. Tijdens het spelen deden ze ongetwijfeld ook zaken.”

De ondergrondse vondsten variëren van extreem klein, zoals visgraatjes, muizenbotjes en granen, tot industrieel groot, zoals delen van de scheepshelling van Thames Ironworks and Shipbuilding Company, een scheepsbouwer aan de oever van de Theems die gloriedagen beleefde in de Victoriaanse tijd. Sommige vondsten zijn extreem zeldzaam. Een medaillon met de afbeelding van de Romeinse keizer Philippus I Arabs uit 245 na Christus is in Europa slechts een keer eerder gevonden.

Menselijke resten die zijn gevonden. Foto Museum of London/Crossrail

De dertienduizend glazen wekpotten van jammaker Crosse & Blackwell zijn minder uniek. Maar de prachtige labels van de 130 jaar oude potten spreken tot de verbeelding. Medal of merit Vienna 1873, staat trots gedrukt op een pot marmelade. Volgens curator Keily:

„Het is toch mooi om te weten dat mensen in Victoriaans Londen aan hun onbijttafels tevreden prijswinnende marmelade zaten te eten. Dat is geen wereldschokkend feit, maar draagt wel bij aan het beeld dat wij hebben van hoe Londenaren toen leefden.”

De archeologen die het grootste Britse infrastructuurproject (kosten 14,8 miljard pond) begeleiden stuiten bij de aanleg op triomfen uit het verleden, zoals een werkplaats voor de treinen van de Great Western Railway van ingenieur Isambard Kingdom Brunel, de man die ook de eerste tunnel onder de Theems hielp ontwerpen, in 1843 een absoluut wereldwonder. Om Brunel te eren werden twee van de boormachines die centimeter voor centimeter de tunnels graven naar zijn dochters Sophia en Maria vernoemd. Om de metrolijn aan te leggen zijn acht van deze gevaartes gebruikt. „Twee zijn ondergronds achtergelaten”, zegt curator Keily. „Wellicht voer voor de archeologen van de toekomst.”

    • Melle Garschagen