Een recht om vergeten te worden? Dat geldt voor Google, niet voor handelsregisters

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht: recht op vergetelheid en btw op digitale boeken.

Foto iStock

Het bouwbedrijf Italiana Costruzioni Srl raakte zijn appartementen in een toeristencomplex in het Zuid-Italiaanse Apulië niet kwijt. Dat kwam volgens directeur-eigenaar Salvatore Manni doordat aspirant-kopers in het vennootschapsregister nog steeds konden lezen dat een andere firma van hem, Immobiliare e Finanziaria Salentino, in een ver verleden bankroet was gegaan. De rechter kwam Manni tegemoet door de Kamer van Koophandel in Lecce te gelasten diens persoonsgegevens in de faillissementszaak in het register te anonimiseren. De KvK ging daartegen in beroep, waarna de kwestie werd voorgelegd aan het Hof van Justitie van de EU. Dat bezorgde Manni alsnog een nederlaag.

Eerder erkende het Hof het ‘recht om vergeten te worden’ in de zaak van Mario Costeja tegen Google Spanje. Na het intikken van zijn naam bij Google prijkte bovenaan de resultaten dat zijn eigen huis was geveild wegens uitkeringsschulden. Een flagrante inbreuk op Costeja’s privéleven, oordeelde het Hof, dat Google dwong maatregelen te nemen.

In de zaak-Manni ligt dat volgens het Hof anders. Hierin legt het recht op bescherming van zijn persoonsgegevens het af tegen het belang van openbare handelsregisters voor de rechtszekerheid. Die is, aldus het Hof, onontbeerlijk voor de bescherming van de belangen van derden (vaak schuldeisers), voor de eerlijkheid van handelstransacties en bijgevolg voor het goed functioneren van de markt. Het Hof sluit niet uit dat er zeer uitzonderlijke situaties kunnen zijn die het anonimiseren van persoonsgegevens in handelsregisters in specifieke gevallen rechtvaardigen, maar een tegenvallende verkoop van appartementen valt daar niet onder.

Fiscale discriminatie ebook

EU-landen mogen een verlaagd btw-tarief toepassen op gedrukte publicaties, zoals boeken, kranten en tijdschriften. Voor digitale publicaties geldt het normale tarief, met uitzondering van digitale boeken die op een fysieke drager, zoals een cd-rom, worden geleverd. Volgens de Poolse ombudsman is een dergelijke toepassing van verschillende belastingtarieven op identieke publicaties in strijd met het beginsel van gelijke behandeling. Hij vindt dat digitale boeken die langs elektronische weg (downloaden, streamen) worden geleverd onder hetzelfde btw-tarief horen te vallen als gedrukte boeken en digitale boeken op fysieke dragers.

Zijn zaak werd door het Poolse grondwettelijk hof voorgelegd aan het Europees Hof. Dat besliste vorige week dat het onderscheid valt te billijken. De EU-landen hebben gekozen voor heldere en uniforme regels voor alle elektronische diensten, zodat er geen onzekerheid en onenigheid kan rijzen over het btw-tarief dat van toepassing is en de verrekening daarvan. Dat is gemakkelijker voor zowel belastingplichtigen (bedrijven) als belastingdiensten. Dat doel rechtvaardigt volgens het Hof uitsluiting van een verlaagd btw-tarief voor digitale boeken die langs elektronische weg worden geleverd. De fiscale discriminatie die dat oplevert, kan door de beugel, vindt het Hof.

    • Joop Meijnen