Opinie

    • Frits Abrahams

De persboycot van Wilders

Mocht hij premier worden, vroeg De Telegraaf aan Geert Wilders, zou hij dan net als Trump sommige media weren bij persconferenties? „Pers weren? Kom op”, antwoordde Wilders ruimdenkend. „We leven hier niet in Saoedi-Arabië of Noord-Korea! Ik zal ze niet weren, maar ik zal ook niet hun vrienden zijn. Dat hoeft toch ook niet? De pers moet controleren.”

Het was een persvriendelijke reactie die mij diep ontroerde, want ik had iets heel anders verwacht: „Pers weren? Niets liever! We leven hier al in een Eurabië, waar de pers precies doet wat de corrupte politieke elite wil. Ik zal ze zoveel mogelijk weren omdat het mijn vijanden zijn. Wij moeten deze pers controleren.”

Ik stond al op het punt om Wilders te bellen voor een diepgravend interview toen ik me herinnerde dat hij NRC niet te woord staat. De journalisten van Nieuwsuur en Pauw & Jinek trouwens ook niet. Nog onlangs zei hij: „Jinek en Pauw of Pauw en Jinek of hoe het gerommel ook maar heet; ze vragen me al jaren en ik zeg al jaren nee. Ik vind het verschrikkelijke programma’s omdat ze bevooroordeeld zijn. Ze vertegenwoordigen de linkse haatmedia.”

Omdat Wilders veel verstand van haat heeft, zullen wij zijn oordeel moeten respecteren. Toch is dat moeilijk op te brengen omdat sommige van die haatmedia hem zo buitengewoon gastvrij blijven uitnodigen. Op internet circuleert een filmpje waarin we Peter Kee, redacteur van Pauw & Jinek, op het Binnenhof achter Wilders zien aanlopen om hem een interview af te smeken. Hij had het al vaker tevergeefs geprobeerd, maar het was een dag na de aanslagen in Brussel en het leek Kee daarom voor Wilders een ideale gelegenheid.

Maar Wilders zei: „Nee.” Kee: „Je mag als hoofdgast aanzitten.” Wilders: „Nee.” Kee: „We doen ook nog een Correspondents’ Dinner, het lijkt me echt een kans voor je.” Wilders: „Nee. Ik mag toch wel nee zeggen?”

Het gesprekje werd door een tv-ploeg gefilmd. „Hij was nog nooit zo beleefd tegen mij”, zuchtte Kee na afloop, „blijkbaar was hij zich bewust van de camera.” Kee toonde zich diep ontgoocheld: „Jammer dat-ie blijft weigeren, het zit er gewoon niet in.”

Vanwaar eigenlijk die teleurstelling, vroeg ik me af. Wat denkt een journalist te bereiken met een interview met Wilders? Sinds jaar en dag dreunt hij in elk interview precies dezelfde Wilders-litanie op. De journalisten zijn apetrots dat ze hem mogen interviewen, maar vergeten (of verdringen) dat ze louter als stalknechten voor zijn stokpaardjes worden gebruikt. Of het nu de veel te eerbiedige Rick Nieman is bij WNL Op Zondag of de interviewers van De Telegraaf – om enkele recente voorbeelden te noemen.

Wat hebben die gesprekken aan nieuws of nieuwe inzichten opgeleverd? Het enige wat mij opviel in het Telegraaf-interview was dat Wilders zich besmuikt distantieert van zijn grote held Trump: „Trump heeft geen gouden start, dat zie ik ook.”

Wilders beweert dat hij de pers niet zal weren, maar zijn boycot van sommige media komt op hetzelfde neer. Nu ook Denk allerlei media – opnieuw ook NRC – op de verkiezingsavond de toegang weigert, blijkt weer hoe dicht zulke extreme politieke bewegingen elkaar qua mentaliteit naderen.

Het zou spijtig zijn als dit gedrag vandaag wordt beloond.

    • Frits Abrahams