Opinie

    • Peter de Bruijn

De jongeren zijn de buitenbeentjes

Nogal wat filmmakers breken zich momenteel het hoofd over de jeugd van tegenwoordig. American Honey, de film van regisseur Andrea Arnold die sinds vorige week in de bioscoop te zien is, maakt duidelijk hoe beperkt het beeld van jongeren eigenlijk is in de meeste films. Die films spelen zich meestal af op school of rond het gezin, vrijwel zonder uitzondering in een milieu waarin in ieder geval over materiële zaken weinig zorgen bestaan. Dat is heel anders in de film van Arnold, die gaat over een groep jongeren die door Amerika zwerven en hun hoofd boven water moeten zien te houden met het slijten van abonnementen op tijdschriften. Van ouders of school ontbreekt elk spoor – deze kids staan er alleen voor.

Eerder was op het Rotterdams filmfestival Nocturama te zien van de Franse regisseur Bertrand Bonello: zijn controversiële film over jongeren die in Parijs een reeks gelijktijdige bomaanslagen plegen. In Home – een nogal wrange, ironische titel – van de Belgische Fien Troch, die volgende week uitkomt, zijn drie jongens zo afgestompt en afgesloten van de wereld, dat een brute geweldsuitbarsting de enige uitweg lijkt.

Wat de films gemeen hebben is het gebrek aan onderlinge samenhang, het ontbreken van een gemeenschappelijke identiteit. Identiteit was een veelbesproken thema in de verkiezingsstrijd. Maar je ziet het onderwerp ook op andere manieren terugkeren.

De buitenbeentjes in American Honey zijn kleine kapitalisten. Waarom zijn we hier? Om geld te verdienen. Dat is de yell die ze van de leider krijgen ingepeperd. Wie het minste geld inbrengt, kan rekenen op een pak slaag.

Bij Bonello keert de jeugd zich met spectaculaire aanslagen tegen het kapitaal en de overheid, maar een uitgewerkte ideologie hoe het dan anders en beter zou moeten hebben ze niet. Als ze een nacht moeten doorbrengen in een chic warenhuis, bezwijken de terroristen zelf voor de luxe en weelde. Voor de jongens in Home zit er niets anders op dan zich te schikken in het ongeïnspireerde beroepsonderwijs dat voor ze is uitgestippeld. Ze worden nog geacht daar dankbaar voor te zijn ook.

De buitenbeentjes in de films zouden zich misschien, als ze twintig of dertig jaar eerder hadden geleefd, hebben aangesloten bij een groep, bij een subcultuur. Ze waren punkers, skaters of iets anders geweest. Maar zulke samenhangende identiteiten bestaan nauwelijks meer. De jongeren in de films hebben geen eigen wereld waar ze op terug kunnen vallen. Daarvoor is hun cultuur te versplinterd en hun bestaan te geïsoleerd.

Geen van de drie filmmakers is zelf heel jong. Je zou hun films misschien kunnen beschouwen als voorbeelden van wat sociologen ‘morele paniek’ noemen: het projecteren van angsten en spanningen op een bepaalde groep. De samenleving valt uit elkaar, te beginnen bij de jeugd. Maar daarmee doe je de filmmakers geen recht. Andrea Arnold en co. hebben hun films niet alleen óver hun personages, maar ook mét hun jonge acteurs gemaakt. Ze vertellen misschien niet het hele verhaal, maar hun films leggen wel iets bloot over de jeugd van tegenwoordig.

Peter de Bruijn is filmrecensent.
    • Peter de Bruijn