Recensie

Dapper in zijn fantasie en kunst

Beeldende kunst

In de fantasie van de virtuoze graficus Max Klinger wordt het gewone leven een avontuur vol donkere verlangens. Een voorloper van het surrealisme, vindt Museum Boijmans.

Max Klinger: Tote Mutter (1889) Prentenkabinet , Museum Boijmans van Beuningen

Het was op een dag op de schaatsbaan in Berlijn, ergens eind 19de eeuw. Kunstenaar Max Klinger die deze scène tekende – laten we aannemen autobiografisch – stond te praten met een vriend, en hield vanuit zijn ooghoeken een elegante dame aan de zijlijn nauwlettend in de gaten.

Toen ze was opgestaan en ging schaatsen, verloor ze een handschoen die hij opraapte, en hoe sensueel zijn handschoenen wel niet? Dat blijkt in de tiendelige prentreeks die graficus Klinger (1857-1920) in 1881 maakte, over dit moment van wat nog niet eens een ontmoeting werd, maar wel een enorme reis, langs zeeën en verlangens, althans in zijn verbeelding.

Museum Boijmans Van Beuningen presenteert Klinger als een proto-surrealist met een kleine expositie van zijn prenten, parallel aan de grote tentoonstelling over surrealisme. Inderdaad: als de werkelijkheid niet overhoudt, komt de fantasie overal.

Misschien durfde Klinger niet veel in het leven, en liet hij in de fantasie zijn durf de vrije loop. Feit is dat de dame al na twee tekeningen uit beeld is, waarna haar handschoen de hoofdpersoon wordt. Deze prijkt op een altaar aan zee, wordt op een praalwagen voortgetrokken, en bezoekt de gekwelde man ’s nachts in angstige dromen.

Max Klinger: Ein Handschuh: Handlung (1881). Prentenkabinet , Museum Boijmans van Beuningen

Donkere prenten vol magie

Ooit was Klinger bekender dan nu, geroemd om zijn verfijnde technieken. Opgeleid in Berlijn en Karlsruhe werkte hij onder meer in Leipzig aan een oeuvre van schilderijen en grafische kunst. Donkere prenten vol magie. Dus ja, proto-surrealisme. Al kloppen andere etiketten ook: symbolisme, romantiek, schakel tussen academisme en magisch realisme om eens wat te noemen. Vakjes genoeg.

Maar intussen is er iets heel anders nog aan de hand in deze tentoonstelling: wat waren mannen in die tijd, mannen zoals Klinger, toch ontzettend bang voor vrouwen.

Zeker, het is allemaal surreëel of symbolistisch, vol artistieke keuzes, maar lijkt ook een vlucht. Neem die handschoen: een verhaal vol verlangen waarin hij zichzelf klein maakt en de vrouw overmachtig maakt. Terwijl zij thuis zat te balen van die handschoen, werd ze in zijn fantasie een ijsprinses die hem met slechts een kledingstuk volledig wist te beheksen. Enge vrouwen zie je meer in deze prentententoonstelling, zoals het Bijbelverhaal van Salomé en Johannes de Doper. Klinger paste dat aan opdat het Johannes is die wordt verleid door een duivels kijkende Salomé.

Max Klinger: Ein Handschuh: Rettung (1881). Prentenkabinet , Museum Boijmans van Beuningen

Vrouwen als roofdieren

Het fin de siècle, Klingers tijd, moet een tijd vol frustratie zijn geweest. Mannen verbeeldden vrouwen niet zelden als roofdieren, nachtmerries. Met technieken van de classicistische waarachtigheid, dus een been nog diep in de 19de eeuw, tekende Klinger mythologische wreedheden, offers aan goden, stervende moeders en kinderen. Zo verhaalt zijn werk ook over zonde en lijden.

Terug naar de reeks van de handschoen, die net als in het surrealisme toont hoe een object een fetisj wordt. Veilig aan land gespoeld wordt deze op de laatste prent op een tafel uitgestald. Ook ongenaakbaar. Maar met, net onder de rand van de gordijnen, een venijnig reptiel dat toekijkt, klaar om te grijpen.

    • Sandra Smets