Recensie

Best knap om saai te zijn over Iggy Pop

Muziekdocu ‘Gimme Danger’ gaat over de woeste jonge jaren van Iggy Pop met The Stooges. Maar opwinding blijft uit.

Waarom viel David Bowie voor Iggy Pop? Omdat ze elkaars tegenpolen waren: Bowie de poserende controlfreak versus Pop de labiele oerkracht. Bowie haalde de zelfdestructieve, halfvergeten Iggy Pop and The Stooges in 1972 naar Londen om het gruizig rammelende cultalbum Raw Power op te nemen. Drie jaar later bleef Bowie als enige Pop bezoeken toen hij in een gesticht was opgenomen.

Zonder Stooges brak Igg Pop vanuit zijn nieuwe standplaats Berlijn in 1977 door met twee door Bowie geproduceerde popalbums: The Idiot en Lust for Life. Oude Stooges-tracks als ‘No Fun’ en ‘I Wanna Be Your Dog’ werden toen door de halve punkbeweging gecoverd, maar zonder Bowie was Pop vermoedelijk een voetnoot in de popgeschiedenis gebleven. Maar in documentaire Gimme Danger is Bowie een voetnoot. „Hij was cool”, mompelt de oude Pop.

Gimme Danger gaat over de wilde jaren van ‘Godfather of Punk’ James Newell Osterberg jr. met The Stooges. Opgegroeid in een trailerpark werd de drummer in 1967 de voorman van The Psychedelic Stooges, later The Stooges; een protopunkband die in 1970 de geest gaf na twee geflopte albums, The Stooges en Funhouse. Als act waren The Stooges een beruchte freakshow. Vooral dankzij Iggy Pop, die vaak naakt over het podium kronkelde, zichzelf met glasscherven bewerkte en het stagediven uitvond.

Knap om uit zulk materiaal zo’n saaie documentaire te putten. Gimme Danger is teleurstellend traditioneel knip-en-plakwerk van pratende hoofden, concertregistraties en archiefbeelden. Jim Jarmusch lijkt gewoon niet de man voor deze klus. Zijn geweldsarme, seksloze films worden bevolkt door introverte helden; in Gimme Danger lijkt de bejaarde, relativerende Iggy Pop de regisseur veel meer te boeien dan de razernij van de jonge Iggy Pop. Dat maakt Gimme Danger niet spannender.

    • Coen van Zwol