Wíj zijn de dupe van dit politieke spel, zeggen Turkse Nederlanders

De kater na de rellen

Veel Turkse Nederlanders zijn gefrustreerd, na de confrontatie van dit weekend. Ze voelen zich in hun identiteit miskend.

Een man met een Turkse vlag loopt lang een cordon van de mobiele eenheid, zaterdagnacht op het Rotterdamse Churchillplein. Het Turkse consulaat is een kleine honderd meter verderop. Foto Dylan Martinez/Reuters

De tegels van Plein ’40-’45 in Amsterdam-Slotermeer zijn keurig schoongespoten door het waterkanon. Iedereen doet er weer zijn boodschappen en van de uit de hand gelopen betoging zondagavond, toen een aantal Turkse Nederlanders zich tegen de ME keerde, is niets meer te zien.

Nagepraat wordt er nog wel. Zoals in het winkelcentrum waar ter hoogte van de Zeeman en modezaak Tekbir Giyim twee mensen niet begrijpen waar Nederland zich dit weekend mee bemoeide. Abdel, 30 jaar: „Als Turkije iemand stuurt om te praten met haar burgers, dan moet dat toch kunnen?” Abdoullah, 50 jaar, knikt. „En dit zegt een Marokkaanse Nederlander hè.”

De minister van Buitenlandse Zaken wilde volgens Abdoullah gewoon vertellen wat de voorgenomen grondwetswijziging inhoudt. De reactie van de Nederlandse regering voelt als een belediging. „Nederland doet alsof Turkije vijftig jaar achterloopt. Maar intussen heeft Erdogan wel snelwegen gebouwd en de IMF-schuld afgelost.”

Beiden zijn ze als kind met hun ouders meegekomen naar Nederland. Abdel uit Marokko, Abdoullah uit Turkije. Ze zagen het land sindsdien veranderen. Abdel: „Autochtone Nederlanders durven racistische gedachten nu eerder te uiten.” Abdoullah: „Toen wij hier kwam in de jaren tachtig waren er buren die ons hielpen, die ons uitnodigden te komen eten. Zij hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt, zij wisten wat racisme is. Dat is het verschil met de generatie van nu.”

De schuld van Wilders

De relatie tussen bevolkingsgroepen verslechtert meer en meer en dat is volgens hen de schuld van Geert Wilders. Premier Rutte móést het politieke spel met Turkije wel hard spelen, denken ze, om in verkiezingstijd de rechtse stem te winnen. „Maar wij zijn de dupe.” Ze zijn bang dat de verhoudingen in Nederland nóg verder polariseren.

En dat lijkt nu ook te gebeuren, zegt Jaja (31), eigenaar van een kapsalon verderop. Hij merkt dat veel klanten de Nederlandse houding niet begrijpen. „De tactiek van Erdogan heeft gewerkt”, zegt hij. In de kappersstoel hoorde hij vandaag veel mensen die eerst ‘nee’ wilde stemmen bij het aanstaande referendum en nu ‘ja’. Ze voelen zich in hun Turkse identiteit miskend. „Ze zeggen: kijk eens hoe Nederland ons behandelt.”

Ja-stickers, een dag na de rellen bij het Turkse consulaat. ANP / Koen van Weel

Ook aan de Rotterdamse Westblaak is niets meer te zien van de demonstratie die er zaterdagavond plaatsvond. Het Turkse consulaat, toen even het middelpunt van de belangstelling, is weer een net zo onopvallend gebouw als altijd. Over de Erasmusbrug, aan de andere kant van de Nieuwe Maas in de Afrikaanderwijk, hebben de meeste Turkse Nederlanders de gebeurtenissen op de televisie gevolgd.

Ze willen er graag over praten, maar net als in Amsterdam wil vrijwel niemand met de achternaam in de krant. De sociale controle is groot, en voordat je het weet lig je met iemand in de clinch, zeggen ze.

Nederland had de minister van Buitenlandse Zaken gewoon moeten laten komen en praten, denkt Ali (49), die een kop koffie drinkt in de zon. Dan had hij zijn zegje gedaan, een paar honderd Turkse Nederlanders waren gaan luisteren, verder had er geen haan naar gekraaid. Maar door het optreden van Rutte en Aboutaleb is de boel geëscaleerd, denkt hij. „Die twee wilden in verkiezingstijd ook een keer hun spierballen laten zien.”

Lees ook: Remt verdrag met Turkije inburgering migranten af?

Erdogan vindt hij een goede leider, maar bij het referendum stemt hij waarschijnlijk ‘nee’. „Te veel macht bij één persoon is vragen om problemen.” Ook hij denkt dat Erdogan profijt zal hebben van de rel. „Dit gaat hem zeker stemmen opleveren. Zo bekeken kan hij Rutte en Aboutaleb dankbaar zijn dat ze zo fijn meedoen met zijn spel.”

Er zijn ook Nederlanders van Turkse komaf te vinden die minder van Erdogan gecharmeerd zijn, maar daarvoor moet je goed zoeken. Eylem (33): „Als Nederland tegen Turkije zegt: de minister komt er niet in, dan komt de minister er niet in. Nederland gaat daarover, niet Turkije.” Ze is echt niet de enige die dat vindt, zegt ze. Alleen durft niet iedereen dat hardop te zeggen. „Als je familie in Turkije woont, of je wil er op vakantie kunnen, of vrienden doen zaken in Turkije, dan hou je maar liever je mond.”

Koen van Weel / ANP

Eylem was toevallig in de buurt van de demonstratie afgelopen zaterdag. Toen ze hoorde hoe Turks-Nederlandse jongeren „nazi!” en „is dit nou jouw vrije land?” riepen naar autochtone Nederlanders, sprongen de tranen in haar ogen. „Erdogan en zijn AKP zetten Turkse Nederlanders op tegen autochtone Nederlanders”, zegt ze.

Fatima Aydin (61) spreekt nog niet al te goed Nederlands, maar wil wel graag haar verhaal vertellen. Ze maakt met haar hand een beweging van haar voorhoofd naar beneden langs de gouden knopen op haar lange roze jas. Alsof ze zichzelf doormidden klieft. „Ik ben half Nederlands” (ze wijst op haar linkerhelft) „en half Turks” (haar rechterhelft), zegt ze. „Daarom vind ik dat de Turkse minister hier gewoon moet kunnen komen praten.”

Een jonge vrouw komt erbij staan en vertaalt wat Aydin zegt. Erdogan vindt ze een prima president, vertaalt ze. „Sterk en daadkrachtig. Precies wat een land nodig heeft.” Vandaag tijdens de inburgeringsles vroeg de leraar aan de cursisten of ze vinden dat Turkije een democratie is. Fatima Aydin heeft vol overtuiging ‘ja’ gezegd. De leraar vond van niet en dat deed pijn. Ze is er nog steeds verontwaardigd over. Maar goed, de leraar is een autochtone Nederlander, wat weet die van Turkije?