Opinie

    • Frits Abrahams

Rutte wint op punten

Naarmate het debat Rutte-Wilders naderbij kwam, deed de sfeer eromheen me steeds meer denken aan die roemruchte boksduels uit de vorige eeuw tussen zwaargewichten als Muhammad Ali en Joe Frazier. Rutte verdedigde zijn titel en Wilders was de uitdager.

Het was dan ook een stevige teleurstelling dat de kemphanen in de Erasmus Universiteit zich bij hun opkomst niet over het middenpad naar de ring bewogen, schijnboksend en blazend onder hun capuchon, begeleid door schallende muziek en enkele in de maffia werkzame boksmanagers. In plaats daarvan snelden de debaters snel, bijna schichtig, vanaf de zijkanten het podium op. We moesten het doen met de luidkeelse aankondiging door presentator Hagens: „Hier is de leider, Mark Rutte, en zijn uitdager Geert Wilders!”

Een groter en nadeliger verschil met het boksen was de duur van dit politieke gevecht, waar Nederland zo naar had uitgezien. Slechts drie ronden! Die boksers beukten vijftien ronden op elkaar in, happend naar lucht en bloedend uit vele wonden – daar kwam Mark Rutte met zijn ‘littekens’, ontstaan door eigen fouten, zoals hij zelf zei, niet bij in de buurt.

Drie rondjes, dat vonden deze politici wel genoeg. Het was niet eens nodig om ze tussen de ronden enige koelte te bezorgen met een spons en een zwaaiende handdoek. Ze hoefden niet af te zien, er verscheen nog geen zweetdruppel op hun bovenlip.

Lees ook: Dit staat in de verkiezings­programma’s

Wie was de winnaar? Als ik even de volstrekt partijdige arbiter (ik heb meer fiducie in Rutte dan in Wilders) mag uithangen: Rutte. Niet door knock-out, zoals iedereen heeft kunnen zien. Ik zou het eerder een bescheiden overwinning op punten willen noemen. De eerste ronde (economie) was voor Rutte, de tweede (de zorg) voor Wilders en de derde (migratie) weer voor Rutte.

Ook de beste punch was voor Rutte. Een woordje van twee letters. Het duizelde Wilders even na deze rechtse directe. Hij had net uiteengezet dat Nederland alleen nog te redden valt als de grenzen hermetisch worden gesloten. Rutte zei: „Hè?”

Wilders sloeg terug met harde, zeer rechtse hoeken die net even te voorspelbaar waren. Rutte als „de premier van de buitenlanders”, als „opportunist” die de oudjes gebruikt – we hadden het in allerlei variaties al eerder gehoord. Rutte was evenmin vernieuwend met zijn verwijten over „de Koranpolitie”, maar het merkwaardige was dat Wilders zich er toch door liet verrassen.

Lees ook: NRC beantwoordt vragen over de verkiezingen

En toen was het alweer afgelopen – net toen het op sensatie beluste kijkvolk het een beetje aardig begon te vinden. Toch mogen we onze zegeningen tellen, want het zou mij niets verbaasd hebben als Wilders te elfder ure het gevecht had afgezegd omdat hij „leukere dingen” te doen had, of zoiets. Hij had, in tegenstelling tot Rutte, tevoren ook al geen persconferentie willen geven, terwijl dat er toch echt bij hoort als je tot de zwaargewichten wilt behoren. Muhammad Ali maakte er met zijn tegenstanders altijd een heerlijke show van met veel gedreig en gescheld. Het leek me echt iets voor Wilders, maar hij heeft misschien toch minder zelfvertrouwen dan hij ons wil doen geloven.

Werden we er, al met al, als kiezer iets wijzer van? Welnee, maar had iemand dat dan verwacht? Ook politiek is soms gewoon entertainment, net als dat boksen van vroeger.

Helpers weg, het is hoog tijd voor de allerlaatste ronde.

    • Frits Abrahams