PvdA en Pechtold winnen bij de NPO deze verkiezingen

Talking heads

NRC hield bij welke kandidaat-Kamerleden deze campagne te zien waren bij de publieke omroep. De PvdA schoof sinds 1 januari het vaakst aan. En ook de kleine rechtse partijen waren relatief vaak aan het woord.

Illustratie Pepijn Barnard

Is de publieke omroep (NPO) partijdig in het uitnodigen van verkiezingskandidaten? Om die vraag te beantwoorden hield NRC ruim twee maanden bij, welke Tweede Kamerkandidaat in één van twaalf gezichtsbepalende rubrieken van de publieke omroep verscheen.

Het antwoord blijkt weer eens ingewikkelder dan een simpel frame over linksdraaiende redacties en presentatoren. In grote lijnen wijkt een zetelverdeling op basis van het aantal verschijningen in belangrijke NPO-programma’s niet veel af van de uitslag volgens de laatste Peilingwijzer. Maar er zijn een paar opvallende uitzonderingen op die regel.

De instorting van de PvdA is in het uitnodigingsbeleid nog niet zichtbaar. Sterker nog: de kleinste regeringspartij is volgens deze telling met 21 zetels nog nipt de grootste, vlak voor de VVD (20), gevolgd door CDA en D66 (beide 18, conform de kiezersvoorkeur). Ook relatief oververtegenwoordigd zijn de kleine rechtse partijen SGP, VNL en FvD, vermoedelijk om de vrijwillige afwezigheid van de PVV (10 zetels bij de NPO) te compenseren. Ondervertegenwoordigd zijn SP en GroenLinks (beide ook 10).

Surrogaat voor Wilders

De voorkeur voor PvdA-politici laat zich wellicht verklaren uit de traditionele voorkeur van Hilversumse talkshowredacteuren, maar er zijn meer verklaringen te bedenken. Zo zit de PvdA nog steeds in de regering en staan sommige ministers (Jeroen Dijsselbloem, Lilianne Ploumen), die soms in de actualiteit verkeren, gewoon weer op de kandidatenlijst.

Ook de in de peilingen voorspelde totale ineenstorting van de PvdA maakt haar lijsttrekker Lodewijk Asscher natuurlijk tot een gast die je graag aan je tafel het vuur na aan de schenen legt, ook al is het antwoord op de vraag waarom hij het niet beter doet in de peilingen, onmogelijk te beantwoorden.

De voorkeur voor de (neo)conservatieve Thierry Baudet, Jan Roos en tot op zekere hoogte Kees van der Staaij is voor een deel veroorzaakt door een oververtegenwoordiging in de nieuwsrubriek PowNews Flits, maar ook andere programma’s zochten een surrogaat voor Geert Wilders.

Er is een opvallende andere overeenstemming tussen de zetelverdeling volgens de NPO-redacties en die in de peilingen. In de ‘uitslag’ naar televisieoptredens is de versplintering enorm: geen enkele partij haalt meer dan 21 zetels en in totaal halen 17 lijsten minimaal 1 zetel. De enige in sommige opiniepeilingen kansrijk geachte nieuwkomer die ontbreekt is de PiratenPartij.

Die versplintering zou nieuw zijn voor de echte uitslag, maar is eigenlijk te verwachten als de publieke omroep zijn taak onafhankelijk en eerlijk verricht. Dan zou elke partij gelijkelijk aan het woord moeten komen, met iets meer nadruk op partijen die de grootste zouden kunnen worden of waar iets anders mee aan de hand is.

Slimme strategie

Het zou interessant zijn om achteraf nog eens een zelfde telling uit te voeren ten aanzien van de televisieaandacht tijdens de Kamerverkiezingen van 2012 en 2010, om te kijken of de versplintering van die aandacht is toegenomen. Zo niet, dan zien we dat de zwevende, althans weinig honkvaste kiezer, zich meer is gaan voegen naar de wetten van de media. Die presenteren de partijen in principe als gelijk en gelijkwaardig, in een postmodern gebrek aan hiërarchie. De kiezers volgen dat, als de fictieve redactie van een actualiteitenprogramma.

De media worden dan niet meer alleen the message, ze versterken zo ook de gedachte dat alle politici min of meer hetzelfde zijn, althans dezelfde waarde vertegenwoordigen. Dan maakt het niet uit of je door de hond of door de kat gebeten wordt. Dat opent mogelijkheden voor een nieuwe slimme strategie: je zo min mogelijk te laten zien op televisie. En je wel roeren op Twitter en Facebook, waar je niet met hagel hoeft te schieten op amorfe kijkers en je je veel eenvoudiger kunt onderscheiden. Wordt zo een tamme campagne toch nog een beetje revolutionair?

    • Hans Beerekamp