Merlin Daleman

Bart van Kent ziet vooral op tegen ‘Haags gedoe’

Verkiezingen Wat beweegt kandidaat-Kamerleden? NRC liep drie keer mee met een nummer negen op de lijst.

Na de campagne stopt hij echt met roken, zegt Bart van Kent. Nu is het allemaal te spannend. De 33-jarige nummer negen op de kandidatenlijst van de SP heeft in de weken voor de verkiezingen een waanzinnig druk schema. Deze avond is hij in Breda, om met buurtbewoners te praten over werk en inkomen.

In gemeenschapscentrum ‘De Wegwijzer’ is het rustig, afgezien van de Brabantse meezingers die zachtjes uit de speakers galmen. Bart van Kent mengt zich in de omvangrijke rookruimte onder het groepje lokale SP’ers, die vertellen over hun campagne-inspanningen. Elk weekend gaan ze langs de deuren, zo kwamen ze er bijvoorbeeld achter dat er schimmel heerst in Breda. Van Kent hoort het geconcentreerd aan.

Zijn eigen betrokkenheid, zo vertelt hij van tevoren, begon ook lokaal. Als tiener in Eindhoven was hij de cafés zat en zo belandde hij op kraakfeestjes, waar jonge SP’ers rondhingen. Ze maakten zich vooral zorgen om de woningnood, dus binnen de kortste keren kraakten Bart en zijn strijdmakkers een pand en renden ze met knuffels en slaapzakken de kamer van de wethouder binnen. Vervolgens begon zijn reis binnen de politiek: raadslid in Eindhoven, beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie, fractievoorzitter in de Haagse gemeenteraad.

Merlin Daleman

‘Mensen helpen’ was daarbij altijd de drijfveer. ,,In mijn stages bij mijn opleiding sociaalpedagogisch werk kwam ik bij mensen thuis die door de bureaucratie gigantisch in de problemen waren gekomen. Als welzijnswerker kon ik ze bijstaan. Toen ik politicus werd, maakte ik de stap van het helpen van individuen naar het helpen van een hele groep. En als Kamerlid help je weer meer mensen dan als raadslid: de schaal wordt groter.’’

En zo kwam hij hier terecht. Dit soort avonden is altijd leuk, zegt hij: je kunt de mensen om wie het gaat in de ogen kijken én vertellen wat de SP allemaal van plan is.

Deze avond is het zaaltje gevuld met ruim twintig mensen, voornamelijk mannen, en een piepende hond. Die hond zorgt voor het enige afwijkende geluid op deze avond, want al snel blijkt dat de meeste aanwezigen SP-lid zijn.

Nadat Van Kent heeft uitgelegd wat de SP van plan is op het gebied van werk en inkomen, mogen de aanwezigen vragen stellen. Dick en Frank, twee lokale SP’ers, voeren het hoogste woord. Dick wappert onophoudelijk met zijn koffielepeltje als hij iets zeggen wil. Frank maakt aantekeningen van zijn voornaamste punten en steekt vervolgens van wal over bijvoorbeeld de komst van buitenlandse werknemers op koopvaardijschepen. Soms gaat hij zo op in zijn betoog dat hij vergeet te luisteren naar Barts reactie. ,,Frank! Luister je even naar het antwoord?’’ zegt Merian Marijnissen van de Bredase SP.

Eén keer lijkt het spannend. Een man – halflang grijs haar, olijk gezicht – vraagt wat het SP-banenplan zoveel beter maakt dan de plannen van Asscher, maar hij blijkt de Bredase SP-wethouder en een vriend van Bart te zijn. Die vraag was ,,een geintje, om elkaar scherp te houden’’.

Merlin Daleman
Merlin Daleman
Merlin Daleman

Van Kent vindt het niet erg dat er vooral SP’ers waren: ,,Als er vooral leden op afkomen is zo’n avond ook handig om ervoor te zorgen dat iedereen het verhaal weer helder heeft’’. En natuurlijk om de strijdlust aan te wakkeren. Hij brengt het nog maar even onder de aandacht, tijdens de discussie: ,,Waar strijd geleverd wordt, winnen mensen. Het is tijd voor strijd!’’

Deze avond wordt er nog niet gestreden, het is vooral gezellig. Na afloop drinken ze nog een borreltje: oude bekenden onder elkaar.

Van Kent weet dat die gezelligheid in de Kamer soms ver te zoeken is. Op de vraag waar hij het meest tegenop ziet noemt hij ‘het Haagse gedoe’. ,,Het gaat erom dat je problemen oplost, niet om de spelletjes eromheen. Van dat kinderachtige gedoe zoals wie voor het eerst een debat aanvraagt.’’ Hij denkt het anders te gaan doen: ,,In Den Haag werk ik goed samen met de PvdA, ik denk dat je meer bereikt op die manier.’’

    • Floor Rusman