NRC beantwoordt vragen over de verkiezingen

Stel je vraag over de Tweede Kamerverkiezingen aan onze redactie.

Foto Martijn Beekman/ANP, bewerking NRC

NRC beantwoordt vragen van lezers over de Tweede Kamerverkiezingen. Stel uw vraag hieronder en stuur hem naar onze redactie, dan zullen wij proberen hem te beantwoorden!

Bij het typen van uw vraag ziet u vergelijkbare vragen van andere lezers.
Bij vragen die als Beantwoord zijn gemarkeerd, kunt u het antwoord direct bekijken. Is uw vraag Onbeantwoord? Dan zal er binnenkort een antwoord verschijnen. U kunt de vraag nog een keer insturen om te laten weten dat u ook benieuwd bent naar het antwoord. Staat uw vraag er niet bij, dan kunt u hem naar ons sturen.

Wat wil je weten?
In de Amerikaanse verkiezingen was mogelijk sprake van buitenlandse inmening. Zijn er bij deze verkiezingen aanwijzingen voor zo'n inmening of indirecte buitenlandse steun van partijen?
Wat houdt de eigen bijdrage in de zorg in en wat zijn de gevolgen van een verlaging hiervan?
Welke partijen tornen aan de rechtsstaat?
Welke coalities zouden er straks mogelijk kunnen zijn?
Volgens Rutte is het niet mogelijk om de aardgasproduktie nu te verminderen, omdat onze systemen niet zijn berekend op ander gas. Klopt dat?
Waarom betaalt Nederland niet de afgesproken bijdrage aan de NAVO en wat zijn de consequenties daarvan?
Zijn 75 zetels genoeg om een coalitie te vormen?
Waar zijn de peilingen op gebaseerd?
Waarom staat de PvdA er slechter voor in de peilingen dan de VVD, terwijl beiden verantwoordelijk waren voor het beleid van het huidige kabinet?
Wanneer waren de eerste verkiezingen zoals we die nu kennen?
Waarom wordt er zo weinig gedebatteerd over het klimaat?
Is het mogelijk om het eigen risico in de zorg af te schaffen zonder de premies te verhogen?
Zijn er coalities te bedenken die ook in de Eerste Kamer een meerderheid hebben?
Hoe groot is de kans dat Artikel 1 een zetel krijgt?
Welke partijen hebben regeren met de PVV niet uitgesloten?
Waarom is Wilders deze hele verkiezing zo onzichtbaar?
Is het in Nederland mogelijk om minister te worden zonder lid te zijn van een politieke partij? De PVV heeft ten slotte maar één lid.
Wat gebeurt er als Wilders de verkiezingen wint en geen coalitie kan vormen?
Wanneer is mijn stem ongeldig?
De vorige verkiezingen waren in september 2012. Waarom zijn de verkiezingen dan nu pas, en niet in september 2016?
Wat gebeurt er met je stem als je een partij kiest die niet in de Kamer komt?
Hoe worden restzetels verdeeld?
Welke partijen hebben een lijstverbinding, en wat is hier het gevolg van?
Hoeveel kandidaat-Kamerleden zijn er, en waarom zetten partijen zoveel kandidaten op de lijst?
Hoeveel voorkeurstemmen heeft een kandidaat op een onverkiesbare plek op de kandidatenlijst nodig om toch in de Tweede Kamer te komen?
Welke partijen doen wel mee, maar niet in alle kieskringen?
Wat is het verschil tussen een blanco stem, een ongeldige stem en een niet-uitgebrachte stem?
Wat zijn de standpunten van de verschillende partijen over megastallen?
Welke plannen hebben de partijen voor Caribisch Nederland?
Welke partijen willen de macht van zorgverzekeraars verminderen?
Welke partijen willen het meeste op de staatsschuld aflossen?
Wat willen de partijen voor de toekomst van de euro?
Welke partijen willen minder gaswinning in Groningen?
Is er nog een partij die de wet ongericht tappen van het internet wil terugdraaien?
Hoe willen de verschillende partijen de kiesdrempel aanpassen?
Ik wil uit de EU maar niet stemmen op de PVV. Welke andere partij wil ook uit de EU?
Welke partijen investeren in onderzoek en wetenschap?
Welke partijen willen de budgetten voor kunst en cultuur verhogen?
Welke partijen willen meer geld investeren in het leger en de politie?
Welke partijen zijn voor bindende referenda?
Welke partijen willen meer vluchtelingen opnemen?
Welke partijen bestrijden de krimp in de krimpregio's?
Wat zijn de voordelen van het vormen van een groot kabinet (3 of meer partijen)?
Mijn vraag staat er niet bij.
Bekijk alle standpunten van de partijen in onze Programmawijzer.

Alle vragen

Welke coalities zouden er straks mogelijk kunnen zijn?

Een coalitie bouwen is knap lastig. Een nieuwe regeringscoalitie moet een meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer hebben. Welke coalities zijn er dan in theorie allemaal mogelijk? De website Coalitiechecker gebruikt elke keer de laatste Peilingwijzer, het gewogen gemiddelde van zes opiniepeilingen, om dat te berekenen.

Op basis van de laatste peilingen zou er maar één combinatie van vier partijen mogelijk zijn, dat zou een samenwerking van de VVD, het CDA, D66 en GroenLinks zijn. Die komen samen op 79 zetels uit. Geen erg waarschijnlijke combinatie, want het zou betekenen dat Jesse Klaver (GroenLinks) als enige linkse partij met drie partijen gaat samenwerken die aan de rechterkant van het midden zitten. Maar wie weet.

Alle andere combinaties zijn - berekend aan de hand van de laatste peilingen dus - met minstens vijf partijen. Op de website kun je ook je eigen uitslagen per partij invoeren en dan bekijken of het besturen van het land er makkelijker op wordt. Voor een coalitie met vijf partijen zijn er nu maar liefst dertien mogelijkheden.

Het CDA en de VVD zijn voor bijna al deze combinaties nodig. Er zijn een paar coalities mogelijk zonder het CDA: dan moeten bijvoorbeeld de VVD, D66, GroenLinks, PvdA, en de ChristenUnie samenwerken. Er is er maar ééntje waar de VVD niet bij hoeft mee te doen. Dan moeten het CDA, D66, GroenLinks, de SP en de PvdA gaan regeren, maar dáár zal Sybrand Buma weinig trek in hebben. Hij heeft al vaak gezegd dat hij 'progressief links' niet aan een meerderheid gaat helpen.

Volgens Rutte is het niet mogelijk om de aardgasproduktie nu te verminderen, omdat onze systemen niet zijn berekend op ander gas. Klopt dat?

Dat klopt. Dit jaar wordt in Groningen 24 miljard kuub gas gewonnen. Dat Groningse gas kan niet één-twee-drie worden vervangen door importgas of gas gewonnen uit kleine Nederlandse velden. Het Groningse gas is namelijk van een andere samenstelling: het bevat meer stikstof dan ander, hoogcalorisch, gas. En het vervelende is: verreweg de meeste cv-ketels en fornuizen in Nederlandse huishoudens -in 2015 waren er in Nederland zo’n 14.4 miljoen gastoestellen in gebruik- zijn uitsluitend ontworpen voor het gebruik van Gronings gas.

Dan kan je twee dingen doen: het importgas met stikstof bewerken tot laagcalorisch gas of overschakelen op hoogcalorisch gas. In beide gevallen gaat het om zeer kostbare, meerjarige investeringen. In het eerste geval zijn meer fabrieken nodig die op grote schaal importgas bewerken. Als wordt besloten dat in Nederland alleen nog hoogcalorisch gas kan worden gebruikt, moet bij elke gasgebruiker een installateur aan huis komen. Ombouw vereist ook aanpassingen aan de infrastructuur.

Er is een lichtpuntje. Sinds 1 januari worden er alleen nog gastoestellen verkocht die zowel het Groningse laagcalorisch als hoogcalorisch gas aankunnen. En ook de landen die massaal Gronings gas importeren zijn bezig om te schakelen, zei minister Kamp (Economische Zaken, VVD) op 15 februari in de Tweede Kamer. Het meest verstandig is om het gasgebruik af te bouwen. Het huidige kabinet heeft “de ambitie om in de periode tussen nu en 2050 gemiddeld 200.000 woningen per jaar af te koppelen van het gas.” Het gevolg daarvan is: “dat de behoefte aan Gronings gas na het jaar 2020 afneemt met 2 miljard m3 per jaar. Dat gaat door tot het jaar 2029. Dan is de behoefte 7 miljard m3 per jaar (…) en dat is het gas dat nodig is om aan de leveringszekerheidseisen te kunnen voldoen.”

Waarom betaalt Nederland niet de afgesproken bijdrage aan de NAVO en wat zijn de consequenties daarvan?

Het is in Europa jarenlang normaal geweest niet volgens de NAVO-afspraken te betalen: Nederland is lang niet de enige die deze afspraken niet nakomt. Deskundigen beweren dat Nederland, en Europa, zich in slaap hebben laten sussen door een lange periode van vrede.

Nederland geeft 1,13 procent van het bruto binnenlands product uit aan Defensie (circa 8,7 miljard euro). Dat is ver onder het Europees gemiddelde van 1,43 procent en nog véél verder onder de NAVO-afspraak van 2 procent. Een grote meerderheid van de partijen wil eerst naar het Europees gemiddelde, en het liefst daarna door naar de NAVO-afspraken.

De consequenties van het niet nakomen van de NAVO-afspraken zijn eigenlijk pas sinds kort voelbaar. Dat komt doordat de Amerikaanse president Donald Trump eist dat Europa meer gaat meebetalen aan de NAVO. Zo niet, dan dreigt hij het verbond te saboteren. Ook de onvoorspelbare houding van de Russische president Vladimir Poetin, die Europa aan de oostgrenzen constant uitdaagt, is voor veel partijen reden om meer in Defensie te willen investeren. Daar komt de dreiging van terroristische groeperingen als IS nog bij.

Zijn 75 zetels genoeg om een coalitie te vormen?

Nee. Om een meerderheid in de Tweede Kamer te halen zijn minimaal 76 zetels nodig.

Bij een stemming in de Kamer wordt een gelijkspel een 'staken der stemmen' genoemd. Als er evenveel stemmen voor als tegen zijn, én niet alle Kamerleden hebben gestemd (de uitslag is bijvoorbeeld 66 voor en 66 tegen), dan wordt er in de volgende vergadering een nieuwe stemming gehouden. Als de stemmen daar opnieuw staken, dan wordt het voorstel verworpen.

Bij een gelijkspel van 75-75 kan het voorstel al bij de eerste stemming worden verworpen.

Een regering met 75 zetels kan dus niet met zekerheid haar plannen door de Tweede Kamer krijgen.

Waar zijn de peilingen op gebaseerd?

Verschillende Nederlandse bedrijven doen opiniepeilingen, waaronder bijvoorbeeld Peil.nl (van Maurice de Hond), I&O en Kantar. Zo'n peiling geeft een beeld van de populariteit van partijen en partijleiders, of van onderwerpen die burgers van belang vinden.

Een zetelpeiling, zoals nu voor de verkiezingen, werkt als volgt:

Eerst wordt een groep mensen ondervraagd over hun politieke voorkeur. Bij de grote Nederlandse peilingen gaat het meestal om zo'n 3.000 á 4.000 deelnemers. Vroeger vonden die ondervragingen telefonisch plaats, nu via internet. De manier waarop de opiniepeilers hun panel samenstellen, verschilt. Bij sommige bureaus dienen kiezers zichzelf aan, bij anderen worden ze geworven (bijvoorbeeld als ze al eens meededen aan bijvoorbeeld een peiling over welke tv-programma’s ze keken).

De deelnemers zijn geen exacte kopie van de maatschappij. Een peiling is een steekproef: daarom worden er correcties toegepast. Als er bijvoorbeeld meer mannen dan vrouwen zijn ondervraagd, tellen de antwoorden van vrouwen ter compensatie iets zwaarder mee. Peilers corrigeren voor allerlei verschillende kenmerken, waaronder leeftijd, afkomst, opleidingsniveau en woonplaats.

Zelfs na correctie zijn peilingen nooit honderd procent nauwkeurig. Door simpel toeval kan het gebeuren dat er tussen de groep ondervraagden relatief veel aanhangers van de ene partij zitten en minder aanhangers van een andere. Alle opiniepeilers hebben bovendien moeite om genoeg kiezers met een migrantenachtergrond te vinden voor hun panels.

Daardoor hanteren de opiniepeilers een foutmarge. Die is vaak is een paar procent. Een verschil van één of twee zetels in de peilingen stelt dus niet veel voor: dat zou het gevolg van toeval kunnen zijn.

Peilingen zijn bovendien géén voorspelling. Ze meten immers wat kiezers op een bepaald moment denken van een partij – op weg naar het stemhokje kunnen ze nog van mening veranderen.

Waarom staat de PvdA er slechter voor in de peilingen dan de VVD, terwijl beiden verantwoordelijk waren voor het beleid van het huidige kabinet?

Sinds 1998 is het niet meer voorgekomen dat een zittende coalitie bij Tweede Kamerverkiezingen opnieuw een meerderheid wist te behalen. Kiezers zijn dus meestal ontevreden met een kabinet. Het is bijna altijd zo dat de junior regeringspartners, dat zijn de kleinere partijen uit de coalitie, méér verliezen dan de grootste partij. In dit geval is dat de PvdA. De grootste partij levert meestal de premier en is daarmee uithangbord van de regering, de kleine partijen hebben het vaak moeilijker om te laten zien wat hún positieve aandeel aan het regeren is geweest.

In deze campagne is er nog iets anders bijzonders aan de hand: de drie partijen die niet in de regering zaten, maar wel steun hebben gegeven aan de meeste bezuinigingen, staan er alle drie goed voor: D66, de ChristenUnie en de SGP.

Wanneer waren de eerste verkiezingen zoals we die nu kennen?

De eerste verkiezingen in de huidige vorm vonden plaats in juni 1971: in dat jaar werd de minimale leeftijd om te mogen stemmen verlaagd naar 18. Zes jaar eerder was de minimumleeftijd al van 24 naar 21 jaar gegaan.

In 1956 werd het aantal zetels in de Tweede Kamer uitgebreid van 100 naar 150.

Grote wijzigingen in het kiesrecht vonden plaats tussen 1917 en 1922. Tot 1917 kende Nederland een censuskiesrecht. In dat systeem mochten mensen alleen stemmen als ze meer dan een bepaald bedrag aan belasting betaalden. Op 12 december 1917 werd het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd. De verkiezingen van 1918 waren de eerste waarin alle volwassen mannen mochten stemmen. In dat jaar werd bovendien het tot dan toe gebruikte districtenstelsel afgeschaft. In 1922 werd het algemeen kiesrecht uitgebreid, waardoor ook vrouwen mochten stemmen.

Tot 1888 werd de Tweede Kamer niet in één keer verkozen. In plaats daarvan werd elke twee jaar de helft van de Kamerleden vervangen.

Waarom wordt er zo weinig gedebatteerd over het klimaat?

Klimaatverandering een geleidelijk proces, waardoor het voor mensen lastig te bevatten is dat hun acties directe gevolgen hebben op het klimaat op lange termijn. Daardoor zijn mensen ook niet snel geneigd om oplossingen voor het probleem te zoeken.

De meeste politieke partijen hebben klimaatverandering vertaald in ‘groene groei’. Zo hebben ze het pessimisme eruit gesloopt, en in een moeite door ook de problemen van tafel geveegd. Als je de verkiezingsprogramma’s leest zou je bijna denken dat klimaatverandering vooral een banenmachine is en welhaast een zegen is voor de economie.

Politici weten dat klimaatverandering voor veel kiezers geen belangrijk thema is en besteden er daardoor ook niet veel aandacht aan. De interesse van kiezers neemt wel toe. Het milieu is voor vijf procent van de kiezers doorslaggevend in hun stemgedrag, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO in september 2016. In 2004 was dat nog twee procent. Daarbij moet wel worden aangemerkt dat het thema 'milieu' breder is dan alleen klimaatverandering.

Lees ook: Als het klimaatprobleem zo acuut is, waarom doen we dan niks?

Is het mogelijk om het eigen risico in de zorg af te schaffen zonder de premies te verhogen?

Het is zeker mogelijk om het eigen risico af te schaffen zonder de premies te verhogen. Maar dat zal wel betekenen dat de belastingen omhooggaan. Ergens moet de rekening worden betaald, als burgers voortaan geen eigen risico meer bijdragen. Via het eigen risico betalen burgers nu jaarlijks rond de 4 miljard euro mee aan de zorg. Die uitgaven verdwijnen niet.

Een kabinet kan er ook voor kiezen om het eigen risico af te schaffen én de belastingen niet te verhogen. In dat geval zullen de weggevallen vergoedingen automatisch leiden tot een hogere kostprijs van de zorg, ofwel hogere premies voor de ziektekostenverzekeringen. Die premies worden vastgesteld door de zorgverzekeraars.

Lees ook: Kiezers trekken met nul eigen risico.

Zijn er coalities te bedenken die ook in de Eerste Kamer een meerderheid hebben?

Ja. Om een meerderheid in de Eerste Kamer te hebben zijn 38 zetels nodig.  

Het kabinet Rutte-II haalde dat niet: VVD (16) en PvdA (14) kwamen samen tot 30 zetels. Dus moesten er verbondjes worden gesloten met de oppositie. Maar na de Provinciale Statenverkiezing van 2015 kwam het totaal zelfs met de constructieve drie – D66 (10), ChristenUnie (3) en SGP (2) – maar op 36 zetels. Dat betekende dat de coalitie bij ieder wetsvoorstel de steun van meerdere partijen moest veroveren, óf die van de grootste oppositiepartij: het CDA (12).   

Voor een meerderheid nu zijn minimaal vier partijen nodig – of zonder VVD of CDA vijf partijen. Omdat de meeste partijen samenwerking met de PVV hebben uitgesloten (op 50Plus na) en de SP samenwerking met de VDD komt het totaal aantal meerderheidscoalities in de Eerste Kamer op 19.

Hoe groot is de kans dat Artikel 1 een zetel krijgt?

Lijsttrekker Sylvana Simons van Artikel 1. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Artikel 1 krijgt tot nu toe in geen enkele peiling een zetel. Ook in een peiling onder Nederlanders met een migratieachtergrond, de EtnoBarometer, is de partij niet populair. Slechts twee procent van de respondenten zegt op Artikel 1 te willen stemmen. DENK en PvdA zijn de populairste partijen in die peiling, met ieder 20 procent.

Artikel 1 staat bovendien niet overal in Nederland op het stembiljet. In Friesland en Drenthe verzamelde de partij niet genoeg ondersteuningsverklaringen. Als Artikel 1 een zetel wil halen, moet de partij dus in de resterende 18 kieskringen genoeg stemmen behalen.

Welke partijen hebben regeren met de PVV niet uitgesloten?

Veel partijen hebben van te voren aangegeven niet in een coalitie met de PVV te zullen stappen. In 2012 sloot CDA-lijsttrekker Sybrand Buma regeren met Geert Wilders uit, omdat de PVV-leider was weggelopen uit onderhandelingen in het Catshuis. De PvdA sloot regeren met de PVV nog eerder, in 2010, al uit. De VVD had lange tijd het standpunt dat Wilders eerst zijn uitspraak over "minder Marokkanen" moest terugnemen vóór men een coalitie zou overwegen. In januari zei VVD-leider Mark Rutte echter in televisieprogramma Buitenhof dat de kans op regeren met de PVV sowieso "nul" is. Ook lijsttrekkers van de SP, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie sloten regeren met Wilders al uit.

Maar wie sloten Wilders níet uit? SGP-lijsttrekker Kees van der Staaij zei vorig jaar “een muis te zijn die brult” als hij als kleine partij de PVV zou uitsluiten. De Partij voor de Dieren sluit uit principe geen partijen buiten, maar heeft wel een aantal “breekpunten” waardoor regeren met Wilders op z’n minst lastig wordt. Ook 50Plus sluit niemand buiten, liet lijsttrekker Henk Krol in januari nog weten. Nieuwe partijen als Voor Nederland en Forum voor Democratie hebben Wilders evenmin uitgesloten.

Waarom is Wilders deze hele verkiezing zo onzichtbaar?

Geert Wilders op campagne in Volendam. Foto Jerry Lampen/ANP

Wilders gaat inderdaad nauwelijks de straat op om met kiezers te praten (hoewel hij deze week nog 2 keer gaat flyeren en een dierenopvangcentrum bezoekt), geeft nauwelijks interviews aan Nederlandse media en zegde de meeste televisiedebatten af. Het verschil met vorige PVV-campagnes is groot. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2010 en 2012 deed Wilders mee aan alle debatten die hij nu heeft geannuleerd, en schreef de PVV schreef een duidelijk verkiezingsprogramma, dat ook werd doorgerekend. Wilders en zijn team praten niet over hun campagnetactiek, dus helemaal duidelijk is het niet waarom het nu zo anders is. Maar een paar redenen zijn wel aan te wijzen.

Allereerst de kwestie met de beveiliging van de PVV-voorman. Wilders schortte zijn publieke campagne op, nadat bleek dat er een beveiligingslek was bij de Dienst Bewaken en Beveiligen (DBB). Pas nadat de marechaussee zijn beveiligingsteam bij ging staan, vorige week, besloot Wilders weer de straat op te gaan.

Maar daarvoor was Wilders al opvallend afwezig op straat. Dat komt onder meer doordat Wilders ervoor kiest via Twitter zijn boodschap de wereld in te sturen. Het medium past hem als een handschoen, en dat gebruikt Wilders.

Onderzoeksbureau Ipsos ontdekte na de verkiezingen van 2012 dat vooral zwevende kiezers zich door een televisiedebat laten verleiden op een bepaalde partij te stemmen. Maar het electoraat van de PVV ligt veel vaster dan dat van andere partijen. Recenter Ipsos-onderzoek laat zien dat 56 procent van de huidige PVV-fans alleen de PVV overweegt. Bij andere partijen is het deel met een unieke partijvoorkeur vaak tussen de 20 en 30 procent. Voor Wilders is vooral de opkomst van zijn aanhangers cruciaal.
Lees ook: Wie is Wilders en wil hij wel regeren?

Is het in Nederland mogelijk om minister te worden zonder lid te zijn van een politieke partij? De PVV heeft ten slotte maar één lid.

Veel ministers hebben voor hun benoeming al eerder een politieke of bestuurlijke functie vervuld, maar het is niet verplicht om lid te zijn van een politieke partij. De Grondwet stelt alleen dat ministers bij Koninklijk Besluit moeten worden benoemd, dat ook door de minister-president wordt ondertekend.

Als er een coalitie is gevormd en er een regeerakkoord is gesloten, gaan de leiders van de coalitiepartijen op zoek naar kandidaten voor het ministerschap. Na de ondertekening van het Koninklijk Besluit moeten zij een ambtseed afleggen, waarna hun benoeming is afgerond.

Ministers die óók verkozen zijn tot Tweede Kamerlid, zijn wel verplicht om hun Kamerzetel op te geven: het is niet mogelijk om tegelijkertijd deel uit te maken van de regering en het parlement. Uitzondering is de periode tussen de verkiezingen en de formatie van een nieuwe regering. In die demissionaire periode kunnen de ministers van het oude kabinet wel een Kamerzetel hebben.

Wat gebeurt er als Wilders de verkiezingen wint en geen coalitie kan vormen?

Het is moeilijk te voorspellen wat er na de verkiezingen zal gebeuren, want veel hangt af van hoe groot de PVV precies zal worden. Wat we weten is dat vrijwel alle andere politieke partijen de PVV hebben uitgesloten, en dus niet samen met die partij een regering willen vormen. De PVV zou bijna zelf een meerderheid van het aantal zetels (76) moeten halen om te kunnen regeren. Nu staat de partij in de Peilingwijzer, een gewogen gemiddelde van zes peilingen, op maximaal zo’n 25 zetels.

Op de website van de Tweede Kamer staat een uitleg over het vormen van een regering. Het meest waarschijnlijk is dat de PVV in de oppositie komt, en dat andere partijen samen een regering zullen vormen. Een minderheidskabinet is onwaarschijnlijk, omdat andere partijen wel een coalitie zullen willen vormen. Al was het maar om de PVV buiten de regering te houden.

Hoe werken de verkiezingen?

Wanneer is mijn stem ongeldig?

De vorige verkiezingen waren in september 2012. Waarom zijn de verkiezingen dan nu pas, en niet in september 2016?

De Kieswet schrijft voor dat een kabinetsperiode vier jaar duurt en altijd eindigt in maart. De Tweede Kamerverkiezingen vinden daardoor ook in maart plaats. Alleen als er in hetzelfde jaar ook verkiezingen plaatsvinden voor de gemeenteraad of Provinciale Staten, worden de Kamerverkiezingen verplaatst naar mei.

De verkiezingen in september 2012 vormen een uitzondering op deze regel. Die verkiezingen werden namelijk niet gehouden na het einde van een kabinetsperiode. Na het mislukte Catshuisoverleg tussen VVD, CDA en gedoogpartner PVV viel het kabinet, waardoor er vervroegde verkiezingen moesten worden gehouden.

De verkiezingen ná zo'n vervroegde verkiezing moeten gewoon weer in maart worden gehouden. Daardoor kan het gebeuren dat een kabinetsperiode soms langer is dan vier jaar.

Wat gebeurt er met je stem als je een partij kiest die niet in de Kamer komt?

Kort gezegd: niets. Het volledige antwoord is wat ingewikkelder. De verdeling van de zetels gaat in een aantal stappen. Eerst worden de "volle zetels" toegewezen. Een partij krijgt een zetel voor iedere keer dat de "kiesdeler" is bereikt. De kiesdeler is het totale aantal stemmen, gedeeld door 150 Kamerzetels - meestal zo'n 60.000 stemmen. De stemmen die daarna overblijven, worden "overschotten" genoemd. Op basis van die overschotten wordt de rest van de zetels verdeeld.

Ook als een partij onvoldoende stemmen behaald heeft voor een zetel, of het nou een volle zetel is of een restzetel, behoudt ze haar eigen stemmen. Tenzij partijen een lijstverbinding zijn aangegaan (zie hieronder), worden die stemmen nooit opgeteld bij de totalen van een andere partij. Zo kan het dus gebeuren dat je stem geen invloed heeft op de uitslag van de verkiezingen.

Hoe worden restzetels verdeeld?

Welke partijen hebben een lijstverbinding, en wat is hier het gevolg van?

Bij de aankomende Tweede Kamerverkiezingen zijn er twee lijstverbindingen, of lijstencombinaties, goedgekeurd: de PvdA werkt samen met GroenLinks, en de ChristenUnie met de SGP.

Partijen die een lijstverbinding zijn aangegaan, houden gewoon een eigen kandidatenlijst en krijgen zetels toegewezen op basis van het aantal stemmen dat ze op eigen kracht hebben behaald. Het voordeel van een lijstverbinding is dat twee partijen hun kans op zogenoemde restzetels vergroten.

Eerst worden de 'hele zetels' verdeeld, op basis van de kiesdeler. De kiesdeler is het totaal aantal geldige stemmen gedeeld door 150 Kamerzetels. Meestal komt dat neer op ongeveer 60.000 stemmen. Daarna blijven de restzetels over, omdat de stemmen niet precies in meervouden van de kiesdeler over de partijen verdeeld zijn. Zo kan een partij ook 80.000 stemmen, of 230.000 stemmen halen en dus respectievelijk 20.000 of 50.000 stemmen 'overhouden'. Stemmen die partijen behalen boven de kiesdeler, worden "overschotten" genoemd.

Bij de toewijzing van de zetels wordt in eerste instantie gekeken naar het totale aantal stemmen dat de lijsten, lijstencombinaties en lijstengroepen behaald hebben. In de laatste twee gevallen wordt achteraf bepaald hoeveel zetels de partijen die samen de groep of combinatie vormen behaald hebben. Dat betekent dat de overschotten die de partijen met een lijstverbinding hebben gehaald bij elkaar worden opgeteld. Dit vergroot de kans op restzetels.

Het zou overigens goed kunnen dat dit de laatste verkiezingen zijn waarbij partijen een lijstencombinatie kunnen aangaan. De Tweede Kamer wil de verbindingen afschaffen. De Eerste Kamer moet nog akkoord gaan. Meer informatie over lijstverbindingen is te vinden op de site van de Kiesraad.

Hoeveel kandidaat-Kamerleden zijn er, en waarom zetten partijen zoveel kandidaten op de lijst?

In totaal doen er 1114 kandidaten mee aan de Tweede Kamerverkiezingen. De meeste mensen staan op de lijst van de PvdA: die partij heeft 171 kandidaten. De Vrije Democratische Partij heeft slechts één kandidaat. Onder de kandidaten zijn 393 vrouwen, dat is 35,3 procent. De oudste kandidaat is 93, de jongste is 16. Zij staan allebei op de lijst van de Partij voor de Dieren.

Hoeveel kandidaten er op de lijst van een partij mogen staan is afhankelijk van het aantal zetels dat de partij heeft in de Tweede Kamer. Een partij met meer dan vijftien zetels mag tachtig mensen op de lijst zetten, een kleinere partij maximaal vijftig. Daardoor zou de PVV nooit een absolute meerderheid kunnen halen. De lijsten hoeven niet in elke kieskring hetzelfde te zijn. Daardoor kan een partij toch boven de vijftig of tachtig kandidaten uitkomen.

Veel verschillende kandidaten op de lijst zetten kan extra stemmen opleveren, omdat specifieke kandidaten stemmen kunnen trekken. Maar er zijn meer redenen om veel mensen op de lijst te hebben. Om te beginnen waren partijen vroeger vaak een stuk groter dan nu. De lange lijsten zijn daar de erfenis van.

Kandidaten die verkozen zijn kunnen ook vervangen moeten worden, bijvoorbeeld omdat ze als minister of staatssecretaris het kabinet omgaan of omdat ze om een andere reden hun Kamerzetel opgeven. Zij worden vervangen door de volgende kandidaat op de lijst. In de huidige VVD-fractie is inmiddels de 58e kandidaat op de lijst aan de beurt.

In 2016 heeft Martin Bosma een voorstel gedaan om alle partijen tachting kandidaten te laten aanwijzen, maar dat voorstel heeft het niet gehaald.

Hoeveel voorkeurstemmen heeft een kandidaat op een onverkiesbare plek op de kandidatenlijst nodig om toch in de Tweede Kamer te komen?

Dankzij voorkeursstemmen kunnen kandidaten die laag op de lijst van een partij staan tóch in de Tweede Kamer komen. In Nederland moet een kandidaat daarvoor 25 procent van de kiesdeler aan voorkeursstemmen halen. De kiesdeler is het aantal stemmen dat nodig is om een zetel te behalen: het totaal aantal geldige stemmen dat is uitgebracht gedeeld door 150 Kamerzetels. In Nederland ligt de kiesdeler meestal rond de 60.000 stemmen.

Een laaggeplaatste kandidaat heeft dus zo'n 15.000 voorkeursstemmen nodig. Om daadwerkelijk een zetel te halen moet de kandidaat wel méér voorkeursstemmen halen dan de laagstgeplaatste kandidaat die een zetel zou hebben verdiend.

Een voorbeeld: in 2012 haalde het CDA genoeg stemmen voor 13 zetels. In principe zouden de eerste dertien personen op de lijst dus in de Tweede Kamer komen. Maar: Pieter Omzigt, de nummer 39 op de lijst, kreeg bijna 37.000 stemmen. Dat waren er meer dan de voorkeursdrempel (in 2012 was dat minimaal 15.708 stemmen) én meer dan de nummer dertien op de lijst, Martijn van Helvert. Daardoor kwam Van Helvert niet in de Kamer, en Omzigt wel.

Welke partijen doen wel mee, maar niet in alle kieskringen?

28 partijen doen mee aan de verkiezingen. Hiervan staan er twaalf niet in alle kieskringen op de lijst.

De Piratenpartij, GeenPeil, de Vrijzinnige Partij en de Burger Beweging zijn verkiesbaar in alle kieskringen behalve Bonaire. Artikel 1 doet wel mee op Bonaire, maar niet in Assen en Leeuwarden.

De Vrije Democratische Partij doet slechts in twee kieskringen mee: alleen in Den Helder en Den Haag staat de partij op het stembiljet. MenS en Spirit/Basisinkomen Partij/V-R is ook in twee kieskringen verkiesbaar: Arnhem en Utrecht.

JEZUS LEEFT doet in zeven van de twintig kieskringen mee, StemNL in negen, Lokaal in de Kamer in vijftien, de Libertarische partij en de Niet Stemmers in zestien.

Wat is het verschil tussen een blanco stem, een ongeldige stem en een niet-uitgebrachte stem?

Foto Inge van Mill/ANP

Als je blanco, ongeldig of niet stemt heb je in alle drie de gevallen geen invloed op de zetelverdeling. Voor het bepalen van de kiesdrempel (het aantal zetels dat nodig is voor één zetel) worden namelijk alleen de geldige stemmen gebruikt. De blanco en ongeldige stemmen tellen wel mee voor het opkomstpercentage, maar dat heeft verder geen invloed op de uitslag.

Een blanco stem wordt door sommige mensen gezien als een proteststem tegen alle partijen, al is het niet officieel duidelijk wat mensen met een blanco stemmen bedoelen. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen in 2012 was het opkomstpercentage 74,57 procent (9.462.223 stemmen), daarvan was 0,22 procent ongeldig en 0,18 procent blanco.

Lees ook de factcheck over dit onderwerp: ‘Als je niet of blanco stemt, wordt je stem over de partijen verdeeld’

Standpunten

Wat zijn de standpunten van de verschillende partijen over megastallen?

Een aantal partijen schrijft in hun verkiezingsprogramma niks over megastallen: bij PVV, CDA, ChristenUnie, D66, Forum voor Democratie en de Piratenpartij komen megastallen niet voor.

GroenLinks, SP, 50Plus en de Partij voor de Dieren willen van megastallen af. De Partij voor de Dieren wil zelfs een einde aan de bio-industrie, inclusief “stimuleren en exporteren van systemen en producten voor industriële landbouw”. DENK wil kleinschaligere landbouw stimuleren. PvdA merkt op dat “steeds intensievere landbouw nadelige maatschappelijke en milieueffecten heeft”.

De SGP zegt expliciet geen verbod op megastallen te willen. “Waar de grens getrokken moet worden, is arbitrair. En de winst van een verbod op megastallen voor dierenwelzijn en milieu is zo goed als nul”, staat in het programma van de partij.

VNL heeft het niet expliciet over megastallen, maar zegt wel minder regels voor boeren te willen. VVD is van plan “innovatieve, hoog productieve en efficiënte landbouw” te subsidiëren.

Welke plannen hebben de partijen voor Caribisch Nederland?

Over de zelfstandigheid van Caribisch Nederland zijn partijen verdeeld: de een wil de banden aanhalen, de ander juist doorsnijden. Zo willen VVD en SP dat de eilanden Aruba, Curaçao en Sint Maarten in de toekomst niet langer tot het Koninkrijk behoren. In plaats daarvan moet er een Gemenebest komen, waarin de landen volledig zelfstandig opereren. Deze drie eilanden hebben nu al ieder hun eigen regering. Ze stemmen ook niet mee in de Tweede Kamerverkiezingen.

“Ook Bonaire, Saba en Sint Eustatius zouden zich als onafhankelijke landen bij het Gemenebest kunnen aansluiten”, schrijft de VVD. Nu zijn die eilanden nog bijzondere gemeenten in Nederland. De PVV schrijft in haar beknopte programma niets over de eilanden, maar wil het liefst helemaal “afscheid nemen van de Antillen”.

Compleet tegenovergesteld is het standpunt van D66. Dat vindt de BES-eilanden “evengoed onderdeel van Nederland als bijvoorbeeld de Waddeneilanden” en wil daarom onder meer investeren in onderwijs, infrastructuur en economie. Ook het CDA vindt dat Nederland “een bijzondere verantwoordelijkheid” heeft voor de bewoners van de drie eilanden en daarom moet helpen bij het terugdringen van de armoede en het verbeteren van de infrastructuur.

Veel andere partijen zitten daar ergens tussenin. 50Plus, ChristenUnie en SGP vinden tevens dat er meer moet worden gedaan aan de aanpak van criminaliteit en corruptie. Die laatste wil ook dat de eilanden op bepaalde thema’s vrij zijn een eigen beleid te bepalen. Denk en Artikel 1 willen juist dat Caribisch Nederland meer inspraak krijgt op de besluitvorming in Den Haag.

Voor een partij die vorige verkiezingen nog won op de BES-eilanden heeft de PvdA een tamelijk beknopt standpunt. De partij wil onder meer inzetten op beter onderwijs en goed bestuur van de eilanden, alsook het terugdringen van de armoede. Datzelfde wil ook GroenLinks, dat tevens de vervuiling op de eilanden wil terugdringen.

Welke partijen willen de macht van zorgverzekeraars verminderen?

Als we kijken naar de Programmawijzer, zien we grote verschillen in partijstandpunten over de invloed voor zorgverzekeraars. SP, Partij voor de Dieren, 50Plus en de Piratenpartij willen dat de verzekeraars geheel of gedeeltelijk plaats maken voor een nieuwe vorm van het ziekenfonds. GroenLinks en VNL zeggen expliciet de macht van de verzekeraars te willen inperken. Vrijwel alle andere partijen pleiten vooral voor minder marktwerking, of bijvoorbeeld door de overheid georganiseerde inkoop van geneesmiddelen. Alleen de VVD lijkt de invloed van de verzekeraars te willen vergroten; de partij van Rutte wil dat contracten tussen verzekeraars en zorgverleners worden gestimuleerd. D66 wil vooral "rust in de zorg".

Zie voor meer informatie over de partijprogramma's onze Programmawijzer.

Welke partijen willen het meeste op de staatsschuld aflossen?

Om de gevolgen van de partijprogramma's voor de staatsschuld te kunnen vergelijken, kijken we naar het rapport Keuzes in Kaart van het CPB. Niet alle partijen hebben hun programma laten doorrekenen. Zo ontbreken de PVV, Partij voor de Dieren, 50Plus, Forum voor Democratie en de Piratenpartij.

Van de partijen die hun programma wel door het CPB lieten doorrekenen, komt DENK op dit terrein als beste naar voren. Bij die partij is de staatsschuld in 2021 nog 51,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is een afname van 1,1 procentpunt ten opzichte van het zogenoemde basispad, het percentage dat de schuld zou bereiken als aan het beleid in die tijd niets verandert. Andere partijen die de staatsschuld als percentage van het bbp willen laten slinken, zijn de SP, GroenLinks en de SGP.

De schuld loopt volgens het CPB met 3,6 procentpunt het hardst op bij de Vrijzinnige Partij. De VVD en PvdA laten de staatsschuld oplopen met respectievelijk 1,8 en 1,9 procentpunt, tot 54,0 en 54,2 procent van het bbp. Daarmee blijven beide partijen onder de Europese bovengrens van 60 procent die is vastgelegd in het Stabiliteits- en Groeipact.

Wat de andere partijen van plan zijn met de staatsschuld, is moeilijk te bepalen. De financiële paragraaf van de PVV is te beperkt om er iets over te kunnen zeggen. Ook in de partijprogramma's van de Partij voor de Dieren, de Piratenpartij en het Forum voor Democratie komt de staatsschuld niet voor. 50Plus zegt dat de staatsschuld terug moet naar 60 procent van het bbp, maar daar blijven alle partijen in de CPB-doorrekening ruimschoots onder. Ook de partijen die de schuld laten oplopen.

Wat willen de partijen voor de toekomst van de euro?

De PVV wil uit de EU en de eurozone stappen. Andere partijen zijn minder stellig over de Europese munt.
De ChristenUnie is bereid de euro op te geven als dat nodig is om de Europese Unie in stand te houden. 50Plus wil dat er een gezamenlijke munt blijft, desnoods met minder landen. De SP wil dat de regering rekening houdt met een mogelijk vertrek uit de euro.

SGP, VNL en de Piratenpartij willen de euro opsplitsen: zij willen dat landen die cultureel en economisch op elkaar lijken, een gezamenlijke munt krijgen, in plaats van heel Europa. Dit zou bijvoorbeeld kunnen in de vorm van een 'Neuro' en een 'Zeuro' voor landen in respectievelijk Noord- en Zuid-Europa. Ook de Partij voor de Dieren houdt rekening met zo'n splitsing.

CDA, GroenLinks, PvdA, DENK, D66 en VVD hebben geen plannen om de euro te hervormen.

Welke partijen willen minder gaswinning in Groningen?

Van de elf partijen waarvan het Centraal Planbureau de verkiezingsplannen heeft doorgerekend wil alleen Denk de gasproductie in Groningen opschroeven, vijf partijen willen de geplande productie ongemoeid laten (VVD, CDA, SGP, VNL en de Vrijzinnige Partij), en vijf partijen willen de gaskraan verder dichtdraaien (PvdA, SP, D66, ChristenUnie en GroenLinks).

Ook de PVV en PvdD, die hun programma's niet hebben laten doorrekenen, willen dat de gasproductie wordt teruggeschroefd. De PVV gelooft echter niet dat duurzame energie een alternatief vormt voor gaswinning, waardoor gaswinning volgens de partij voorlopig noodzakelijk blijft.

Is er nog een partij die de wet ongericht tappen van het internet wil terugdraaien?

De SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren, D66 en de Groep Kuzu/Öztürk en Klein hebben tegen de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten gestemd. Van de PvdA heeft Kamerlid Astrid Oosenbrug als enige tegen gestemd, maar zij had eerder al haar vertrek uit de Tweede Kamer al aangekondigd. Kamerlid Kees Verhoeven van D66 en Kamerlid Linda Voortman van GroenLinks hebben met flink wat amendementen gepoogd het wetsvoorstel aan te passen. De nieuwe wet moet na de verkiezingen nog worden behandeld door de Eerste Kamer voordat deze officieel in werking kan treden.

De behandeling van de wet is terug te lezen op de site van de Tweede Kamer

Hoe willen de verschillende partijen de kiesdrempel aanpassen?

Een kiesdrempel is het percentage van het totaal uitgebrachte stemmen dat een partij moet halen om een zetel in het parlement te krijgen. Door sommige partijen wordt het gezien als een oplossing om de versplintering in de politiek tegen te gaan. In België en Duitsland geldt een drempel van 5 procent.

Het CDA wil een kiesdrempel van 2 procent. Dat zou betekenen dat de Partij voor de Dieren en 50Plus in 2012 de Tweede Kamer niet zouden hebben gehaald, en de SGP met 2,09 procent nét.


VVD-minister Schippers opperde een kiesdrempel van 5 procent, ongeveer 7 zetels. Dan zouden de ChristenUnie en GroenLinks niet in de Tweede Kamer zijn gekomen.

Overigens zal het zo’n vaart niet lopen. De afgelopen jaren was de steun van de kleine partijen juist nodig om coalitiebeleid te steunen. Een staatscommissie is bezig met een groot onderzoek naar de houdbaarheid en toekomstbestendigheid van het parlementair stelsel. Zij zal zeker ook kijken naar een eventuele kiesdrempel.

Ik wil uit de EU maar niet stemmen op de PVV. Welke andere partij wil ook uit de EU?

De meeste partijen vinden dat de macht van de Europese Unie op bepaalde gebieden moet worden ingeperkt, of dat de EU geen nieuwe lidstaten moet accepteren. De PVV is de enige partij die wil dat Nederland uit de EU stapt. Voor Nederland (VNL) en het Forum voor Democratie willen de beslissing bij de burger leggen door een Nexit-referendum te houden.

De SP en ChristenUnie willen specifiek de macht van de Europese Commissie beperken. De Commissie is het enige orgaan binnen de EU dat zelf wetsvoorstellen mag doen. De partijen willen dat de Commissie ondersteunend wordt aan de lidstaten. Ook de SGP wil de bevoegdheden van de Europese Commissie inperken.

D66, GroenLinks en Denk vinden dat de EU juist uitgebreid moet worden, al stellen ook deze partijen wel voorwaarden aan uitbreiding. De Piratenpartij wil dat het Europees Parlement wetgevende macht krijgt.

Welke partijen investeren in onderzoek en wetenschap?

D66 wil het meest investeren in onderzoek en wetenschap: 0,5 miljard extra voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek en nog eens 0,5 miljard voor innovatie via topsectorenbeleid en bedrijven.

Het CDA wil 0,2 miljard extra uittrekken voor fundamenteel onderzoek, 100 miljoen voor het topsectorenbeleid en nog eens 200 miljoen voor innovatie via het bedrijfsleven. GroenLinks wil 0,3 miljard extra besteden aan innovatie via bedrijven.

De PvdA wil 0,2 miljard extra aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek uitgeven. De SP wil 100 miljoen cultuurgeld investeren in het fonds voor archeologische vondsten.

De VVD wil geen extra geld uittrekken voor onderzoek en innovatie. Wat de PVV op dit gebied wil is onduidelijk: die partij liet haar plannen niet doorrekenen door het CPB en reageerde niet op een verzoek om informatie.

Lees alles over de politieke plannen over wetenschap: Partijen willen vooral schuiven met wetenschapsgeld.

Welke partijen willen de budgetten voor kunst en cultuur verhogen?

Als je alleen de verkiezingsprogramma’s zou lezen, kan je de indruk krijgen dat alleen de PvdA de cultuursubsidies wil verhogen, met 100 miljoen euro per jaar. Maar dat is niet het geval. Ook andere linkse partijen willen de cultuursubsidies weer verhogen, blijkt uit de doorrekening van het CPB. D66 en de SP trekken daar hetzelfde bedrag als de PvdA voor uit. GroenLinks wil de cultuursubsidies zelfs met 200 miljoen euro verhogen, het bedrag dat door het eerste kabinet Rutte op kunst en cultuur werd bezuinigd.

Er zijn ook partijen die verder willen snijden in de cultuursubsidies. VNL verwacht 700 miljoen euro te bezuinigen op Cultuur en Media, dat bedrag wordt in het programma niet verder uitgesplitst. De VVD en ChristenUnie zijn allebei van plan om 100 miljoen euro weg te halen bij de kunstopleidingen. En dan is er de PVV. Op het A4-tje van het verkiezingsprogramma meldt die partij alle cultuursubsidies te willen schrappen.

Welke partijen willen meer geld investeren in het leger en de politie?

Bijna alle partijen. De belangrijkste uitzonderingen zijn Denk, de SP en GroenLinks. Denk wil 400 miljoen euro bezuinigen op binnenlandse veiligheid en 1,7 miljard op Defensie. De SP wil 1 miljard bezuinigen op Defensie, maar trekt wel weer het meeste geld uit voor de binnenlandse veiligheid: 1,3 miljard. GroenLinks investeert niet in Defensie, maar houdt het budget gelijk. Binnenlandse veiligheid krijgt er bij GroenLinks wel 200 miljoen bij.

Al deze cijfers staan in de doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB). De PVV deed daar niet aan mee. Die partij zegt in totaal 2 miljard euro te willen besteden aan Defensie en binnenlandse veiligheid. doorrekening cpb

Welke partijen zijn voor bindende referenda?

De PVV, VNL, Forum voor Democratie, 50Plus en de Piratenpartij willen een bindend referendum. Sommige partijen noemen daarbij het 'Zwitserse model', waar burgers meerdere keren per jaar kunnen stemmen over burgerinitiatieven en overheidsbeleid.

D66, SP, PvdA, Partij voor de Dieren en DENK zijn voorstander van een niet-bindend correctief referendum. Dit houdt in dat burgers handtekeningen kunnen verzamelen om een referendum te houden over een beslissing die de regering heeft genomen. Het Oekraïne-referendum van april 2016 was een voorbeeld van zo'n correctief referendum. Een niet-bindend correctief referendum wordt ook wel een raadgevend referendum genoemd.

GroenLinks is ook voorstander van referenda, en wil daarnaast experimenteren met 'nieuwe vormen van directe democratie'.

CDA, VVD, SGP en ChristenUnie zijn tegen referenda. De partijen vinden dat het systeem van referenda niet goed werkt in combinatie met een parlementaire democratie, waarin volksvertegenwoordigers zijn gekozen om beslissingen te nemen. Bovendien, stellen zij, brengen referenda problemen terug tot een te simpele vraag.

    • Wouter van Dijke