Opinie

    • Maxim Februari

Ik verlangde naar onschuld die er niet meer was

Vitaliteit en veerkracht: al een leven lang houden ze me mateloos bezig. Als kind las ik in Reader’s Digest een verhaal erover dat me zou bijblijven. Het was de levensgeschiedenis van een man wiens vrouw en kinderen waren vermoord in nazi-Duitsland. Na afloop van de oorlog emigreerde hij naar Canada, waar hij opnieuw trouwde en kinderen kreeg. Zijn tweede gezin kwam om bij een grote bosbrand, waarna hij opnieuw trouwde en opnieuw kinderen kreeg. Daar denk ik sindsdien onophoudelijk over na.

Veerkracht is geen kwestie van verdienste. Wil je na een ramp in bed blijven en nooit meer opstaan, dan valt dat goed te begrijpen en best te verdedigen. Maar er is iets aantrekkelijks aan de mensen die wel weer opstaan. Zelfs in de gevallen waarin hun veerkracht gepaard gaat met een zekere rücksichtlosheid. De levenslustigsten onder ons kunnen niet altijd letten op alle gevoeligheden in de wereld om hen heen. Vitaliteit is geen verdienste, en ook niet vanzelfsprekend sympathiek, maar wel fascinerend.

Omdat ik de laatste tijd lamlendig televisie zit te kijken, zag ik kort na elkaar een documentaire over J.D. Salinger en eentje over Roman Polanski. Beide films gingen over kwaad en onschuld. De schrijver Salinger raakte getraumatiseerd op de slagvelden in de Tweede Wereldoorlog, schreef prachtig proza over het verlangen naar onschuld, gaf er vervolgens de brui aan en beperkte zich tot het gezelschap van jonge vrouwen.

De filmer Polanski loodste zich als kind door de oorlog. Zijn moeder werd vermoord in Auschwitz, zijn vrouw en ongeboren kind werden in 1969 vermoord door de sekte van Charles Manson. Hij maakte indrukwekkende films over onschuld en werd in 1977 gearresteerd nadat hij zelf, inmiddels 43 jaar, een dertienjarig meisje verkrachtte. Hij ontkende het seksuele contact niet, maar zag er weinig schadelijks in.

De rechtszaak tegen Polanski loopt nu al veertig jaar: vorige maand heeft hij gevraagd die te beëindigen. In veertig jaar tijd is weinig van de onschuld in de zaak overgebleven. Ten eerste door toedoen van de verdachte. Ten tweede door de pers. Ten derde door de juristen. Er is een opmerkelijke cirkel van verslechtering op gang gekomen. Aan het eind van het liedje kon je concluderen dat nergens onschuld te vinden is, behalve misschien bij de dertienjarigen, en dat was nu precies waar het probleem was begonnen.

Ten eerste had de dertienjarige te duchten van de filmer en zijn bewonderaars. Je kon uiteraard bewondering hebben voor de veerkracht van Polanski, die na alle noodlottigheden grote films had gemaakt. Maar dat verklaarde nog niet waarom de bewonderaars hem bij iedere nieuwe stap in het juridische proces in bescherming namen. Alsof een groot kunstenaarschap je het recht geeft op het plegen van misdaden. Alsof beschadiging je het recht geeft anderen te beschadigen.

Ten tweede dacht de pers het dertienjarige meisje genadeloos te moeten opjagen, alsof ze niet al genoeg was bezoedeld. Het was hetzelfde opjagen dat we nu in gedemocratiseerde versie kennen van de sociale media. Acht jaar eerder hadden de journalisten ook al hardvochtig ingezoomd op de dode vrouw van Polanski. Blaming the victim: het dertienjarige meisje voelde zich geterroriseerd en wilde zo snel mogelijk van de zaak af.

Ten derde trof het meisje een rechter die haar geen recht deed, omdat hij meer geïnteresseerd was in roem dan recht. De documentaire uit 2008 liet zien dat de rechter vooral aandacht had voor publieke opinie en beeldvorming.

Het proces vertoonde grote onregelmatigheden en Polanski had gelijk, zei nota bene de aanklager, dat hij land en berechting ontvluchtte. Nu wordt het echt interessant, want hier begint de cirkel steeds sneller te draaien.

De pers loog over het slachtoffer, de rechter loog ten behoeve van de pers, een medewerker van het Openbaar Ministerie liet weten dat hij had gelogen ten behoeve van de documentaire – „to make me look better”. En zo raakte ik als televisiekijker op de bank opeens zenuwachtig. Want uiteindelijk logen ze dus allemaal ten behoeve van mij. Het hele gedoe was mijn schuld, want de pers, de juristen en de filmers hadden het meisje gebruikt omwille van het beeld. Om mij te behagen.

Opdat ik ernaar zou kijken. En ik keek ernaar, om te concluderen hoe slecht de wereld is: ik keek uit verlangen naar onschuld, en dat is precies waarmee de ellende begon. Al met al viel er vanaf de bank niets anders te zeggen dan dat de hele toestand in de wereld volledig mijn schuld was. En dan kon ik wel een deken over mijn hoofd trekken en op de bank blijven liggen, maar ik kon beter weer eens wat nuttigs gaan doen.

Maxim Februari is jurist en schrijver. Deze column is wekelijks.
    • Maxim Februari