Honderden banen verdwijnen bij landbouwmachinemaker Lely

Bij de maker van landbouwmachines Lely gaan naar verwachting zo’n honderd tot tweehonderd banen verloren in Nederland, als gevolg van de verkoop van een bedrijfsonderdeel. Het Nederlandse familiebedrijf (omzet 500 miljoen euro) wil zich meer op melk- en voerrobots gaan richten en verkoopt daarom zijn tak op het gebied van balenpersen en maaiers aan het Amerikaanse AGCO. Die ingreep heeft grote gevolgen voor de werkgelegenheid.

Van de huidige in totaal 1.900 medewerkers gaan er zo’n 300 tot 400 over naar AGCO. Dit betreft met name mensen in Duitsland, waar Lely ook vestigingen heeft. Daarnaast schrapt Lely na de verkoop zelf 100 banen op het hoofdkantoor in Maassluis en 100 arbeidsplaatsen over de grens. Verder worden 95 mensen uit Maassluis nog ruim een jaar bij AGCO gedetacheerd. Daarna keren zij terug bij Lely, maar het is nog onzeker of die dan wel plek heeft voor hen.

Het in 1948 opgerichte Lely is de laatste jaren sterk gegroeid op het gebied van robotica en is maar een kleine speler met andere landbouwmachines. Het bedrijf heeft zo'n 840 medewerkers in Nederland en is via zijn verkoopafdeling en buitenlandse productievestigingen actief in meer dan zestig landen. Het robotica-deel van het bedrijf dat straks overblijft heeft volgens topman Alexander van der Lely „veel potentieel voor de toekomst”.

Alle plannen liggen nu nog bij de ondernemingsraad. Lely gaf maandag aan het „als familiebedrijf” belangrijk te vinden om ook een goed sociaal plan met de vakbonden af te spreken. (ANP)