Hoge Raad: hoger beroep zaak-Heringa moet over

Het hof oordeelde in 2015 dat Heringa zorgvuldig was toen hij zijn stiefmoeder hielp bij haar zelfdoding.

Albert Heringa in de rechtszaal in 2013. Foto Robin Utrecht / ANP

Het hoger beroep in de strafzaak tegen Albert Heringa, die in 2008 hielp bij de zelfdoding van zijn 99-jarige stiefmoeder nadat haar arts euthanasie had geweigerd, moet opnieuw worden behandeld. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag geoordeeld.

Heringa gaf zijn stiefmoeder Moek negen jaar geleden op haar verzoek malariapillen, slaappillen en een antibraakmiddel. Moek wilde niet verder leven omdat zij kampte met hartfalen en zware rugklachten, en nagenoeg blind was. Heringa filmde het complete zelfdodingproces, inclusief een gesprek waarin Moek haar stervenswens bevestigde. Nadat ze de medicijnen had ingenomen, overleed ze.

Documentaire

Van de videobeelden werd een documentaire gemaakt, die in 2010 op tv kwam in het actualiteitenprogramma Netwerk. Daarop werd Heringa vervolgd voor strafbare hulp bij zelfdoding. De rechtbank bevond hem in 2013 schuldig, omdat ze vond dat Heringa niet voldoende had gedaan om een arts te vinden die de euthanasie wel wilde uitvoeren. Heringa kreeg echter geen straf opgelegd.

Het Openbaar Ministerie (OM) ging daarom in hoger beroep, waarna het gerechtshof in Arnhem Heringa ontsloeg van vervolging. Volgens het hof was er inderdaad - zoals Heringa zelf beweerde - sprake van een noodtoestand, een situatie waarin de morele druk zo hoog is dat die zwaarder weegt dan het strafrecht. Heringa had zorgvuldig en transparant gehandeld, oordeelde het hof.

Hoge uitzondering

Die uitspraak heeft de Hoge Raad nu van tafel geveegd, nadat het OM in cassatie was gegaan. Daarmee gaat de Raad in tegen het advies van de advocaat-generaal, die vorig jaar zei dat Heringa niet strafbaar zou moeten zijn. De Raad is het met het OM eens dat het hof te makkelijk is meegegaan in Heringa’s beroep op de noodtoestand:

“Volgens de Hoge Raad kan bij hulp bij zelfdoding door iemand die geen arts is een beroep op noodtoestand slechts bij hoge uitzondering worden geaccepteerd. Die terughoudendheid bij het aanvaarden van een beroep op noodtoestand is ook nodig in het licht van het maatschappelijke en politieke debat over levensbeĆ«indiging op verzoek dat nu volop wordt gevoerd.”

Het hooggerechtshof in Den Bosch moet het hoger beroep nu opnieuw in behandeling nemen.