Recensie

‘Hoe kan ik een normaal mens worden in Nederland?’

In 2012 ontvluchtte de toen nog minderjarige Zohre haar moederland Afghanistan. Via Iran, Turkije en Griekenland belandde ze uiteindelijk in een Nederlands asielzoekerscentrum. Daar was geen werk, geen studie en geen taalcursus. En vooral weinig informatie. „Hoe kan ik een normaal mens worden in Nederland?”

Twee jaar later verliet ze het azc, maar ze worstelt nog steeds met die vraag. Daarom begon ze dit jaar samen met theatermaakster en actrice Marjolijn van Heemstra de productie Operatie Zohre. Ze maakt Facebookvideo’s en gaat ook het land in om op bijeenkomsten met statushouders én Nederlanders te praten over integratieproblematiek. Via de filmpjes probeert Zohre aan Nederlanders te laten zien waar je tegenaan loopt wanneer je moet inburgeren in Nederland. Zo gaat ze de straat op om Nederlanders om integratieadvies te vragen („Je moet naar de psycholoog en Nederlands leren”, adviseert een jongen), maar ze neemt de kijker ook mee naar een participatiecursus. Tussendoor spreekt ze haar publiek toe via de camera in een kleine studio in Amsterdam. Ze legt dan uit met wat voor vragen ze zit. Het doel? Ze wil leren „een goede Nederlander te worden” en tegelijkertijd laten zien waar de problemen zitten in de asielprocedure.

Aan de telefoon blijkt Zohre zich vooral druk te maken over de gebrekkige informatie die statushouders krijgen. „In een azc wordt alles voor je geregeld. Toen ik er uitkwam, kreeg ik een eigen huis toegewezen”, zegt Zohre. „Dan is er geen COA meer om je te helpen. Ik moest plotseling begrijpen hoe je belastingaangifte doet, hoe je internet regelt en een bankrekening afsluit.”

Van Heemstra ontmoette Zohre op de première van een film over Zohre’s broer, die in Duitsland nog steeds zit zonder verblijfsvergunning. Zohre was toen op zoek naar een baan. Van Heemstra vroeg haar of ze oppas wilde worden, en hielp haar „met wat dingen”. „Al snel liepen we tegen allerlei zaken aan. In Nederland zeggen we telkens dat we willen dat iedereen mee doet. Maar als je vanaf dag één brieven krijgt in het Nederlands, terwijl je de taal nog niet spreekt, dan loop je al meteen achter.”

Uiteindelijk hopen Zohre en Van Heemstra hun kennis over te dragen aan de overheid. „Misschien trekken we het zelfs breder”, zegt Van Heemstra. Ze willen ook anderen die in een sociaal isolement zijn geraakt of een achterstand hebben bij het project betrekken. „Er zijn meer mensen die niet mee kunnen komen.”

    • Len Maessen