Here’s looking at you, oldie

Niet de beste film die Hollywood ooit heeft gemaakt, maar wel de meest geliefde: Casablanca bestaat 75 jaar.

Ingrid Bergman over Humphrey Bogart: ,,Ik heb hem gekust, maar ik heb hem niet gekend.” Foto Reuters

Na 75 jaar is Casablanca nog steeds een Hollywoodklassieker die lééft. De film uit 1942 zit nog altijd zo vers in het collectieve geheugen, dat het satirische programma Saturday Night Live onlangs nog een parodie kon brengen op de fameuze afscheidsscène van Humphrey Bogart en Ingrid Bergman op het vliegveld, zonder eerst te hoeven uitleggen waar de parodie eigenlijk op slaat. Er is eigenlijk geen enkele andere filmklassieker van zo’n respectabele leeftijd, die zich daar ook voor zou lenen.

Casablanca is uniek.

In zijn boek, We’ll Always Have Casablanca, verschenen ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van de film, schrijft Noah Isenberg dat Casablanca niet de beste film is die Hollywood ooit heeft gemaakt: zelfs de grootste fan moet toegeven dat de film een paar kitscherige momenten bevat. Casablanca is ook niet de film die het meest in aanzien staat bij critici en filmhistorici: daarvoor komen eerder Citizen Kane van Orson Welles en Hitchcocks Vertigo in aanmerking.

Dat zijn beide films met evidente artistieke ambities, waarop één creatieve geest, de regisseur, zijn stempel drukte. Zo’n film is Casablanca niet: weinig mensen zullen spontaan de naam van de regisseur zelfs maar kunnen noemen (Michael Curtiz, niet meer dan een verdienstelijk vakman). Maar Casablanca is wel de oude film die nog altijd het meest geliefd is en het meest wordt gekoesterd. Een film ook die symbool staat voor de charme van ál die oude films uit Hollywood. Niet toevallig noemde filmjournalist Karina Longworth haar boeiende podcast over de ‘verborgen’ geschiedenis van Hollywood naar het beroemde liedje uit de film: ‘You Must Remember This’. Casablanca is geen oude film, Casablanca is ál die oude films.

Meer dan een fabrieksproduct

Niemand heeft dat lange leven van de film voorspeld. Marlene Dietrich was een van de zeer weinigen die meteen de unieke charme van de film zag en zo’n lang leven wél heeft voorspeld. De recensies waren weliswaar goed, de film was een grote hit en er volgden Oscars voor beste film, beste regisseur en beste scenario. Maar dat geldt wel voor meer films, die inmiddels alleen nog maar voortleven in naslagwerken. Waarom is uitgerekend Casablanca zo’n lang leven beschoren?

Dat valt niet alleen toe te schrijven aan de professionaliteit van het studiosysteem in Hollywoods ‘golden age’, waardoor de Amerikaanse filmindustrie fabrieksmatig en min of meer ‘vanzelf’ goede films zou afleveren. Daarvoor zijn films als Casablanca veel te schaars.

Het succes van de film valt niet aan één persoon toe te schrijven, maar aan de hele keten van professionals die meewerkte aan de film: een filmstudio die zijn nek durfde uit te steken, de scenarioschrijvers die ieder voor zich een ander aspect van het verhaal accentueerden, de acteurs die in scherp contrast met elkaar stonden, maar elkaar ook perfect aanvulden.

Allereerst waren er de schrijvers, die allemaal zo hun eigen agenda volgden. De film is gebaseerd op een op dat moment volslagen onbekend en nooit op de planken gebracht toneelstuk, Everybody Comes to Rick’s uit 1940, van het schrijversduo Murray Burnett en Joan Alison. Burnett had in het voorjaar van 1938 Wenen bezocht, kort na de Anschluss met het Derde Rijk. Hij had met eigen ogen de vervolging van de joden gezien. Kort daarop bezocht hij een nachtclub in Marseille, waar zich vele vluchtelingen voor Hitlers Duitsland hadden verzameld. „What a setting for a play!,” zou hij volgens de overlevering die avond al hebben geroepen.

Bogart als held voor duistere tijd

Warner Brothers, de enige studio die al vanaf de late jaren dertig kwam met films die waarschuwden voor de nazi’s, kocht het ongeproduceerde toneelstuk aan voor het recordbedrag van 20.000 dollar. De studio zette de broers Julius en Philip Epstein, beroemd om hun scherpe en geestige pen, op het materiaal om er een bruikbaar filmscript van te maken. Zij zijn verantwoordelijk voor veel van de beroemde oneliners.

Vervolgens ging scenarist Howard Koch er nog eens overheen, maar met een veel ernstiger insteek. Hij was een uitgesproken links-geëngageerd schrijver die vooral de politieke boodschap van de film versterkte: de cynische nachtclubeigenaar Rick Blaine (Bogart) moet zijn politieke idealisme herwinnen en de strijd aangaan tegen de nazi’s, als hij zijn verloren gewaande geliefde Ilsa Lund (Bergman) terugziet.

Maar daarmee was het script nog niet klaar. Bogart, die tot dat moment vooral bekend was om zijn rollen als gangster en nog nooit een romantische held had gespeeld, was bezorgd of de romance van Rick en Ilsa wel genoeg uit de verf kwam. Met die blik ging vervolgens schrijver Casey Robinson nog eens door het script om juist dat romantische element te versterken. Geen wonder dat het herschrijven van de dialogen nog steeds doorging terwijl de opnamen van Casablanca al waren begonnen. Maar het resultaat van al die re-writes was geen ongemakkelijk compromis zonder kraak of smaak, maar juist een film waarin die verschillende elementen elkaar perfect aanvullen.

Dat gaat ook op voor de acteurs: Humphrey Bogart was de perfecte filmheld voor dat ernstige moment in de wereldgeschiedenis: cynisch, scherp van tong, wereldwijs, maar toch een man met een rotsvast moreel kompas. Een meer simpele, directe all American hero zou niet gewerkt hebben in die duistere tijd. Als contrast met Bogart was er de jonge Ingrid Bergman: een Europese vrouw die nu eens niet – zoals het cliché wilde – te zien was als een seksueel door de wol geverfde femme fatale, maar simpel, onschuldig, direct, naturel. Zij was een aanlokkelijk symbool van het Europa dat de Amerikanen te hulp schieten, terwijl Bogart juist een heel ‘Europese’ Amerikaanse held is.

Vluchtelingen met eigen ervaring

Tegenover de filmsterren stonden de karakterspelers. Zij speelden grotendeels vluchtelingen, gestrand in Casablanca, en waren vaak ook zelf vluchtelingen voor de nazi’s: Peter Lorre, die als schimmige handelaar in reispapieren in slechts vijf minuten een onvergetelijke indruk maakt; de grote acteur Conrad Veidt als een Gestapo-officier; Curt Bois in een kleine, maar gedenkwaardige rol als zakkenroller.

V.l.n.r.: Humphrey Bogart, Claude Rains, Paul Henried en Ingrid Bergman in Casablanca.

Wat was de functie van regisseur Michael Curtiz bij dit alles? Curtiz had zich vooral voorgenomen om de vaart erin te houden. Inderdaad komt Casablanca ook 75 jaar na dato op geen enkel moment traag over.

Zo ontstond een film van contrasten die perfect in balans zijn: geestig en wereldwijs, maar niet gevoelloos; romantisch, maar niet suikerzoet; politiek geëngageerd en urgent, maar nooit belerend of propagandistisch; een Hollywooddroom, maar wel een droom die genoeg elementen van de werkelijkheid bevat om te overtuigen. Om in de termen van Ricks café te blijven: Casablanca is een perfecte cocktail. Here’s looking at you, kid.

Noah Isenberg: We’ll Always Have Casablanca. The Life, Legend and Afterlife of Hollywood’s Most Beloved Movie. 334 blz. € 27,50. Casablanca is tot 30 maart te zien in Filmmuseum Eye, Amsterdam. Inl: eyefilm.nl Op dvd verkrijgbaar van Warner Home Video, € 9,99
    • Peter de Bruijn