Opinie

    • Ellen Deckwitz

Gokken

Bij de Stemwijzer kreeg ik de vraag of belediging op basis van afkomst, ras of geaardheid niet langer strafbaar moet zijn. Ik had nooit gedacht ooit te belanden in een wereld waarin je stemadvies wordt bepaald door dit soort belachelijke vragen, en hoewel ik al vier jaar was gestopt met kettingroken kreeg ik sterk de neiging een slof op te steken. In plaats daarvan bekeek ik foto’s van rokerslongen en pakte ik er een boek bij, A man without a Country (2005), waarin de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut zijn ongenoegen over onder andere het Bush-regime van zich afschreef.

Zo kort na het invullen van de Stemwijzer kwam één passage hard aan. Vonnegut demonstreert hoe Bush en consorten zich in de nadagen van 9/11 het liefst zo min mogelijk van de feiten aantrokken en concludeert vervolgens dat het altijd zo is geweest: de meeste machthebbers, ongeacht hun bedoelingen, wantrouwen kennis, dat wil zeggen: informatie die hun slecht uitkomt. Op basis daarvan stelt Vonnegut dat er twee soorten mensen, en dus leiders, bestaan: goede gokkers en slechte gokkers. Niemand, hoe geïnformeerd ook, weet immers honderd procent zeker wat de toekomst brengt.

De goede gokkers baseren hun besluitvorming op wat gezien de omstandigheden aannemelijk is, ook al levert dat niet direct de leukste toekomstperspectieven op. Slechte gokkers doen gewoon hun zin en vertrouwen erop dat ze ieder rampzalig resultaat toch wel goed kunnen praten. Zij zijn bereid grotere risico’s te nemen. Bij hen gaat het helemaal niet meer om de levens waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen: zij willen gewoon gehoord worden, macht hebben.

Toen ik dat las begon ik even te twijfelen of ik mijn dagelijkse portie applausmachine (Prozac) wel had ingenomen. Want ik kan zo uit mijn blote hoofd minstens vijf partijen aanwijzen waar gehoord worden belangrijker is dan zorg te dragen voor burgers, voor de wereld waarin we leven, de toekomst die we bouwen.

Ik moest in het kader van mijn Stemwijzer ook denken aan de documentaire Wit is ook een kleur van Sunny Bergman waarin een Nederlandse man op een zeker moment zegt dat hij zich bij alles wat er gebeurt, de ‘waarom’-vraag stelt, en er trots aan toevoegt dat hij aan alles twijfelt. Hij heeft blijkbaar niet door dat het dan geen twijfel meer is, maar wantrouwen. Dat juist deze argwaan ervoor zorgt dat de slechte gokkers meer en meer terrein winnen. Dat het er hun alleen maar gaat om met de vinger te wijzen, in plaats van oplossingen aan te dragen. Een oud zengezegde luidt dat de vinger die naar de maan wijst, niet de maan is, maar een vinger. In het kader van komende verkiezingen is ieder licht ver te zoeken, ook al doen we alsof het onder handbereik ligt.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz