Recensie

Mateloos genieten van de genotzuchtige Colette

De Franse schrijfster Colette wordt zestig jaar na haar dood nog altijd op handen gedragen, haar werk zindert volop. Dat blijkt weer uit een door haar vertaalster samengesteld ‘mozaïek van teksten’.

Sidonie Colette in 1939

Het leven zelf – zo karakteriseerde Hella S. Haasse het werk van de grote Franse schrijfster Colette. Wie had zo intens als zij laten zien hoe mateloos een mens kan genieten van de natuur, dieren, planten, vruchten, vriendschap en schoonheid? Wie had het lef gehad zich ook op latere leeftijd zo ten voeten uit bloot te geven? Haasse was niet de enige die de loftrompet stak.

Het is wonderbaarlijk dat Colette (1873-1954) ook nu nog op handen wordt gedragen, dat zij steeds opnieuw, om de paar jaar, in binnen- en buitenland als ‘hot’ wordt gezien. Natuurlijk – ze was een eigengereid schrijfster, feministe avant la lettre, mimespeelster, journaliste, poezenvriendin, genotvol aanhangster van het buitenleven, levenslustige lekkerbek, eigenzinnig echtgenote, slechte moeder, spraakmakend minnares en in veel opzichten mediageniek exuberant. Maar wat is het nu precies dat haar werk nog steeds cool maakt?

In Nederland is de veelzijdige vertaalster Kiki Coumans (1971) een van degenen die zich over Colette’s werk ontfermt. In 2006 tekende ze voor de vertaling van Sido en Het huis van mijn moeder. Ditmaal stelde ze met meesterhand een portret van haar samen, een ‘zelfportret in verhalen’. Ze koos uit haar werk bijvoorbeeld romantische ode’s aan de tuin en het buitenleven, smakelijke stukken over ‘bloedrode kindertjes van de rozenstruik, hortensia’s, stokrozen en de lampionplant’, over hemels ‘vol leikleurige wolken’, ‘een met sneeuw bepakt dak van de hooizolders en kale takken van de notenboom’, over ‘zachtpaarse krokussen, nachtlampjes bij schemerkou’.

Een bekende anekdote is dat haar moeder, Sido, de rokken van de ui telde. Bij drie rokken concludeerde ze: ‘een strenge winter. Ik zal de pomp in stro laten wikkelen. De schildpad heeft zich trouwens al ingegraven. En de eekhoorns bij Guillemette hebben al grote hoeveelheden walnoten en hazelnoten gepikt voor hun wintervoorraad. Eekhoorns weten altijd alles.’

Schoenendoos

Dat Colette niet van jongs af aan schrijver wilde worden, wisten we ook al, en toch val je weer voor de manier waarop ze dat opschrijft: ‘Nee, ik ben nooit stiekem ’s nachts opgestaan om met potlood dichtregels op de deksel van een schoenendoos te schrijven! Nee, ik heb geen bezielde woorden naar de westenwind en het maanlicht geroepen! [...] Mijn kindertijd en mijn vrije, eenzelvige adolescentie [...] hadden hun fijnzinnige antennes uitsluitend gericht naar dat wat aanschouwd, beluisterd, bevoeld en opgesnoven kon worden.’

Dit ‘zelfportret in verhalen’ van de genotzuchtige Franse schrijfster Colette geeft een veelkleurig beeld van haar vrijgevochten leven.

Pas later ging ze schrijven, betoogt Colette, toen het écht niet anders kon: ‘Geboren in een gezin zonder fortuin, had ik geen vak geleerd. Ik kon klimmen, fluiten en rennen, maar niemand die me een carrière als eekhoorn, vogel of hert aanbood.’ Ze begon pas iets op papier te zetten toen haar eerste echtgenoot, kunstcriticus Henry Gauthier-Villars alias ‘Willy’, haar erom verzocht. In eerste instantie leek het hem niets, twee jaar later keek hij nog eens goed en rende hij naar een uitgever, waar hij zijn eigen naam op de cover liet zetten. Ook dat is bekend.

Maar Coumans zocht en vond ook minder gangbare teksten. Een prachtig staccato verslag van een tournee door Frankrijk, bijvoorbeeld, in het voorjaar van 1909. Colette gaat 33 dagen op stap met ‘nederige, anonieme toneelspelers’ die haar boek Claudine à Paris op de planken zetten. Wat heb je nodig op zo’n tournee? ‘Een sterke gezondheid, een onverwoestbaar humeur, stalen zenuwen, een uiterst gedisciplineerd maag-darmkanaal en vooral een soort optimistische nonchalance’.

We lezen ook een journalistieke reportage over haar bezoek aan New York in 1935. Het is ‘liefde op het eerste gezicht’, de stad lijkt op ‘burchten die piekerig opdoemen uit dromen van Gustave Doré of Victor Hugo’. Haar rebelse reputatie doet ze eer aan door geen enkel onderdeel van het officiële programma bij te wonen. Ook bij het ‘zeer intellectuele diner’ waarbij ze ‘in gezelschap van briljante breinen uit allerlei landen zou moeten dineren’, spijbelt ze. ‘Wat heb ik die drie dagen dan wél gedaan? Niets, helemaal niets. En het was heerlijk.’

Lispelende platanen

Natuurlijk neemt Coumans ook een paar fragmenten op over de door Colette zo geliefde Provence. Terwijl in 1936 in Parijs het verkiezingsgeweld losbarst, reist zij via de Rhônevallei, waar ‘de perzikbomen in al hun bloesems gehuld waren’, naar het zuiden, ‘waar de mistral een einde maakt aan de regenbuien’. In Avignon ‘lispelden de platanen al, vol in het blad.’ Ze geniet van het feit ‘dat ik hier ben en niet ergens anders’.

Dat laatste is een constante in het werk van Colette: als ze ergens is, is ze er ook helemaal, met volle aandacht en al haar zintuigen op scherp. Of ze nu in Fez is om verslag te doen van het proces tegen een wrede moordenares, en er ‘met bloed bevlekte geheimen op te snuiven’ of in Parijs door het Bois de Boulogne loopt en er haar hoed verliest.

Dankzij zo’n mozaïek van teksten krijg je een veelkleurig portret van Colette, in haar literaire variaties. Coumans stelt dat Colette de stilist het eindelijk gaat winnen van Colette de vrijgevochten vrouw. De kwaliteit van haar beeldende en zintuiglijke stijl stond natuurlijk zelden ter discussie. Wat Colette in al haar werk laat zien is hoe je van het leven literatuur maakt; hoe je dat vrolijk, zintuiglijk en positief getoonzet doet. Ze geeft de lezer energie in plaats van je die te ontfutselen. Ze liegt over de werkelijkheid, past hem aan, verdraait hem, speelt ermee. Ze weet best dat de realiteit keihard is en vaak onaangenaam, maar waarom die niet gewoon verdonkeremanen en juist het elan belichten? Gaat het niet om de toon? Het grote klagen, dat is iets voor anderen. Het is precies wat we nodig hebben – en dat is van alle tijden.

    • Margot Dijkgraaf