Recensie

De duistere choreografieën van Wubbe

Choreograaf Ed Wubbe wordt gevolgd bij de creatie van de jubileumproductie TING!. Er is geen mooiere manier om de leiderschapsstijl van Wubbe in beeld te brengen.

Met weer een serie jubilea achter de rug (Conny Janssen, Andrea Leine & Harijono Roebana, Arthur Rosenfeld) kan gerust worden gesteld dat artistiek leiders van Nederlandse dansgezelschappen in het algemeen geen eendagsvliegen zijn. Ze gaan, op wat ‘tussenpausen’ na, met gemak een jaar of twintig mee, langer soms.

Bij Scapino Ballet Rotterdam, dat dit seizoen ook het 70-jarig bestaan viert, bekleedt Ed Wubbe (1957) de functie al 25 jaar. Beide heugelijke feiten komen samen in de documentaire De Wereld van Wubbe van Jan Louter, die de choreograaf en artistiek directeur volgt tijdens de creatie van de jubileumproductie TING!

Geen mooier proces om de leiderschapsstijl van Wubbe (die dit jaar de respectabele leeftijd van 60 bereikt) in beeld te brengen dan een dergelijke, complexe krachttoer: TING! is een groot bezette locatievoorstelling, gespeeld in de Ferro Dome, een verlaten gashouder in het Rotterdamse havengebied, met live begeleiding van The Nits en in samenwerking met de circusopleiding van de Rotterdamse academie Codarts.

Geen ruzie

Des te opvallender is de totale afwezigheid van artistieke crises of grote meningsverschillen in de documentaire. The Nits krijgen carte blanche voor hun nieuwe composities, met kostuumontwerpster Pamela Homoet kan Wubbe na 30 jaar samenwerken lezen en schrijven en tijdens een productievergadering tettert iedereen vrolijk door elkaar. Dat Wubbe in het verleden wel degelijk met hard optreden zijn autoriteit heeft doen gelden, vertelt de documentaire niet.

Louter toont een directeur die naast en tussen zijn medewerkers staat. In de studio geeft hij met globale instructies veel ruimte aan de dansers, die hem omschrijven als open, respectvol en behulpzaam. „Dat zie je niet in zijn werk terug”, zegt muze Bonnie Doets, met een hint naar de vaak duistere ondertoon in Wubbes choreografieën.

Die komt voort, zegt de choreograaf in een voice-over, uit de angst dat iedereen, ook hijzelf, onder bepaalde omstandigheden tot verschrikkelijke dingen in staat is. Dat tegenwoordig waarden als menselijkheid en vrijheid overboord worden gezet.

Toch komt hij in de mooi gefilmde documentaire vooral over als een vrij opgeruimde ziel en bepaald geen getormenteerd kunstenaar. Eerder tevreden. Zijn waarderende uitroep „Voilà! Voilà! Voilà!” klinkt veelvuldig door de studio.

    • Francine van der Wiel